{"id":1171,"date":"2026-05-23T09:52:14","date_gmt":"2026-05-23T08:52:14","guid":{"rendered":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/?page_id=1171"},"modified":"2026-05-23T09:52:35","modified_gmt":"2026-05-23T08:52:35","slug":"konotop","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/konotop\/","title":{"rendered":"De Konotopse heks"},"content":{"rendered":"<p>Hryhorij Kvitka-Osnovjanenko<br \/>\nDe Konotopse heks (1833)<br \/>\n\u041a\u043e\u043d\u043e\u0442\u043e\u043f\u0441\u044c\u043a\u0430 \u0432\u0456\u0434\u044c\u043c\u0430 \u2013 \u0413\u0440\u0438\u0433\u043e\u0440\u0456\u0439 \u041a\u0432\u0456\u0442\u043a\u0430-\u041e\u0441\u043d\u043e\u0432\u2019\u044f\u043d\u0435\u043d\u043a\u043e<br \/>\nVertaling Rien Hamers <\/p>\n<p>I<br \/>\nSomber en niet vrolijk zat hij daar op een bankje, in de nieuwe voorkamer die hij had afgescheiden van het ellendige huis, de Konotopse heer en honderdman (honderdman) Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha. Hoewel hij op zich een nette kerel was, had hij zelfs op deze heilige zondag geen schoon wit hemd aangetrokken en \u2014 vergeef me het woord \u2014 zijn blauwe zijden broek had hij \u2019s nachts niet eens uitgedaan. Zo, arme ziel, had hij er ook in geslapen, blij dat hij na middernacht nog thuis was geraakt; en of hij nu geslapen had of niet, nog v\u00f3\u00f3r zonsopgang maakten ze hem wakker.<br \/>\nMeteen sprong hij op, rekte zich geeuwend uit, krabde zich, bad tot God, snoof drie keer diep aan sterke Romny-snuiftabak, luisterde naar wat men hem voorlas, gaf bevelen en, toen hij alleen in de voorkamer was, ging hij weer op de bank zitten: zijn hoofd ongekamd, kuif niet bijgeknipt, gezicht ongewassen, ogen slaperig, snor verward, hemd openhangend. Voor hem op tafel lagen een pijp en een geldbuidel, een inktpot, een kam en een volle karaf van vorig jaar\u2019s perenbrandewijn, die Pazjka hem al de avond ervoor in een fles had gegoten. Hij had er wel wat van uit de karaf geschonken om, zoals men zegt, zijn zorgen weg te drinken, maar toen hij opnieuw in gedachten verzonk, vergat hij het, ging liggen en viel in slaap. En nu hij was opgestaan, had hij geen grote haast om die brandewijn aan te raken, want een nieuw onheil had hem volledig in zijn greep, en hij wist zelf geen raad met zijn verdriet.<br \/>\nWat voor onheil was dat dan wel, en waar kwam die droefheid vandaan? Maar wacht even, ik zal jullie alles vertellen: waar hij zo laat vandaan kwam en waarom men hem niet rustig liet uitslapen. Neem eerst wat snuiftabak \u2014 wie de sterkste heeft \u2014 en luister dan.<br \/>\nDe heer honderdman Oelasovytsj was van eerzame en gewichtige afkomst. Hoe men het ook wendt of keert, de Zabrjocha\u2019s waren altijd al hoofdmannen van de honderd geweest; Mykyta\u2019s grootvaders en overgrootvaders waren allemaal honderdmans in het roemrijke stadje Konotop. Zo ging dat ambt van vader op zoon over. En zo was ook de oude Oelas Zabrjocha, honderdman van Konotop, gestorven\u2026 wat had het kozakkenvolk om hem gerouwd! En niet alleen zij: jong en oud, iedereen huilde. En bij de begrafenis droegen ze zijn kist door het hele dorp op hun handen, als die van een vader van kinderen, en bij de kerk begroeven ze hem en herdachten hem naar behoren bij alle rouwmaaltijden.<br \/>\nToen men na de veertig dagen rouw bijeenkwam om te beraadslagen wie de nieuwe honderdman moest worden, riepen allen als uit \u00e9\u00e9n mond:<br \/>\n\u201cWie anders dan Oelasovytsj Zabrjocha, de zoon; wie zouden we beter kunnen vinden?\u201d<br \/>\nZo stelden ze hem aan tot honderdman, en van zoon werd hij voortaan zelf Zabrjocha.<br \/>\nNadat hij zijn vader had begraven, keek hij eens om zich heen en zag dat hij al vijfentwintig was; er viel niet meer aan te ontkomen: hij moest trouwen, een meisje zoeken. Zijn vader, de oude Oelas, was namelijk nogal gierig, en wanneer Mykyta hem eens te pakken kreeg en begon te smeken dat hij hem zou laten trouwen, dan fronste de oude zijn wenkbrauwen, keek hem strak aan en zei:<br \/>\n\u201cWacht maar tot het opklaart, zie je niet hoe het bewolkt is? Wat voor zoon trouwt er nu? Het brood is duur, vijf altyns per zak, en we zitten hier krap: we hebben alleen een huis met een kamer, en via de gang nog die ellendige schuur, en dat is alles. Waar moet ik jullie kwijt met al die kinderen die er ongetwijfeld zullen komen? Later denken we er nog wel over na.\u201d<br \/>\nDan krabde Mykyta zich en droop met lege handen af. Nu echter, nu de oude gestorven was, had hij zijn eigen wil. Meteen nam hij het ellendige huis, deelde het in, en zo had hij een voorkamer en ruimte genoeg. Daarna begon hij een meisje te zoeken en zette zich aan het denken.<br \/>\nAan wie had hij al niet gedacht? Eerst hogerop, natuurlijk! Hij sloeg meteen zijn oog op de dochter van de aartspriester uit Tsjernihiv, maar schrok zelf terug voor die ongelijkheid: alleen al haar kleren zouden twee wagens vullen, en het snoer van kralen, zo zei men, zou haar vader met scheppen afmeten. En toch: daar aten zelfs theologen gebakken pompoen, dus voor ons soort mensen viel daar weinig te halen. Zo zakte hij wat lager, zocht en zocht, dacht en dacht\u2026 totdat hij plots in zijn handen klapte en hardop tegen zichzelf sprak in huis:<br \/>\n\u201cD\u00e1t is het! D\u00e1t is de mijne! Jongen! Zadel onmiddellijk het paard!\u201d<br \/>\nOf hij zich nu goed had klaargemaakt of niet, onze Oelasovytsj sprong ogenblikkelijk op zijn paard, en toen hij weggaloppeerde, kon je hem nauwelijks met het oog volgen.<br \/>\nWaarheen haastte hij zich dan zo snel? Aha! Ooit, eens, ergens op een jaarmarkt had hij de vaandrigsdochter Olena gezien, die van de boerderij op Droge Balts, die Bezverchy heet. Toen hij haar daar had gezien, stond hij er zeer van te kijken dat zo\u2019n jonge meid zoveel meel kocht. En toen hij mensen begon uit te horen, vertelden ze hem dat zij noch vader noch moeder had, alleen een broer; dat zij een onvermoeibare huisvrouw was: zelf zorgde ze voor de koeien, zelf werkte ze op het land bij de maaiers en de oogsters, en \u2019s winters hield ze toezicht in de stokerij en kocht ze het meel daarvoor in.<br \/>\nHaar broer, de jonge vaandrig, was weliswaar nog jong, maar wilde niet trouwen; hij had zijn zinnen gezet op het klooster, want toen hij ziek was geweest, had hij een gelofte gedaan:<br \/>\n\u201cAls ik herstel,\u201d zei hij, \u201cdan ga ik het klooster in, nadat ik mijn zus uitgehuwelijkt heb.\u201d<br \/>\nEn zo herstelde hij, en wachtte hij op een goede man om hem zowel het huishouden als zijn zus toe te vertrouwen. Zelf had hij nergens meer omkijken naar: hij las alleen maar boeken, en Olena draaide voor hem het hele huishouden.<br \/>\nDaarheen spoedde onze heer honderdman Zabrjocha zich. Geen duivel had hem dat ingefluisterd, een kat voelt waar het spek ligt. Want \u00e9\u00e9n ding was zeker: het meisje was gezond, jong, knap, zwartogig, vol van gezicht, en wat een vee, lieve hemel! Een eigen boerderij, een stuk bos, een stokerij, een molentje, een windmolen, en runderen en schapen, daar viel niets tegenin te brengen. En dat alles zou h\u00e1\u00e1r toekomen. Daarom haastte onze Oelasovytsj zich zo dat hij zijn paard geen adem liet halen en zelf, zonder ergens te eten, zevenendertig zeven-wersten-afstanden in \u00e9\u00e9n ruk, in volle vaart en zonder rust, aflegde. En toen hij bij die boerderij Bezverchy aankwam en van zijn paard stapte bij het huis van de vaandrig, stond hij te wiegen als een dronkaard, ik zei al: hij had nergens gegeten.<br \/>\nNa begroetingen met de heer vaandrig en nadat ze in huis waren gaan zitten, raakten ze met elkaar in gesprek en kwamen ze tot de ontdekking dat zelfs hun ouders vroeger bevriend waren geweest, dus moesten ook zij elkaar niet mijden. Daarna vroeg de vaandrig de honderdman waar God hem zo heen had gedragen en met welk doel. Meteen begon onze Oelasovytsj te liegen, want, zo zeggen oude mensen, zodra je eraan denkt om te gaan vrijen, begin je al te liegen, en zonder leugens is nog nooit een man gaan huwen. Zo zei de honderdman dat hij zogenaamd brij voor zijn ossen voor de winter wilde huren (en waar was die winter nog? het was nog maar Petrustijd), en dat hij had gehoord dat de vaandrig goede bostel had bij de stokerij en het vee goed verzorgde, en dat hij was gekomen om te huren en af te spreken.<br \/>\n\u201cIk weet niets van zulke zaken en bemoei me nergens mee; mijn zus weet alles daarvan,\u201d antwoordde de vaandrig.<br \/>\n\u201cEn waar is Olena Josypivna? Misschien zouden we haar kunnen roepen, dan ronden we de zaak samen af,\u201d zei Zabrjocha.<br \/>\n\u201cAch! Mijn zus is op het land; ze zijn daar wat gierst gaan zaaien en zij houdt toezicht, want zonder haar weet niemand nog iets gedaan te krijgen. Maar u, Oelasovytsj, verveel u niet; tegen de avond zal ze er zijn. Tot ze terugkomt \u2014 meisje! tap eens wat pruimenbrandewijn! \u2014 dan drinken we een kruikje of twee. En u blijft vannacht bij ons, heer honderdman, want het is al laat,\u201d zei de vaandrig.<br \/>\n\u201cZoals de heer het wil!\u201d antwoordde Mykyta, en hij was er dolblij mee.<br \/>\nToen ze samen een kruik pruimenbrandewijn hadden leeggedronken en daarna ook nog wat sleedoornbrandewijn hadden geproefd, kwam onze Olena van het land aanrennen. Ze zag een vreemde man, draaide zich meteen om, gaf bevel om karpers uit de vijver te halen en liet het avondeten klaarmaken; ze schoot hierheen en daarheen, gaf overal instructies \u2014 ook al voor wat men de volgende dag moest doen, wie waarheen en waarom \u2014 en daarna kleedde ze zich netjes, zoals het een jongedame en zeker een vaandrigsdochter betaamt: over haar oude rok deed ze een glanzend schort, ze trok een zijden jak aan, hing een dukaat aan een fluwelen lint om haar hals, deed rode schoenen aan, legde een mooie lintband op haar hoofd en kwam naar buiten om diep voor pan Oelasovytsj te buigen.<br \/>\nToen onze Zabrjocha deze jongedame zag \u2014 een die hij nog nooit in zijn leven had gezien en die hij zich zelfs niet had kunnen dromen \u2014 begon hij te beven en wist hij niet meer wat hij moest zeggen, tot de vaandrig hem eraan herinnerde en zei:<br \/>\n\u201cWelnu, heer honderdman, hier is de eigenares; overleg met haar, zij is overal het hoofd van.\u201d<br \/>\nEn wat deed onze Oelasovytsj? Geen woord kwam over zijn lippen. Hij begon wat te mompelen en te stotteren, begon over ossen en eindigde bij duiven, dacht aan bostel maar zei iets over sleedoornbrandewijn, en toen zweeg hij helemaal en slikte alleen maar zijn speeksel in, terwijl hij naar de schoonheid keek.<br \/>\nOlena was een kordate meid. Hoe de heer honderdman ook draaide en wendde, zij had hem meteen door \u2014 wie hij was en waarvoor hij gekomen was \u2014 en zei tegen hem:<br \/>\n\u201cGoed dan, heertje; drink de sleedoornbrandewijn rustig op, eet het avondeten, ga slapen, en morgen \u2014 als God licht geeft, geeft Hij ook raad \u2014 dan zullen we overleggen wat er gedaan moet worden.\u201d<br \/>\nToen Zabrjocha dit hoorde, wist hij van blijdschap niet waar hij moest blijven; hij dacht: \u2018Dat is dan helemaal rond, morgen alleen nog de handdoeken pakken.\u2019 En hij greep weer naar de kruik en begon opnieuw te drinken met de heer vaandrig, die zich weliswaar op het klooster voorbereidde, maar deze zaak toch nog niet losliet en er zelfs veel plezier in had.<br \/>\nOlena kwam die avond nog vaak bij de heren binnen, zogenaamd om een of ander karweitje te doen, maar in werkelijkheid om Mykyta Oelasovytsj eens goed te bekijken en te zien wat voor man hij was. En telkens wanneer ze binnenkwam en haar oogjes \u2014 scherp als sleedoornbessen \u2014 op de heer honderdman richtte, werd zijn tong als van vilt: hij kon die niet meer bewegen, en zelf stond hij in vuur en vlam.<br \/>\nNadat het avondmaal was klaargemaakt, kwam ze niet meer binnen. De heren aten samen, en toen de kruik sleedoornbrandewijn leeg was, wilde de heer vaandrig al gaan slapen. Maar toen schraapte onze Zabrjocha zijn keel, kuchte, smakte, streek zijn snor glad en begon die redevoering af te steken die een koster hem lang geleden voor zo\u2019n gelegenheid had opgesteld. En hij sprak:<br \/>\n\u201cLuistert, heer Josypovytsj, wat ik u zeggen zal: het is in strijd met de menselijke natuur om alleen te blijven, zowel in huis als in het huishouden. Elk levend wezen wordt ge\u00eberd in tweevoud: voor de man is het noodzakelijk een vrouw te nemen en kinderen te hebben. En ik, de nederigste, draag deze gedachte en dit onbedwingbare verlangen in mij. De vlam verteert mij en ik zal niet rusten totdat ik mij verenig met de lieflijk gevormde, hoogeerbiedwaardige Kat\u2026\u201d<br \/>\nEn daar zweeg hij. Dat had de koster hem zo op papier gezet toen hij er ooit aan dacht de dochter van de aartspriester uit Tsjernihiv het hof te maken. Zabrjocha had het hele stuk tot het einde toe opgedreund, precies zoals hij het toen uit het hoofd had geleerd, maar toen hij zich ineens herinnerde dat de vaandrigsdochter geen Kateryna heette, maar Olena, en ook geen \u201choogeerbiedwaardige\u201d was maar gewoon een jongedame, stokte hij, hij kon verder noch voor- noch achteruit.<br \/>\nDe vaandrig was intussen bijna in slaap gesukkeld, maar bij die rede spitste hij toch zijn oren en zei:<br \/>\n\u201cWat zegt u daar nu allemaal, heer honderdman? Ik begrijp er geen woord van. Is dit soms het werk van de sleedoornbrandewijn?\u201d<br \/>\nOelasovytsj zuchtte en zei:<br \/>\n\u201cDat vervloekte gekrabbel! Dat heeft onze koster van de Verrijzeniskerk geschreven\u2026\u201d<br \/>\n\u201cMaar wat is het eigenlijk?\u201d vroeg Josypovytsj. \u201cZijn het verzen, of wat?\u201d<br \/>\n\u201cAch, ik weet zelf niet wat het is en waarvoor,\u201d zei Zabrjocha.<br \/>\n\u201cWaarom zegt u me dan zulke dingen midden in de nacht? U jaagt me de rillingen over de rug.\u201d<br \/>\n\u201cIk zou het ook niet zeggen, maar het onheil heeft me getroffen!\u201d<br \/>\n\u201cWat voor onheil dan? Zeg het snel, ik wil slapen.\u201d<br \/>\n\u201cAch! De een kan slapen, de ander niet!\u201d zei Oelasovytsj. Hij zuchtte zwaar, boog diep voor de vaandrig en sprak:<br \/>\n\u201cGeef mij Olena tot vrouw, uw zus!\u201d<br \/>\n\u201cZo!\u201d zei de vaandrig. Hij dacht na, krabde zich op het achterhoofd, zijn schouders en zijn rug, en zei toen:<br \/>\n\u201cIk zal horen wat mijn zus zegt. Laten we het tot morgen rusten. Ga nu maar slapen.\u201d<br \/>\nEn hij ging bij hem weg.<br \/>\nOnze Zabrjocha ging liggen, maar slapen lukte niet: hij wachtte op het ochtendlicht en kon niet wachten om te horen wat Olena zou zeggen. Met moeite brak eindelijk de dag aan; de heren stonden op en geeuwden zich uit. Meteen vroeg pan Oelasovytsj:<br \/>\n\u201cEn wat zegt u me nu, heer? Is onze zaak in orde? Dan zou ik meteen naar huis rennen om de oudsten te halen en hier alles volgens de wet te regelen. Zeg het toch!\u201d<br \/>\nDe vaandrig snoof alleen maar en zei niets; hij riep enkel de kamer in:<br \/>\n\u201cKom, zus! Breng ons het ontbijt, wat je daar hebt klaargemaakt.\u201d<br \/>\nDe dienstmeid kwam binnen, boog, en zette voor pan Oelasovytsj op tafel, op een koekenpan\u2026 gebakken pompoen!<br \/>\nToen onze Zabrjocha die streek zag \u2014 zo\u2019n gemene poets \u2014 sprong hij van tafel op en rende het huis uit! Buiten stond de knecht met zijn paard, al opgezadeld. Hij sprong er meteen op en nam de benen langs de huizen; hij hoorde alleen nog maar hoe ze hem uitlachten. Dat maakte hem nog beschaamder, hij joeg zijn paard nog harder aan, en toen hij het erf af was, keek hij om: wat is dit voor ellende? Iets bungelt aan de hals van het paard! Hij kijkt: een touw. Hij trekt eraan \u2014 en daar hangt ook nog een rauwe pompoen aan vast!<br \/>\nHij smeet die ver weg, greep naar de zweep en gaf het paard de sporen, slaan en slaan\u2026 E\u00e9n ding was de schaamte, maar daarbij ook nog de spijt om zo\u2019n meisje, en dan nog zonder gegeten of gedronken te hebben! Zo rende onze Oelasovytsj met zijn \u201cpompoen\u201d terug naar huis, net zo hard als hij naar het meisje was gereden, toen hij dacht dat hij alleen nog maar de huwelijksdoeken hoefde te halen. Hijzelf was er slecht aan toe, het paard doodop; en zo bereikte hij pas tegen middernacht, met veel moeite, zijn huis, en, zoals ik al vertelde, ging hij meteen liggen slapen.<\/p>\n<p>II<br \/>\nSomber en niet vrolijk zat de Konotopse heer honderdman, Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, op de bank in de voorkamer, en waarover hij treurde, dat weten we al\u2026 Ja! Maar nog niet helemaal: zal ons dat praatje leren, dat naar de voorkamer kruipt van de heer honderdman? En wie kruipt daar eigenlijk naar binnen? Waarom ploetert hij zo? Hij stoot tegen de deur, en gaat dan weer terug. Die lange stok die hij bij zich draagt, belemmert hem: houdt hij hem voor zich, dan stoot hij bijna zijn neus tegen de deur, en de stok leunt al tegen de hoek; sleept hij hem achter zich aan, dan komt hij de kamer helemaal binnen, maar de stok blijft hem volgen en klemt zich vast zoals een driftige vrouw achter een dronken man. Dwars erin duwen kan hij niet: hij is te lang.<br \/>\nWie kruipt daar dan naar binnen? Niemand minder dan Prokip Ryhorovytsj Pistrjak, de honderdmans-klerk van Konotop en een trouwe vriend van onze heer honderdman, Mykyta Oelasovytsj. Zonder hem zou Zabrjocha geen enkel borreltje brandewijn drinken of een lepel soep naar zijn mond brengen; en zoals Pistrjak al zei, zo is het, en zo zal het blijven, en het is vanzelfsprekend, zo wint er niemand.<br \/>\nMaar wat sleept hij dan met die lange stok de voorkamer binnen? Laten we luisteren waarover zij gaan praten, dan zullen we alles begrijpen. En nog iets: heer Pistrjak is een echte klerk: twaalf jaar leerde hij bij de koster op school, \u00e9\u00e9n uur grammatica per dag, twee uur taalkunde, drie\u00ebnhalf jaar psalmen en gebeden  van buiten geleerd, vier\u00ebnhalf jaar leren schrijven, een heel jaar leren tellen; ondertussen liep hij bij de kerkgalerij, leerde zangmodi, kerkdogma\u2019s, Skovoroda\u2019s cherubijnenliederen, volgde de koster en assistent nauwgezet, en las Paulus luid in de kerk, wanneer hij niet genoeg bladwijzers had, galmde zijn stem door de hele kerk. Op het dorpsplein was hij zo scherp van taal dat, wanneer hij begon te spreken, alles uit de Schriften kwam. Zelfs onze vader Kostjantyn, die syntaxis had gestudeerd, luisterde, haalde zijn schouders op en zei: \u201cWie weet nou, man, wat je daar allemaal zegt!\u201d<br \/>\nDat was dus onze klerk in Konotop, Prokip Ryhorovytsj Pistrjak. En wanneer hij met heer honderdman Zabrjocha sprak, luisterde men maar, en of je het dan helemaal begrijpt, dat weet ik niet, want hij sprak zo geleerd dat tien gewone hoofden het niet zouden kunnen bevatten.<br \/>\nDus, wanneer de heer honderdman ziet dat de klerk de kamer niet in kan met die lange stok, vraagt hij:<br \/>\n\u201cWat doet u daar, heer klerk, waarom duwt u die stok bij mij de kamer in?\u201d<br \/>\n\u201cDat is, bojaar, een rapport over de telling van de honderdmansbevolking, in aanwezigheid van de aanwezigen volgens uw bevel, en \u2014 moge het in stof en as vergaan! \u2014 hij past niet in uw ruimte. U moet de muur uitrekken of het plafond optrekken, want ik kom uw zaal niet in!\u201d zei Pistrjak en begon weer te slepen met de stok.<br \/>\n\u201cWat voor rapport is dat dan, wat zo lang is? Die stok lijkt wel een staart.\u201d<br \/>\n\u201cDeze stok, hoewel het een stok is, is niet zomaar een stok, want erop bevindt zich het verslag van de zielen van de kozakken van de Konotopse honderd, volgens het schrijven van het wezen en het beven van de rechterhand, samen met de schildwachten.\u201d \u2014 Zo legde onze Pistrjak uit.<br \/>\n\u201cZeg het gewoon, heer klerk! Dit geschrijf maakt me duizelig en ik begrijp er niets van wat u zegt. Zonder u word ik al moedeloos, mijn lever doet pijn van de spanning, ik voel het opkomen,\u201d zei de heer honderdman en leunde op zijn hand, bijna met een traan.<br \/>\n\u201cAch, heer honderdman!\u201d zei Pistrjak, \u201cde afgelopen week heb ik met de jonge vrouwen op de dorpspleinen gelachen, maar vanavond \u2014 zodra ik hier kwam \u2014 stond ik als bevroren, sprakeloos als een zeebes. En dit onverwachte bericht schokt mijn binnenste: vooral toen ik begreep dat ons genadig gezag beval om naar Tsjernihiv op mars te gaan. Heer honderdman, ze schrijven, ter bescherming van onze zielen, maar de angst en beving grijpt ons, we zullen treuren op onze bedden en in slaap vallen in de dood. Daarom handelde ik voorzichtig, als ware ik in Tsjernihiv, maar wie weet wat er nog verder is. Ach, leed, leed! En weer zeg ik: leed!\u201d<br \/>\n\u201cAch, leed, leed, Ryhorovytsj!\u201d<br \/>\n\u201cAch, leed, leed, Oelasovytsj!\u201d<br \/>\nZo treurden de heer honderdman en de heer klerk samen, omdat hen het bevel was gestuurd om met de hele honderd man naar Tsjernihiv te trekken, alles bijeen te brengen en voor twee weken proviand te verzamelen voor henzelf en hun paarden. Terwijl de heer honderdman in de voorkamer treurde, stond de klerk Pistrjak buiten op de drempel, en hij had alweer iets verzonnen \u2014 want hij was dol op uitvindingen \u2014 en zei:<br \/>\n\u201cWilt u, heer honderdman, mij het bevel geven tot het breken van deze driemaal onfortuinlijk geworden stok? Ik sta momenteel in de vorm van rapport hier, maar zoals u met uw heldere ogen \u2014 ook al niet gewassen \u2014 ziet, kan ik niet uw zaal binnenkomen.\u201d<br \/>\npan Oelasovytsj krabde zijn hoofd, dacht lang na, en zei toen:<br \/>\n\u201cDus, volgens jou moeten we de stok breken; maar jij zegt dat het geen gewone stok is, maar een rapport over onze honderd, zodat er geen pak slaag komt van de oudsten. Want je weet zelf hoe de regimentsklerk probeert ons te pakken te krijgen, en ons stiekem bespiedt om ons onverhoeds aan te vallen.\u201d<br \/>\n\u201cWij zullen ons niet laten vangen of bang worden voor de vijand met al zijn krachten. Daarom moet u ons wijsheid schenken en dit laatste bevel onverwijld uitvoeren, en voor uw bevel, edele heer, zal ik deze staf breken,\u201d zei Pistrjak terwijl hij zijn snor krulde en omhoog keek naar het plafond. Vervolgens zag hij dat heer Mykyta nog steeds geen woord begreep van wat hij zei, en riep:<br \/>\n\u201cDus\u2026 breken?\u201d<br \/>\n\u201cBreek maar, heer klerk!\u201d<br \/>\nKrak! De heer klerk brak de stok.<br \/>\n\u201cGebroken,\u201d zei hij, \u201cen nu kan ik mij in uw zaal voegen.\u201d En terwijl hij dat zei, kwam hij de voorkamer binnen, boog voor de heer honderdman, en overhandigde hem met twee handen het stokje, zeggende:<br \/>\n\u201cWilt u aannemen, alstublieft!\u201d<br \/>\n\u201cWat doe je nu, heer klerk, steek je dat in mijn gezicht? Wil je mijn ogen uitsteken?\u201d vroeg de heer honderdman, tegen de muur leunend, bang dat Pistrjak hem vijf rare streken zou leveren, zoals na het paasfeest in dronkenschap. \u201cWat is dit nu? Zeg het gewoon, zonder geschrijf!\u201d<br \/>\n\u201cDit, heer honderdman,\u201d zei de klerk, \u201cstaat in plaats van het register van onze honderd. Ik kon het niet opschrijven vanwege het beven van mijn rechterhand door het geplaag van dronken jongedames, en daarom nam ik de stok en markeerde daarop elke kozak. Dit is het juiste aantal: in elke tiental zitten tien kozakken, en er zijn tien van zulke tientallen, dus de hele honderd is compleet. Wilt u, heer honderdman, dat ik met deze stok de honderd, zoals ze zich zullen verzamelen bij het huis van Kuzmy\u0441ha, de kromme herbergierster, voor uw ogen zal aanwijzen?\u201d<br \/>\n\u201cAh, heer klerk!\u201d zei pan Oelasovytsj. \u201cIk zou dat wel goedvinden, maar ik ken er niet meer dan dertig. Tel zelf maar en doe zoals je weet; jij bent de klerk. Ik zal alles later ondertekenen, want ik ben honderdman om te tekenen, niet om te tellen.\u201d<br \/>\nZo begon heer Pistrjak met tellen. Hij telde en telde, maar bij het vijfde tiental miste hij \u00e9\u00e9n kozak.<br \/>\n\u201cWat een raadsel!\u201d riep hij uit. \u201cIk telde ze allemaal, en toch ontbreekt er \u00e9\u00e9n. Ik zal gaan kijken en het register aanpassen, wie van de opgeroepenen zich niet voor mijn ogen heeft laten zien\u2026 niemand anders, geloof het of niet, dan Ilko Naljoesjnja!\u201d<br \/>\nDaarna ging hij naar buiten om de kozakken te tellen, terwijl de heer honderdman meteen naar de karaf met brandewijn greep en, zonder adem te halen van verdriet, deze helemaal opdronk. Daar kwam heer Ryhorovytsj met zijn stokjes de deur in, vrolijk en haastig om de heer honderdman te troosten, en zei:<br \/>\n\u201cMaak u geen zorgen, bojaar! Al onze kozakken zijn compleet, geen een is weggevlogen; hier zijn ze.\u201d<br \/>\nHij begon te tellen, maar in het vijfde tiental ontbrak \u00e9\u00e9n kozak! Ryhorovytsj stampte met zijn voeten, greep zich bij zijn haar en begon de vader, de moeder en de hele familie van die vermaledijde zoon van een kozak te doorzoeken, die zich verstopte terwijl hij het rapport naar binnen bracht voor de heer honderdman. Buiten telde hij iedereen, binnen ontbreekt er \u00e9\u00e9n, precies in het vijfde tiental, en hij verdwijnt alsof armoede hem heeft opgeslokt!<br \/>\nPistrjak keerde terug naar de honderd, telde de kozakken, allemaal aanwezig. Toen hij terugkeerde naar de heer honderdman en de stok nam, waarop hij iedereen had gemarkeerd, ontbrak nog steeds \u00e9\u00e9n persoon. Hij wilde terug naar de honderd om de verborgen kozak aan te pakken, maar alles was compleet, behalve die ene in de voorkamer. Zoiets gebeurde hem wel tien keer. Hij raakte volledig uitgeput, rennend van het ene huis naar het andere, naar de honderd en weer terug, dat pan Oelasovytsj zich al had aangekleed en zijn hoed had gepakt om naar de honderd te gaan. Maar steeds ontsnapte er \u00e9\u00e9n kozak, en wie het was, was onbekend, want iedereen stond bijeen en hield elkaar bij de taille vast, zodat niemand weg kon glippen terwijl ze op de stok werden aangestreept.<br \/>\n\u201cStop ermee, Ryhorovytsj! Laten we samen tellen,\u201d zei de heer honderdman. \u201cAls iedereen daar is, en er ontbreekt nog iemand op de stok, dan mag hij verdwijnen, zolang de levenden er maar zijn.\u201d Hij keek nauwlettend naar de klerk, klaar om hem uit te schelden voor onzin, zoals hij vaak deed.<br \/>\nPistrjak was lang stil, wiebelde met zijn vinger en sprong toen op, klemde zijn handen op zijn buik en riep:<br \/>\n\u201cDit is belangrijk! Mijn innerlijk verheugt zich dat zo\u2019n plan uit mijn hoofd is ontsprongen en in de wereld is neergezet. Heer honderdman, u moet hier als opperrechter optreden over deze onbeperkte en wijze beslissing, die ik niet zelf heb genomen. Laten we gaan, vader! Mijn innerlijk is verheugd over de compleetheid van de honderd, en als we klaar zijn met de taak, kunnen we rusten en een versterkertje nemen.\u201d<br \/>\nEn zo gingen ze op pad. Hoera! De heer honderdman werd een beetje opgewekt, want hij had op eigen houtje een oplossing bedacht, nog zo goed dat zelfs Prokip Ryhorovytsj Pistrjak, de klerk van de Konotopse honderd, hem voor het eerst prees voor zijn uitvinding. Ryhorovytsj liep achter de honderdman aan en dacht bij zichzelf:<br \/>\n\u201cDit gaat verkeerd als de heer honderdman nu slimmer blijkt dan ik. Waarom heeft hij dan mij nodig, als hij zelf bedenkt en ondertekent? En misschien gaat hij zelf schrijven en tellen. Maar dat laat ik niet gebeuren\u2026 Ik zal hem een lesje leren.\u201d<br \/>\nZe kwamen bij de herberg van Kuzmy\u0441ha, en daar stond de honderd al, wierpen hun hoeden af en groetten de heer honderdman.<br \/>\n\u201cGezondheid, kinderen! Zijn jullie allemaal hier?\u201d vroeg de heer honderdman, zijn handen in zijn zij, terwijl hij iedereen met zijn ogen opnam, alsof hij ze inspecteerde of telde. Hij kende er niet meer dan dertig van, en hij kende geen enkele kozak bij naam of gezicht.<br \/>\n\u201cGezondheid, vader!\u201d riep de menigte. \u201cWe zijn er allemaal tot de laatste toe.\u201d<br \/>\n\u201cTel eens na, klerk, of er niemand zich verstopt,\u201d beval de heer honderdman, opgeblazen als een sissende kat.<br \/>\nDaar had Pistrjak het moeilijk: alle kozakken waren aanwezig, maar als hij de stok samenpakte en de markeringen telde\u2026 \u00e9\u00e9n ontbrak!<br \/>\n\u201cWat voor een duivels ding is dit?\u201d riep Pistrjak en stampte met zijn voet.<br \/>\n\u201cRustig maar, Ryhorovytsj,\u201d zei pan Oelasovytsj glimlachend. \u201cAlle kozakken zijn hier, en niemand ontsnapte op de stok. Toen jij de stok brak, ontbrak er juist eentje.<br \/>\nDe kozakken, dit aanschouwend, barstten in lachen uit: \u201cZo is het, edele vader! Zo!\u201d schreeuwden ze en ze riepen: \u201cKijk, daar gaat onze klerk! O, moge hij gezegend zijn!\u201d<br \/>\n\u201cEn laat het zien, met de kozakken, de stok, de mannen en de leiding,\u201d schreeuwde Ryhorovytsj door de straat, bijna ontploffend van trots. Hij pakte de stok, brak hem in stukken en gooide die naar de kozakken met de woorden:<br \/>\n\u201cVergeet het maar, rotzakken; een esdoorn voor jullie; moge jullie honderd ziektes en anderhalf keer zoveel puisten treffen, als je denkt slimmer te zijn dan ik. Waarom heb ik jullie nodig?\u201d<br \/>\nEn hij begon opnieuw met het verslag:<br \/>\n\u201cIk trek de wildernis in en zal wonen in de bergen van Ararat, bij de laatste zee\u00ebn. Vergeet het maar!\u201d<br \/>\nDe heer honderdman pakte hem bij de hand en zei:<br \/>\n\u201cGenoeg nu, Ryhorovytsj, wees niet boos. Laat maar, ik moest je een beetje plagen, en nu ben je al kwaad. Begrijp je wel? Jij duwt mij dat rapport onder mijn neus, en ik, die helemaal niet kan schrijven, sta erop en teken het. En de kolonel tekende erbij: \u2018kozakhonderdman van Konotop, heer Mykyta, jij bent een dwaas!\u2019 Maar ik werd er niet boos om, ook al heb je mij er lang over lastiggevallen en in mijn gezicht uitgelachen. Genoeg nu! Laten we gaan lunchen\u2026\u201d<br \/>\n\u201cLaat jou en de anderen maar van je lunch genieten, behalve het heilige brood. Moge hij stikken die me zo\u2019n wijsheid probeerde op te dringen!\u201d bromde onze Pistrjak, zijn handen wapperend van woede. Zonder om zich heen te kijken, sleepte hij zich naar huis, mompelend:<br \/>\n\u201cJe zult stikken als ik je een knoedel breng\u2026 Ik breng je onder het klooster\u2026 Er zal in Konotop een honderdman zijn, maar niet Zabrjocha\u2026 zelfs Pistrjak zal eerbied krijgen.\u201d<br \/>\n\u201cEn wat zullen wij nu doen?\u201d vroegen de kozakken, kijkend hoe hun hele leiding weg was: de klerk, alsof hij uit een roes kwam, was huiswaarts vertrokken, en de heer honderdman had zijn hoofd gebogen en trok ook naar zijn huis. Ze kwamen de heer honderdman achterna en vroegen wat ze moesten doen en waarom ze waren samengebracht.<br \/>\n\u201cAch, de kale duivel weet het!\u201d riep Mykyta Oelasovytsj, terwijl hij zowel zijn vader als zijn moeder uitschold. \u201cLaat me met rust. Ga waar je wilt, al was het naar de galg. Welke order kan ik geven als de klerk gek is geworden? Hij heeft dat rapport \u2014 ik noem al het papier rapport, want ik kan geen enkel voorschrift uitspreken \u2014 nou ja, laten we maar afwachten of hij wakker wordt, want hij verzint vaak rare dingen. Anders kunnen we het uitleggen, maar nu\u2026 nooit. \u201c<br \/>\nEn daarmee liep hij in stilte naar huis.<br \/>\nDe kozakken, dit aanziend, gingen hun eigen weg: sommigen naar de herberg, anderen het stro in om uit te rusten na deze exercitie. En weer anderen renden naar de tuinen om de meisjes een beetje bang te maken\u2026<\/p>\n<p>III<br \/>\nTreurig en niet vrolijk zat de heer honderdman Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha op de bank in het grote huis, niet meer in de kamer, nadat hij de kozakkencompagnie had ge\u00efnspecteerd. Daar kwam bovenop het ongeluk van gisteren \u2014 toen juffrouw Olena, de dochter van de vaandrig, hem een stukje geraspte pompoen onder zijn neus had gebracht \u2014 dat hij sinds gisteren niet gegeten of gedronken had, en bovendien nog niet uitgeslapen was. En nu moest hij zich voorbereiden om met zijn compagnie op pad te gaan, helemaal naar Tsjernihiv! Daarbovenop kwam ook nog een nieuw ongeluk: hij had zijn compagniesklerk, Prokip Ryhorovytsj Pistrjak, boos gemaakt. En als die boos is, zal hij geen enkel advies geven over welk bevel of welk rapport dan ook dat het opperbevel stuurt. Wat moest hij nu dan doen? Met zo\u2019n stapel ellende, hoe kon hij nu vrolijk zijn?<br \/>\nJa! Hij zat daar op de bank in het grote huis, aan het uiteinde van de tafel, het hoofd zo gebogen dat het bijna op zijn knie\u00ebn rustte. En hij zat daar al een hele tijd\u2026 Totdat uit de kamer de dienstmeid tot hem sprak:<br \/>\n\u2014 Waarom, mijnheer, zit u daar zo te treuren en zwijgt u? Is het niet tijd om te lunchen?<br \/>\n\u2014 Ik wil dat niet! \u2014 zei Oelasovytsj, zuchtte zwaar door de hele kamer en steunde zijn hoofd op zijn hand.<br \/>\nDe dienstmeid, stemde in, ging weer terug naar de kamer en keek hem vrolijk aan als een klein vogeltje en zei:<br \/>\n\u2014 Of misschien hebt u al geluncht? Of wilt u liever vertrekken\u2026 of iets dergelijks?<br \/>\n\u2014 Ik wil dat niet! \u2014 gaf Oelasovytsj steeds hetzelfde antwoord, zonder haar aan te kijken.<br \/>\nDe dienstmeid trok sip terug naar de kamer en ging in een hoek zitten, mompelend:<br \/>\n\u201cDie zal wel bij de priester geweest zijn, daar zal hij ook geluncht hebben; want die pastoorsmeiden, die krijgen altijd hun zin.\u201d<br \/>\nEn terwijl ze daar zat, bleef ze morren over de priester.<br \/>\nEn Mykyta Oelasovytsj zat daar maar te zitten, verdiept in gedachten. Totdat\u2026 krak!\u2026 er iemand binnenkwam. De heer honderdman keek op\u2026 en het was niemand minder dan Ryhorovytsj zelf. Was hij boos geworden? Nee, hij was niet boos, maar kwam met sluwe plannen naar Mykyta. Luister maar wat er gebeurde\u2026 Hij kwam binnen en bleef stil bij de deur staan.<br \/>\nDe heer honderdman was niet blij om zijn trouwe vriend te zien, maar vooral omdat hij dacht: \u201cNu is hij niet boos en zal hij me advies geven in mijn nood.\u201d Maar Ryhorovytsj had andere plannen: hij bleef bij de deur staan, sprak geen woord en bewoog geen spier.<br \/>\n\u2014 Wat heb je te zeggen, Ryhorovytsj? \u2014 vroeg de heer honderdman.<br \/>\n\u2014 Wat wilt u, heer honderdman? \u2014 antwoordde hij, zonder van zijn plaats te gaan.<br \/>\n\u2014 Ach, rot op met je compagnie! Ken je mij dan niet? Voor de kozakken ben ik de honderdman en jij de klerk; maar als wij twee\u00ebn alleen zijn, dan zijn we als broers. Ga zitten, we gaan lunchen, \u2014 zei Oelasovytsj.<br \/>\n\u2014 Dank u! Ik heb al geluncht, \u2014 knikte Ryhorovytsj terwijl hij dat zei.<br \/>\n\u2014 Aha, dat liegt hij! \u2014 zei de honderdman. \u2014 Ga dan zitten, ik ga eten, en jij drink wat van de brandewijn; dat is zo\u2019n wijsheid van gisteren, net deze week begonnen, en zo sterk dat je wilt blijven drinken terwijl je er eigenlijk genoeg van hebt.<br \/>\n\u2014 Ik heb al de driedubbel-vervloekte beker van ellende leeggedronken, \u2014 zei de klerk, zuchtend, \u2014 en ik kan geen druppel van die overbodige brandewijn meer verdragen; het voelt alsof ik het als een bittere alsem in mijn mond heb.<br \/>\n\u2014 Wat is dat voor een opmerking, klerk? \u2014 begon de honderdman vriendelijk te praten. \u2014 Waarom adem je nog steeds zulke hel uit over mij? Waar gaat dit over? Zelfs een oude zigeuner zou er niets van begrijpen.<br \/>\n\u2014 Het is niet goed, heer honderdman, om het leger van de farao met ons, de rechtvaardigen, te vermengen. Hier kun je zonder zigeuner al genoeg opstoppingen veroorzaken. Toen men mij de driedubbel-vervloekte pinhva bracht, wat bleef er voor mij over? Als een paard en mest! Pfui! Bovendien nog erger!<br \/>\n\u2014 Wat is dat voor een vuile streek, klerk! \u2014 onderbrak de honderdman. \u2014 Je begrijpt nog steeds die verdoemde tak niet\u2026<br \/>\n\u2014 Laat het maar met een knal vergaan in de vuurspuwende grot! \u2014 riep Pistrjak uit. \u2014 En u, heer honderdman, had moeten zwijgen bij mijn geflikker, niet voor de hele compagnie, als een brullende leeuw, maar me gewoon priv\u00e9 de waarheid vertellen, zodat de kozakken later niet zouden zeggen: \u201cOnze klerk is een dwaas, hij begreep niet dat de stok eigenlijk te breekbaar was.\u201d Want ik heb u al in de kamer gezegd: ik was nog dronken, mijn handen trilden als boombladeren, hoe zou mijn hoofd dan nog iets bedacht kunnen hebben? Het was als een woelige zee. Daarom had u, heer honderdman, me in alle goedheid priv\u00e9 moeten waarschuwen, en niet voor de hele compagnie.<br \/>\n\u2014 Je hebt gelijk, Ryhorovytsj, nu zie ik het zelf ook, \u2014 zei onze Oelasovytsj. \u2014 Zo gaat het altijd: wat Pistrjak niet bedenkt, wat hij ook zegt, ik zeg meteen: \u201cJa, dat klopt.\u201d Zo ook nu. Hij knikte instemmend en Oelasovytsj zag hem recht in de ogen; het was als een dumpling met boter op de lippen, en ineens durfde hij met hem te praten en grappen te maken.<br \/>\n\u2014 Ga zitten, vriend. Waarom stond je daar als een hond aan een touwtje bij de deur? Kom, kom, ga naast me zitten. Ik ga lunchen, en jij drink je brandewijn. Pasjka! Breng maar een volle kan brandewijn!<br \/>\nPasjka kwam uit de voorkamer en liep vrolijk door de grote kamer, terwijl ze haar pan een vrolijke blik schonk. Ondertussen liep Prokip Ryhorovytsj peinzend door het huis, neuri\u00ebnd:<br \/>\n\u201cScheid u, eeuwigheid, van de mannen\u201d; toen wierp hij zijn hoed op de grond, zuchtte, en liep naar Oelasovytsj toe, wikkelde zijn snor op en begon te praten:<br \/>\n\u2014 Echt, ik lieg niet. Moge de aarde ons allemaal opslokken als ik zelfs maar een half woord verdraai. Het is mijn taak, als klerk, om het bevel van het opperbevel uit te voeren; want zo is het: elke man heeft een hoofd, het hoofd heeft verstand, het verstand heeft wil, en deze wil bestuurt alles: de hand, de dienaar, elk lid. Dit is een voorbeeld, een illustratie: de man is de kozakkencompagnie van Konotop; het hoofd is de heer honderdman; het verstand in het hoofd ben ik, de nederige klerk; ik heb de wil, dat wil zeggen, de bevoegdheid om een document te schrijven, dat zelfs de kolonel niet beter kan. Als de man niet luistert naar het hoofd, wat dan? Het hoofd wordt dan verward en wankelt. Zo ook met de compagnie: als die niet gehoorzaamt, kan hij me benadelen, en erger nog, spotten met mijn onwetendheid! Wat doe ik hier op aarde?<br \/>\nNa dit alles te hebben gezegd, ging hij op de bank zitten en leunde, zuchtend. Oelasovytsj voelde medelijden en zei:<br \/>\n\u2014 Eerlijk gezegd, broertje, ik heb niets begrepen van wat je me net vertelde; want het is allemaal geschreven taal, en jij weet dat ik daar niets van snap. Dus praat gewoon, niet als een document, maar zeg het rechtstreeks. Dat is al moeilijk genoeg, en dan moeten we ook nog op pad\u2026 Laten we bespreken wat we met dat rapport moeten doen.<br \/>\n\u2014 Ik weet niet wat u zegt, \u2014 begon de klerk te mompelen. \u2014 Moet het opperbevel zulke rapporten echt naar ondergeschikten sturen? Ik heb het u eindeloos verteld, en toch\u2026 alles voor niets.<br \/>\n\u2014 Het is in elk geval een rapport, niet meer dan dat. Ik ben blij dat je het rapport hebt opgesteld, maar wat jij zegt, dat zal ik niet herhalen. Goed, genoeg over de rapporten; laten we bespreken hoe we ons voorbereiden voor de tocht. De compagnie is compleet, dus dat is goed. Vertel nu wat we moeten doen.<br \/>\n\u2014 Hm, hm! \u2014 begon Ryhorovytsj te hoesten, terwijl hij zich herinnerde hoe hij de compagnie had geteld. Hij begon voorzichtig tegen de honderdman te praten, alsof hij hem in moeilijkheden wilde brengen, maar zelf\u2026 dat zullen we nog horen. \u2014 Wat het bevel ook is, heer honderdman, ik zal het nauwgezet uitvoeren.<br \/>\n\u2014 Doe me een plezier, Ryhorovytsj, houd op met dat gedetailleerde gezever! \u2014 zei de honderdman, en ging aan tafel zitten terwijl Pasjka het eten en een volle kan brandewijn bracht. \u2014 Kom naast mij zitten; en als je niet wilt eten, drink dan maar je brandewijn, maar bemoei je niet met mijn zaken.<br \/>\nDe honderdman at stilletjes zijn maaltijd, terwijl de klerk zat en zat, zwijgend, de lepel in dezelfde kom\u2026 en begon toen, zoals hij zei, eerst de hete borsjt met allerlei kleine visjes te verwerken, vervolgens gortepap met olie, daarna afgekoelde borsjt met linzen, en er was dan nog vissoep met steurgarnaal en tarwenoedeltjes, gebakken brasems, en verder niets. Hoewel onze Ryhorovytsj thuis evenveel had gegeten als nu bij de honderdman, maakte het hem niets uit: hij had bij de deken op school geleerd, en het stemgeluid dat hij toen gebruikte bij de maaltijden, was als een bel die door de hele straat klonk, zo luid dat het in de oren pijn deed; de deken had hem daarmee getraind, en zo had onze Ryhorovytsj dat ook aangeleerd, en het maakte hem niet bang om zes maaltijden achter elkaar te eten. Zo begon hij nu bij Oelasovytsj, toen hij het goede eten zag, en bovendien verse vis, te eten alsof hij \u2019s ochtends nog niets had gehad.<br \/>\nHij at goed, zo goed dat het bijna in zijn oren klapte, pakte toen de draagdoek en zonder het in de kruik te gieten, perste hij er al zijn drank uit. Daarna stond hij van tafel op, dankte God en de gastheer, ging op de bank zitten, hoestte, streek zijn snor glad en zei:<br \/>\n\u2014 Uit dank voor de maaltijd en de voortreffelijke drank breng ik mijn verdriet in herinnering aan de Allerhoogste. Moge die vervloekte stok, die door het breken \u00e9\u00e9n van de kozakken had weggenomen, niet herinnerd worden. Verdoemde stok! Moge zij driemaal vervloekt blijven en verbranden in een Chaldeeuwse oven, en nog beter, in een vuur van hyena\u2019s. Laten we nu het werk bespreken en doen. Weet, edele heer, dat het voor ons onmogelijk is om op pad te gaan! O! \u2014 en hij begon krullen te maken met zijn handen.<br \/>\n\u2014 Ho! \u2014 riep pan Oelasovytsj van vreugde en liep naar hem toe om hem uit te vragen, en zei: \u2014 Hoe is dat mogelijk? En het rapport?..<br \/>\n\u2014 Maar! alles is van u! \u2014 zei Ryhorovytsj. \u2014 Sla uw hoofd er nog zo hard op, alles is van u. Nou ja! Hoe ze het ook hebben opgeschreven, we kunnen niet gaan: het komt ons niet uit, we hebben geen tijd!<br \/>\n\u2014 En waarom hebben we geen tijd? Leg het eens uit, kauw het voor me, waarom hebben we geen tijd?<br \/>\n\u2014 Hm, hm! \u2014 zei Ryhorovytsj, na te hebben nagedacht en gekucht, \u2014 wat hebben wij te maken met Tsjernihiv en de hoogste officieren, als de hele wereld ten onder gaat?<br \/>\n\u2014 Hoezo? \u2014 vroeg pan Mykyta geschrokken. \u2014 Waaraan gaat de wereld ten onder? Wat is dat? Ik, honderdman van Konotop, weet toch niet dat de wereld ten onder gaat? Vertel me, alsjeblieft, waaraan hij ten onder gaat en of we hem op een of andere manier kunnen beschermen of ondersteunen?<br \/>\n\u2014 Hij gaat ten onder! \u2014 zuchtte Pistrjak. \u2014 Voor alle zienden en verwonderden, niemand adviseert hulp. Kijk, honderdman Oelasovytsj, en wees verschrikt! Drie weken en een halve zal de regen niet vallen, de aarde zal niet verzadigd worden, en de hemel sluit zich; alles is veranderd in stof en as, alle gewassen zijn verdroogd, en een enkel stofdeeltje dwarrelt door ons universum en \u2014 o, wee mij, zondaar! \u2014 dat stof dringt door in mijn onschuldige neus en veroorzaakt een genies, als was het de geur van onverdraagzaamheid en boetedoening &#8211; bah! Pompoenen, ik was puur en onbevlekt vanaf de baarmoeder van mijn moeder tot nu toe. O wee!<br \/>\n\u2014 Dus waarom zou de wereld nu ten onder gaan? \u2014 zei pan Zabrjocha, \u2014 als jij, klerk, niest?..<br \/>\n\u2014 Maar &#8211; er wordt geniest! \u2014 zei Ryhorovytsj, terwijl hij zijn hoofd schudde. \u2014 Niet alleen ik nies, maar ook de kolonel-klerk, en wat nog: zelfs onze doorluchtige en zeer edele heer-graaf, als die verdoemde pompoenengeur zich in zijn neus nestelt, en de bijbehorende stof wordt door de wind verspreid. En als we niet op tijd gaan besproeien, zal alles uitdrogen en vergaan! Groenten en granen zullen verschrompelen en er zal geen groei van graan zijn; dan zullen wij niet eens kunnen ademhalen, maar sterven door honger en dorst een plotselinge dood. Ik geef u een raad: we moeten onze lijdende aarde bevochtigen!<br \/>\n\u2014 Nu pas begrijp ik door en door wat jij, klerk, tegen me zegt. Jij zegt dat er geen regen is? Wat gaan we dan doen? Kunnen we de krachten van de hemel be\u00efnvloeden en zorgen dat het gaat regenen?<br \/>\n\u2014 Dat kunnen we! \u2014 riep onze Pistrjak door het hele huis, en daarna sloeg hij met zijn vuist op tafel en riep nog luider: \u2014 En nogmaals zeg ik, we kunnen het.<br \/>\n\u2014 Vertel dan, vertel, heer klerk, hoe? Ik, de honderdman van Konotop, weet er nog steeds niets van, \u2014 vroeg pan Zabrjocha.<br \/>\n\u2014 Luister goed, heer honderdman! En wees zo vriendelijk, Mykyta Oelasovytsj, begrijp wat ik u ga zeggen, zodat ik het niet tien keer hoef te herhalen. Er zijn op de wereld goddeloze vrouwen, afstammelingen van het Kana\u00e4nitische volk, volgens de overlevering en traditie, die zich hebben overgegeven aan Be\u00eblzebub en zijn duivelse kunsten en zich oefenen in hekserij. \u2019s Nachts, wanneer wij slapen, verlaten deze goddelozen hun huizen, trekken een wit hemd aan, laten hun haar los hangen als een kameel, en gaan naar de buren en andere bewoners van de omgeving. Ze betreden schuren, stallen, waar zij vee hebben, zowel schapen als paarden, en ook honden en alles wat voortkomt uit hen; en wat denk je? Ze melken krabbelende katten, gemene muizen, verdorven kikkers\u2026 en al het kruipende en springende leven dat melk geeft, en ze gebruiken het uitsluitend voor hun goddeloze kunst; en al die melk zetten ze met duivelse betovering om in tovenarij en gebruiken het zoals zij willen, bijvoorbeeld: ze stelen zuigelingen uit de moederschoot en stoppen in plaats daarvan een kikker, muis of zelfs een puppy; ze zaaien vijandschap en ruzie tussen echtparen; ze wekken romantische gevoelens op tussen jongen en meisje die niet bij elkaar horen, en allerlei andere kwaadwillige dingen; maar het ergste van alles: ze sluiten de hemelse sluizen en verhinderen dat de regen de aarde bevochtigt, zodat het menselijke ras vergaat. Begrijp je nu, edele heer, waar deze ramp vandaan komt die ons land treft, dat we zelfs tot op heden geen druppel regen hebben gehad? Kom op, vertel me: heb je mijn woorden begrepen?<br \/>\n\u2014 Ja, ja! \u2014 zei pan Zabrjocha, hoewel aarzelend, \u2014 ik begrijp het nu. Jij vertelde me dus dat er bij ons geen regen valt, klopt dat?<br \/>\n\u2014 Ja, ja. Maar door wie gebeurt dat?<br \/>\n\u2014 Door\u2026 kikkers, of\u2026 door iemand\u2026 ik heb niet goed geluisterd.<br \/>\n\u2014 Welke kikkers? Door heksen, door heksen, zeg ik u.<br \/>\n\u2014 Nou, verdoem ze, noem ze niet bij naam bij mij, heer klerk! Zelfs tot vanavond en ver weg, maar als je me bang maakt, zal ik de hele nacht angstig zijn en niet slapen: ik zal bang zijn voor alle heksen.<br \/>\n\u2014 We hoeven ons echter niet te laten intimideren, we moeten ze zelfs tot de derde generatie uitroeien.<br \/>\n\u2014 Hoe ga je ze dan verslaan, Ryhorovytsj? Ze zal zich oprollen, onder je voeten gooien, je omverwerpen en verdwijnen. Bestaat dat niet? Vertellen oude mensen zulke verhalen niet genoeg, zodat je de hele nacht trillend wakker blijft liggen?<br \/>\n\u2014 Niet alleen de oude mensen, maar ik kan ook over zo\u2019n kwelling vertellen. Op een avond ging ik met de jongens naar een avondfeest, we aten en dronken genoeg, maar ook te veel; en toen ik terugkeerde naar mijn verblijf, vlakbij het oude huis van Tsymbalycha, verscheen plotseling iemand onder mijn voeten; mijn hoofd draaide, ik wankelde en viel, en sliep daar als een dode tot de ochtend. Dit was niets anders dan het verschijnen van een vervloekte heks. Het is dus noodzakelijk ze goed te verdrukken, zodat ze regen uit hun geheime krachten laten vallen en de aarde bevochtigen.<br \/>\n\u2014 Hoe moeten we dat aanpakken, heer Ryhorovytsj, zodat ze regen terugbrengen en ons geen kwaad doen achteraf?<br \/>\n\u2014 We zullen ons niet laten intimideren of bang zijn! \u2014 zei pan Pistrjak. \u2014 De zalige en eeuwige roemwaardige herinnering aan uw vader, Oelas Panasovytsj, de dappere honderdman van de Konotop-honderd, wiens wijze bestuur door het hele universum bewonderd werd \u2014 moge de aarde zacht boven hem rusten \u2014 hij bestuurde deze Egyptische vrouwen, in feite heksen, met godsvrucht en wijsheid. U, edele heer, moet naar dat voorbeeld handelen en hetzelfde onverwijld doen.<br \/>\n\u2014 En wat deed mijn overleden vader met hen? Vertel het me, misschien kan ik het ook doen?<br \/>\n\u2014 Uw altijd te gedenken vader martelde ze en verdronk ze in de rivier. Als het een heks is zal zij niet naar de rivierbodem zinken, zelfs als er een molensteen aan haar vastzit; maar als ze onschuldig is, zal ze wel in het water zinken. Vertel mij, heer honderdman, moeten we ze verdrinken?<br \/>\n\u2014 Ja, verdrinken! Waarom zou je lafaards sparen? \u2014 besloot Oelasovytsj.<br \/>\n\u2014 Goed, \u2014 zei de klerk, \u2014 bij het ochtendgloren zal ik alles regelen zoals gebruikelijk in zo\u2019n geval, en alles zal ordelijk verlopen; en we gaan dan niet naar Tsjernihiv?<br \/>\n\u2014 Nee, heer klerk, dan niet. Alleen\u2026 hoe kunnen we aan hen ontsnappen?<br \/>\n\u2014 We zullen ontsnappen, heer honderdman; en daarom zullen we meteen een bode sturen, de man met \u00e9\u00e9n been, Ilko Chverloesjenko, die zal hinken naar het hogere gezag met het rapport dat we de veldtocht niet kunnen ondernemen, omdat wij de heksen in de diepten van onze vijver zullen werpen, die anders de hele wereld zouden vernietigen door de regen voor zichzelf te houden.<br \/>\n\u2014 Goed, goed, heer klerk, dat is een zeer verstandig plan. Ga dan en schrijf het rapport, want ik ben, terwijl ik met u praat, erg slaperig geworden. Ik had nog mijn probleem moeten vertellen, maar ik kan het niet, ik ga nu maar slapen\u2026 \u2014 zei de honderdman, terwijl hij diep geeuwde.<br \/>\nProkip Ryhorovytsj ging toen regelen hoe de heksen morgen zouden worden verdronken, en Mykyta Oelasovytsj ging rusten en viel al bijna in slaap.<br \/>\nDit kwam goed uit voor onze heer Pistrjak. Hij had bereikt wat hij wilde en waar hij al lang naar streefde: hij had de honderdman voor de gek gehouden, zodat deze de bevelen van het gezag negeerde, niet naar Tsjernihiv ging om zich te verdedigen tegen de Tataren of de Polen; en terwijl de hinkende Chverloesjenko het rapport aan het gezag overhandigde, zou men denken dat de honderdman van Konotop, in plaats van te handelen, bezig was met het verdrinken van heksen. Men zou denken dat hij dwaas was, maar dan ook heel erg\u2026 &#8220;Waarschijnlijk wordt hij vervangen en krijgt iemand anders de leiding\u2026 en er is immers niemand meer, behalve ik.&#8221; Zo dacht Ryhorovytsj; en hij gniffelde zoals een koster bij het voorlezen van de middernachtsdienst: &#8220;En de vrouwen en meisjes die mij ooit kwaad hebben gedaan, of\u2026 die zich niet hebben gehouden aan gehoorzaamheid\u2026 ik weet wie ze zijn\u2026 ik zal ze dat allemaal goed betaald zetten! Gelukkig dat mijn dwaas zijn nek strekt en zichzelf in gevaar brengt, als een os in een juk. Nu, Prokip, let goed op!&#8221; Hij geeuwde nog eens en zei hardop tegen zichzelf: &#8220;Een zegen voor onze slimme en sluwe klerk, een nuttige taak, wanneer het gezag zo\u2019n dwaas is als onze altijd te gedenken pan Zabrjocha! Zowel de rechterhand als de linkerhand zullen niet tekortschieten, en de zakken en kisten zullen gevuld worden. Moge, o God, er altijd zulke mensen zijn!&#8221;<\/p>\n<p>IV<br \/>\nHet was triest en somber op een ochtend in het beroemde honderdman-dorp Konotop. Hoewel de zon nog niet op was en de maan zich nog niet goed had teruggetrokken, klonk er al overal op de straten rumoer, geren en geschreeuw, en daarna verstomde het en was het hele volk verdwenen, zodat er nergens iemand in de huizen of straten te zien was, alsof het paasdag in een herberg was v\u00f3\u00f3r het ochtendgebed.<br \/>\nAlleen het geluid van de koeien was te horen, die zo hard mogelijk loeiden; de boerinnen kwamen niet om ze te melken en dachten er niet aan ze naar de kudde te brengen; de kalfjes in de stallen, die hun moeder horen loeien, mekkeren en lieten hun stem horen, alsof ze vroegen om snel naar buiten te mogen; de schaapjes blaten; de geiten volgen hen en stampen en rennen in de omheining, zoekend naar een uitweg, om hun lammeren mee te nemen; de paarden hinniken over het hele dorp, de echo galmt tot in de velden; de ganzen gakken in de stallen, de eenden kwaken, de kippen kakelen, want elk schepsel lijdt zonder menselijke hulp; en als ze dat lawaai horen, blaffen de honden of huilen ze; kleine kinderen, die nog niet kunnen lopen, kruipen rond hun afgesloten huis en grijpen met hun handjes de opstapjes vast, proberen op hun voetjes te komen en vinden een stok op het opstapje, nemen die in hun mond en zuigen erop in plaats van op een bot; en als ze het in hun handen draaien, kunnen ze zich niet beheersen en\u2026 spugen op de vloer en beginnen te huilen; en een puppy, die daar dichtbij is en hongerig is, komt en likt de tranen en de rand van de neus, en slikt het in de mond, waardoor het kind, dat zich niet kan verdedigen, nog harder huilt, denkend dat iemand zal komen om het te redden en te troosten\u2026<br \/>\nDe huizen in het hele dorp waren afgesloten; wagens, ploegen, eggen, die de avond ervoor waren klaargemaakt, stonden er nog steeds stil; de ossen, nadat ze hun stro hadden gegeten en zagen dat niemand hen water gaf of aanspande, liepen de straten op en graasden overal waar ze tarwe of riet of ander onkruid vonden\u2026<br \/>\nBij de kosterschool was er niet \u00e9\u00e9n schooljongen te zien! En heer Simeon, die op hen wachtte, liep rond de school, zich voorbereidend op de begrafenis en denkend aan de kasja met honing, terwijl hij nauwlettend het erf van de oude Kyryk in de gaten hield, waar gisteren al een boterfeest voor hem was gehouden. Misschien komt er rook uit de pijp, misschien wordt er al gekookt, nu hij overleden is\u2026 Maar nee! Geen rook uit de pijp en op het erf loopt ook niemand rond.<br \/>\n\u201cEch, ech! Wanneer zal hij uit zijn ziekbed opstaan?\u201d \u2014 dacht heer Simeon en mijmerde terwijl hij over het erf liep. Wat zijn de mensen tegenwoordig toch voorzichtig met hun gezondheid en lang leven; hij denkt aan de cholera, hoe ze toen verstandig moesten leven, en zucht zwaar, gaat de hut binnen en begint plotseling streng te zijn tegen de schooljongens, om zich ergens op af te reageren\u2026<br \/>\nIn de tuinen groeit het onkruid groot en sterk, maar niemand denkt eraan om het te wieden, hoewel de schoppen ernaast liggen; tussen de bedden met zaailingen, bieten en andere groenten doen de varkens met hun biggetjes hun werk, en het kan hen niet schelen wat de dames overhouden: ze eten alles op en met hun snuiten maken ze nieuwe bedden die de arme vrouw na twee dagen nog niet netjes krijgt. Maar nu kan niemand ze verjagen, want er is niemand\u2026<br \/>\nEn wat is er te doen: zelfs in de herbergen is het leeg; de herbergier slaapt op een bank, want er is helemaal niemand, niet om te drinken, en geen vrouwen of schoondochters, dus niemand verbiedt hem te dutten; de schalen die hij gisteravond had gespoeld en klaargezet staan nog steeds, en niemand komt de herberg binnen\u2026<br \/>\nWaarom is het zo stil en triest in het beroemde honderdman-dorp Konotop, waarom is het zo stil dat je geen enkel geluid hoort? Op geen enkele straat is er iemand te zien, alsof \u2014 moge God barmhartig zijn! \u2014 alle mensen in het dorp gestorven zijn, of \u2014 nog erger \u2014 door de Krim-Tataren zijn weggevoerd? Waar zijn ze heen gegaan, toen ze hun huizen en hun kleine kinderen achterlieten? En de vrouwen, die de hele dag bij elkaar konden zitten om te kletsen, maar de mannen en kinderen hebben niets te eten, dat maakt hen niet uit; maar geen enkele man is in het dorp te zien, zelfs geen kind dat al kan lopen\u2026 Waar is iedereen?<br \/>\nAh! Ze zijn allemaal verzameld bij de vijver en kijken\u2026 Maar waar ze naar kijken, is verschrikkelijk! Zo\u2019n spookachtig tafereel heeft zelfs de oudste in het dorp nog nooit gezien\u2026<br \/>\nMidden in de vijver zijn vier dikke palen geslagen, bovenaan met touwen vastgebonden en op een slimme, ingewikkelde manier door elkaar gevlochten; in elke paal is een gat geboord en daar is een touw doorheen gehaald\u2026 Op de vijver varen mensen in boten, maar het zijn geen vissers, want er zijn geen netten of haken, alleen touwen\u2026<br \/>\nEn op de oever daar is het hele volk van het beroemde honderdman-dorp Konotop verzameld, nog v\u00f3\u00f3r de zon opkwam en de maan zich had teruggetrokken\u2026 Daar zijn de moeders die hun huizen, hun kleine kinderen, varkens, vogels en koeien hebben verlaten en de ovens niet stookten. Daar zijn de mannen die hun zieke vrouwen en het vee hebben achtergelaten en vergeten dat ze naar het veld moesten gaan\u2026 Iedereen, echt iedereen, is verzameld om te kijken wat er gaat gebeuren\u2026<br \/>\nEn ze zijn met velen! Langs de hele oever, op de heuveltjes, zo dicht opeengepakt als graankorrels in een zak. En de jongens en jonge mannen, die door de mensen niets konden zien, klommen zelfs in de wilgen om het te zien, en zaten daar als kraaien\u2026<br \/>\nHet geschreeuw en rumoer van die mensen! Het klonk als kolkend water dat een dam doorbreekt: iedereen praat tegelijk, niemand luistert naar iemand anders, net als onze kletskous-vrouwen! Daar is de herbergierster met haar schoondochters, die alleen willen slapen; ze praten, kletsen, vertellen wie gisteren in de herberg was, hoeveel ze dronken, wie wat kreeg, wie iemand dwong, wie met wie ruzie kreeg, wie een vrouw wegjoeg en haar hoedje van haar hoofd sloeg, waardoor haar haar de hele straat oplichtte; hoe meisjes, bedrieglijk, in plaats van zogenaamd voor hun vader, voor zichzelf drank kopen en stiekem in de tuinen met jongens drinken, en nadat ze dronken waren, vechten en stoeien en\u2026 \u201cHou op! Vertel niet alles!\u201d \u2014 riep de herbergierster naar een schoondochter, die toen zweeg; maar ze wilde waarschijnlijk iets goeds zeggen\u2026<br \/>\nEn aan de andere kant, bij de wilgen, in plaats van naar school te gaan en iemand psalmen of teksten uit het boek te leren, of om cijfers te oefenen, verzamelden de schooljongens zich in een groep en maakten stiekem een vers voor hun koster en zongen het op de zesde toon\u2026<\/p>\n<p>Komt allen, parochianen,<br \/>\nKijk eens, al onze kosters zijn dronken,<br \/>\nEn vooral Simeon \u2014 maar,<br \/>\nVan de sterke drank ziet hij niets,<br \/>\nEn op het orgel kan hij niet spelen,<br \/>\nEn hij is vergeten het psalter te lezen,<br \/>\nHet enige wat hij kan, is de schooljongens lessen geven.<br \/>\nVandaag waste de kostersvrouw eens zijn hoofd,<br \/>\nEn nadat ze het had gewassen, doofde ze het licht\u2026<\/p>\n<p>Hoe zal pan Simeon hen straffen met de roede die hij van huis had meegebracht; en hoe zal hij hen ermee naar school drijven, terwijl hij hen tegelijk, hen jagend, zweert dat voor deze straf, behalve de zaterdagse les (de \u2018Straf van de schooljongens op zaterdag\u2019), die wettelijk gepast is, hij hen een volle maand de hele dag lang zou gaan tuchtigen\u2026<br \/>\nEn daar, bij de molen, wat gebeurt daar! Hoor, hoor! Maar liefst dertig kozakken, sommigen met een knots, anderen met een zweep, weer anderen met een stevige stok, met touwen of met een kar, en allen houden ze zich stevig vast aan touwen, en met die touwen zijn zeven heksen vastgebonden\u2026 En wie zijn die heksen, dat zal ik jullie vertellen.<br \/>\nDe eerste is Prisjka Tsjyrjatsjka, die al sinds haar jeugd vaak in arrest zat (gebonden aan de kerkmuur voor immorele daden). Ze heeft drie mannen naar het hiernamaals gestuurd en al het vee omgezet in kruiden, wortels en allerlei medicijnen, en geneest mensen van koorts, bijtkuren en mazelen, want ze pest sinds haar jeugd blinde puppy\u2019s; ze laat koorts afnemen, verlicht paniek, bevrijdt van een boze spreuk, brouwt zonnebloemen\u2026 en wat weet zij niet? Mensen kwamen van overal, soms twintig mijl ver, voor genezing door haar; aan wie leven gegeven is, helpt ze, wie sterven moet, sterft onmiddellijk na haar water; en Prisjka zegt: \u201cHij was niet zo ziek dat hij zou moeten overleven!\u201d<br \/>\nEen keer vroeg pan Pistrjak haar om liefdesdrank, zodat elk meisje of jonge vrouw die hij op het oog had, hem zou beminnen; hij dronk die liefdesdrank en ging naar een avondfeest, maar hij kon niet eens aankomen\u2026 zo verhinderde het hem! Sindsdien is hij haar vijand geworden.<br \/>\nDe tweede was Chymka Rjabokobylycha, een oude vrouw, zo oud dat ze al op haar laatste levensdagen liep; en als iets van iemand verdwijnt, moet je niet naar een waarzegster gaan; zij geeft de meest bekwame leugen, en beschuldigt wie ze wil. Haar woorden werden altijd geloofd, want ze zag met haar oude ogen welke folteringen en misdaden er in de wereld waren; ze kon iemand beschuldigen van diefstal, en als zij zei dat het niet diegene was, werd die vrijgelaten en iemand anders werd bestraft, zelfs als diegene niet in het dorp was. Zo zei ze eens over pan Pistrjak \u2014 en zelfs de oversten konden dat niet negeren! \u2014 dat hij bij iemand bijen had gestolen. Sindsdien richtte Pistrjak zijn woede op haar.<br \/>\nDe derde is Javdocha Zoebycha, oud, heel oud! Maar oude mannen vertellen dat zij al zo oud was toen zij nog jongemannen waren; men schat haar leeftijd op minstens vijftig jaar. Mensen zeggen dat ze overdag oud is, bij zonsondergang jonger wordt, en om middernacht verandert in een jong meisje, en dan weer oud tot zonsopgang. Als ze jonger wordt, draagt ze een wit hemd en laat haar haar los als een meisje, en gaat dan koeien, schapen, geiten, merries, honden, katten melken, en in de moerassen kikkers, hagedissen, slangen\u2026 Als zij iets wil uitmelken, krijgt ze het. Een keer las pan Pistrjak een bevel van de overste voor aan het volk, en hoewel hij daarvoor vijf dagen flink had gerookt, begon hij netjes te lezen, maar Javdocha Zoebycha kwam voorbij, glimlachte naar hem, en hij gooide onmiddellijk zijn papier op de grond en begon een dans voor het volk. Sindsdien, zodra pan Pistrjak even buiten komt, jaagt hij op schimmen.<br \/>\nDe vierde is Pazjka Psjoetsjycha, niet zo oud. Ze werkt stil en zonder opschepperij, bedrijft tovenarij. Als iedereen gaat slapen, gaat zij naar buiten en zwaait met haar hand. Waar ze zwaait, gaan de wolken heen. Wie ook naar haar komt, om te voorspellen, een geneesmiddel te krijgen of iets dergelijks, zij neemt niets aan en zegt: \u201cIk weet niets; ga weg!\u201d Ja, ja! Ze weet echt niets!<br \/>\nDe vijfde was Domacha Karljoetsjkivna. Al sinds haar jeugd was ze zo mooi dat het haast niet te vertellen is. Ze was klein van stuk: maar in welk huis ze ook binnenkomt, haar hoofd raakte bijna het plafond; slank en strak, met haar op het hoofd als wol op een rol, en als ze haar mond opende, paste er een schep in; een neusje als een roodborstje; en als ze met haar ogen vanuit Konotop keek, keek het ene naar Kyiv en het andere naar Bilahorod, en die ogen leken vastgeplakt met room; haar gezicht wit als een koetsiershemd, en verder was haar hele lichaam gekrast als met een hark. Met zo\u2019n schoonheid verbaasde ze iedereen; eerst begeerde ze pastoors, later richtte ze haar aandacht op de klerken van het stadhuis, daarna zelfs op boeren, maar o, zelfs de lijkman keek niet. Niets deed ze! Ze bond haar hoofd af, trok zich terug in een verlaten huis op een weide boven een moeras, en begon te toveren en mensen dwars te zitten. Niemand durfde haar meer te benaderen! Als je haar niet gewoon groette, of iets probeerde te doen zonder te kijken, schreeuwde ze meteen: \u201cJij, hondenzoon, pas op; hou je aan de regels!\u201d Zo ging het: struikel je ergens, verslik je je tijdens het eten, of verlies je iets als je dronken bent, je ontkomt er niet aan! Zelfs als het niet direct gebeurt, zal het later, bijvoorbeeld donderdag of een uur later, alsnog op je terugkomen. Het is eng om nog meer over haar te vertellen. Bah! Het zou al nachtmerries opleveren\u2026<br \/>\nDe zesde was Vekla, de schoondochter van de oude Sjtyr, en de zevende was Oestja Zjolobycha; maar laat iemand anders dat vertellen, ik heb geen tijd: de mensen van Konotop begonnen te rumoeren en te bewegen, iemand maakt een pad naar de vijver vrij, maar als het varken gebraden wordt kijkt het niet meer om naar de biggetjes.<\/p>\n<p>V<br \/>\nBedroefd en onvrolijk, opgeblazen als een kalkoen voor de hennen, gaat de dappere commandant van de Konotopse honderd, pan-kapitein Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, naar de vijver van Konotop. Hij draagt een blauwe tsjerkeska met naar achteren geslagen schouders en een Tataarse gordel, een mes aan een ketting, een gewassen gezicht, geschoren baard en een hoed op het hoofd, maar zijn ogen zijn slap en gezwollen, als na een nachtlang feesten. Dat klopt: van verdriet had hij de hele nacht aan een zakdoek gezogen, terwijl Pazjka, zijn knecht, bijgoot. Na zo\u2019n werk kan je niet slapen, en luister je de hele dag naar gezoem; dat weet ik. Dus hoe kan hij niet droevig en somber zijn? Zelfs toen hij naar de mensen toe liep, die hun hoeden hadden afgenomen en voor hem bogen, liep hij trots voorbij, keek naar niemand en blies alleen zijn wangen op, zodat iedereen wist dat hij hier de baas was.<br \/>\nBij de vijver aangekomen keek hij rond en riep streng:<br \/>\n\u2014 Wat is er aan de hand?<br \/>\n\u2014 Alles is gereed, \u2014 antwoordde de klerk van de Konotopse honderd, Prokip Ryhorovytsj Pistrjak, staande bij de bewakers die een rij heksen in de gaten hielden, oplettend dat geen enkele zou ontsnappen, door zich te veranderen in een kraai of een varken; en toen hij het geroep van zijn baas hoorde, nam hij meteen zijn hoed af, liep naar hem toe, boog diep voor hem en zei: \u2014 Wij wensen u, meneer de kapitein, een drievoudig versterkte verrukking en een aangenaam dagverblijf toe!<br \/>\n\u2014 Dank u! \u2014 zei Oelasovytsj luid, hem was nog niet helemaal helder wat pan Pistrjak had gezegd, was zelf ook niet in staat om een samenhangend woord uit te brengen, maar gewoon wat er in hem opkwam; daarbij tilde hij alleen even zijn hoed op van zijn hoofd, spuugde er snel op en zei met gezag, iedereen rondkijkend maar niemand specifiek aanziend:<br \/>\n\u2014 Gezondheid!<br \/>\nEn dat is wel bekend: overal is het zo dat hoe dommer de baas, hoe trotser hij wordt, en hoe meer hij rondfladdert als een vacht boven het vuur.<br \/>\n\u2014 Gezondheid, grootse heer, pan-honderdman! \u2014 riep de menigte, mannen brulden, de vrouwen krijsten, de kinderen piepten, en ze bogen diep voor hem\u2026<br \/>\nToen fluisterde Ryhorovytsj in het oor van pan Mykyta:<br \/>\n\u2014 Zorg dat het werk begint, breng orde in ons Palestina\u2026<br \/>\n\u2014 Bah, wat een dwaas, en een klomp boter! \u2014 fluisterde Oelasovytsj terug, \u2014 hoe kan ik dat nu regelen, als ik er niets van begrijp en niet snap wat er allemaal gaande is?<br \/>\n\u2014 Doe mij geen buigingen in deze zaak! \u2014 zei de klerk en ging weer aan het werk.<br \/>\nNou ja! Onze honderdman, Mykyta Oelasovytsj, miste misschien wel de negende hersenknoop, maar hij had toch nog genoeg verstand om te begrijpen dat je, zoals men zegt, geen priestergewaden moet aantrekken als je geen priester bent.<br \/>\nHij begreep er helemaal niets van, maar ergerde zich niet, in tegenstelling tot onze opperrechter, dat hij maar reg\u00e9re! Die kon je niet stoppen: of het werk belangrijk was of niet, hij zette overal zijn handtekening onder. De klerk probeerde hem te stoppen, maar nee! \u201cIk wil niet dat het werk blijft liggen; ik teken het, en dan is het klaar!\u201d Zo was het: zodra de klerk zag dat de rechter naar de commissie ging, verstopte hij meteen alle papieren, anders zou de rechter ze allemaal ondertekenen.<br \/>\nEens \u2014 och, wat hebben we gelachen! (ik diende toen nog op het college en leerde net offici\u00eble stukken schrijven, want ik was nog maar een jongen van negentien) \u2014 hadden de klerken een document opgesteld om de rechter als monnik te laten tonsureren en zijn vrouw uit te huwelijken aan de kwartierpan, met wie ze nogal vaak achter de molen het bos in ging.<br \/>\nNou, ze legden die brief dus voor aan de rechter. Nauwelijks was hij binnengekomen en gaan zitten, of hij zag het document, trok het naar zich toe, sloeg een kruis en zei:<br \/>\n\u2018Laat het maar niet te lang aanslepen! Ze mogen me dankbaar zijn dat ik de zaak snel beslis; en de schuldige moet zichzelf maar beklagen.\u2019 En krabbel \u2014 hij zette zijn handtekening \u2018met eigen hand\u2019. En die jongens \u2014 kuch, kuch, kuch! De klerk moest hen haast met porren in de nek tot stilte manen. Toen hij de rechter eindelijk had uitgelegd wat er eigenlijk in die brief stond, scheurde hij hem in stukken\u2026<br \/>\nMaar goed, laten we verdergaan met ons verhaal&#8230;<br \/>\nDaar staat pan Oelasovytsj, met de handen in de zij, als een hert dat pronkt bij de Kyivse school, toen kwam Choma Kalyberda, een oude man, nam zijn hoed af, boog vijf keer diep en durfde toen te zeggen:<br \/>\n\u2014 Dank u, pan Oelasovytsj, dat u zich bekommert om het oude gebruik. Uw overleden grootvader, pan Opanas Zabrjocha, moge de aarde licht zijn, liet ons nooit pijn doen. Zelfs bij een kleine droogte ging hij onmiddellijk in tegen de heidense heksen; en als hij er drie of vier verdronk, waar zou dan de regen vandaan komen! Alles was in orde! Dat is oud gebruik! Een geliefd werk!<br \/>\n\u2014 Dan zal ook het nieuwe niet slecht zijn, \u2014 zei pan Zabrjocha plechtig en stapte achteruit van Kalyberda, zodat hij niet te dichtbij kwam en zich niet opdrong; en om zich sneller los te maken, riep hij Ryhorovytsj en zei:<br \/>\n\u2014 Wat nu?<br \/>\nDie, volledig klaar, liep naar hem toe, giechelde, krulde zijn snorharen \u2014 het was een nieuwsbericht dat als uit een brief leek te komen \u2014 en zei:<br \/>\n\u2014 Laten we de gezamenlijke actie uitvoeren en het onreine in de waterbronnen werpen. Komaan, broeders, doe het!<br \/>\nDe wachtende kozakken, zodra zij het bevel van de klerk hadden gehoord, maakten meteen Vekla Sjtyrytsjna los uit de heksenketen; ze grepen haar snel stevig bij armen en benen, zodat ze zich niet kon loswringen, en rennend en lachend brachten ze haar naar de boten\u2026<br \/>\nZij schreeuwt: \u201cVaarwel!\u201d<br \/>\nDe kinderen rennen achter haar aan en jammeren alsof ze al dood is; oude Sjtyra strompelt erachteraan, huilt en scheldt zowel de kozakken als de honderdman uit, maar vooral de klerk\u2026<br \/>\nNiemand let op hen, en sommigen uit de menigte roepen:<br \/>\n\u201cHou haar steviger vast, Josyp! Zie je niet dat ze tegenstribbelt?\u201d<br \/>\nEen ander zegt:<br \/>\n\u201cGepakt? Wat dan nog? Dat is niet hetzelfde als \u2019s nachts koeien melken\u2026\u201d<br \/>\nEn nog veel meer riepen ze haar na, totdat ze haar bij de boot brachten, haar erin sleurden en daar nog steviger vasthielden. Toen ze haar bij de palen brachten, bonden ze haar armen en benen stevig vast met touwen; de touwen werden door de lussen aan de palen gehaald en, haar met de touwen omhoogtrekkend, gooiden ze haar tegelijk in het water\u2026<br \/>\nAls een steen zonk ze naar de bodem; alleen wat luchtbellen borrelden omhoog!<br \/>\n\u201cTrek haar terug, trek haar terug! Ze is geen heks, geen heks!\u201d \u2014 bulderde de menigte als \u00e9\u00e9n stem, en de jongere mannen die dichterbij stonden, sprongen toe om te helpen bij de touwen.<br \/>\n\u201cDompel haar onder, dompel haar nog dieper, driemaal vervloekte dochter van Kana\u00e4n!\u201d \u2014 loeide Prokip Ryhorovytsj als een os en hield de mensen tegen zodat ze Vekla niet terugtrokken.<br \/>\n\u201cLuister naar mij!\u201d \u2014 schreeuwde Oelasovytsj uit alle macht. \u2014 \u201cIk ben de honderdman. Ik beveel: trek haar terug! Als ze niet onderduikt, dan is ze geen heks.\u201d<br \/>\n\u201cGeen heks, geen heks; ze dook niet onder, dus geen heks; trek haar terug!\u201d \u2014 riep het hele volk, en niemand luisterde nog naar de klerk. Ze trokken Vekla eruit, helemaal dood, maakten haar los van de touwen en, zonder haar op de grond te leggen, begonnen ze haar in hun armen weer bij te brengen.<br \/>\nTerwijl dit gebeurde, riep de heer honderdman, nadat hij was bekomen van het geschreeuw en de drukte, Ryhorovytsj bij zich en vroeg:<br \/>\n\u201cZeg mij eens, waarom beval je haar te verdrinken? De vrouw is nog niet oud en komt uit een rijke en eerbare familie; er was niets bijzonders over haar bekend.\u201d<br \/>\n\u201cIk oordeel rechtvaardig en zonder enig aanzien des persoons,\u201d zei Ryhorovytsj, \u201czij is weliswaar nog geen oude vrouw, maar zij heeft duivels veel geld. Ik vroeg het, ze gaf het niet; ik wilde lenen, ze vertrouwde mij niet; ik leverde haar over aan de wacht, en zij kocht zich niet vrij zoals de anderen. Daarom besloot ik haar onder te dompelen en niet omhoog te halen voordat zij mij gaf wat en hoeveel ik vroeg. Zij is in leven, haar moeder mag een vijg krijgen, driemaal in leven! Ik zie dat men haar al heeft drooggeschud. Laat haar maar voorspoedig leven, voor een tijd lang. En brengt mij hier Oestja Vetsjericha!\u201d \u2014 riep Ryhorovytsj naar de wachters.<br \/>\nZe sleepten Oestja aan, en met haar gebeurde hetzelfde als met Vekla; alleen toen men haar in het water wierp, was het meteen amen met haar. Hoe men haar ook schudde, men kon haar niet meer tot leven wekken, en dat bleef zo.<br \/>\nDe heer honderdman vroeg de klerk ook naar haar, en deze bekende hem zachtjes:<br \/>\n\u201cIk wenste een verbintenis aan te gaan met haar dochter Odaria, zeer schoon van aangezicht, en zij, driemaal onkuise, stopte in plaats van de gewenste maagd mij een vervloekte pompoen in de zak en bedekte mijn voor- en achterkant met schande als met een vod. Daarvoor krijgt zij nu deze straf\u2026\u201d<br \/>\nEn toen mengde Talymin Levoerda zich onder hen, diep buigend, en vroeg:<br \/>\n\u201cWees zo goed, heer honderdman Oelasovytsj, misschien kunt u mijn vrouw ook eens afspoelen, want misschien is zij ook een beetje een heks\u2026\u201d<br \/>\n\u201cBreng haar hier!\u201d \u2014 zong haast pan Zabrjocha. \u2014 \u201cOns moet je niet in handen vallen, we leren je wel, vooral degenen die goede mensen geen roesjnik maar een pompoen geven.\u201d<br \/>\nHij dacht aan zijn eigen ongeluk, zuchtte zwaar, liet zijn hoofd hangen en stond zo.<br \/>\nMaar zodra Prokip Ryhorovytsj hoorde waarover Levoerda begon te vragen, begon hij te beven als een zigeuner in de vorst; zijn ogen flikkerden, zijn gezicht werd rood, zijn lippen trilden en hij kon nauwelijks spreken:<br \/>\n\u201cEn waarom\u2026 waarom zou men jouw vrouw verdrinken? Tovert zij dan?\u201d<br \/>\n\u201cEn hoe zou ze niet toveren?\u201d zei Talymin Levoerda tegen Oelasovytsj. \u201cLuistert u maar, goede heer! Wel tien keer had ik zo\u2019n verschijning dat midden in de nacht iemand op het raam klopte; klopte en klopte totdat mijn Stecha, mijn vrouw, wakker werd; zij stond op en ging het huis uit, en ik viel weer in slaap; tegen de ochtend kwam ze terug. Dan vraag ik: \u2018Waar ben je geweest?\u2019 En zij zegt: \u2018Bij de koeien, ik heb het koud gekregen, ik ga liggen.\u2019 Ik zeg: \u2018Ga maar liggen,\u2019 en zij gaat liggen en zegt dat ze het koud heeft, maar ze gloeit als vuur. Dus ziet u, goede heer, ze stond niet op voor de koeien, maar om te toveren, vast en zeker te toveren.<br \/>\nEn vorige week zag ik zelfs met eigen ogen de duivel, levend als wat, net als ik u nu zie, heer honderdman, moge u gezond blijven. Zo was het: ik ging naar de jaarmarkt en zou drie dagen blijven, maar er kwam iets tussen en ik keerde diezelfde nacht laat terug. Ik klop op de deur, mijn vrouw doet niet open, praat met iemand en lacht, en er brandt licht. Ik ruk aan de deur, de grendel springt los, ik ga naar binnen en zie\u2026 bij haar op bezoek is de duivel, precies als de klerk Prokip Ryhorovytsj, moge hij gezond blijven; hetzelfde gezicht, dezelfde kleren, alles precies zo. Ik op de duivel af \u2014 hij van mij weg; ik achter hem aan \u2014 en de vervloekte duivel vlucht naar het voorportaal (maar die deur had ik zelf nog afgesloten); hij ziet dat het slecht afloopt en vlucht de schoorsteen in. Ik schrik, ren terug de kamer in, spring op de slaapbank, trek mijn schapenvacht over mij heen en tril van angst dat ik de duivel heb gezien en dat mijn vrouw met hem omgaat.<br \/>\nDus zeg ik u: mijn vrouw is niet te vertrouwen, helemaal niet te vertrouwen; spoel haar ten minste een beetje af, misschien gaat het dan regenen.\u201d<br \/>\n\u201cWat dan? Dan zullen we haar ook afspoelen. Meneer de klerk! Vooruit!\u201d \u2014 zo sprak de heer honderdman tot Ryhorovytsj.<br \/>\nMaar die schreeuwde hem toe dat het dreunde:<br \/>\n\u201cZijn jullie bezeten? Of zijn jullie gewoonweg gek geworden? Het past u niet om zonder mijn noodzaak enig besluit uit te vaardigen, want elke zaak moet ordelijk geregeld en wettig bekrachtigd worden. En jij, duivelse Levoerda! Wat jou betreft, beveelt de wet het volgende: die onnutte Talymin Levoerda, die door zijn inbeelding zijn huisgenoot \u2014 dat wil zeggen zijn vrouw \u2014 tot vriendschap met Satan heeft gebracht, de Heilige Geest zij met u, pan Oelasovytsj!, bij zulk een zoon moet men de benen in het blok sluiten.<br \/>\nH\u00e9 jongens! Grijp hem en breng hem naar het raadhuis en sluit zijn benen in het blok, want hij heeft zelf bekend dat hij een levende duivel heeft gezien en aangeraakt; dus is hij een tovenaar, een magi\u00ebr. Morgen zal ik deze zondaar met stokken afranselen.\u201d<br \/>\nTerwijl Pistrjak dit verkondigde, hadden ze de arme Levoerda al naar het raadhuis gesleept.<br \/>\nRyhorovytsj liet zijn blik rondgaan, wisselde een blik met een jonge, donkerharige vrouw, glimlachte, draaide aan zijn snor en riep naar de wachtende kozakken:<br \/>\n\u201cVooruit dan! Breng Domacha Karljoetsjkivna naar de diepten van het onderaardse water!\u201d<br \/>\nEn na Karljoetsjkivna borrelde het water alleen nog maar\u2026<br \/>\nDe menigte, ziende dat zij niet bovenkwam, begon te murmelen:<br \/>\n\u201cNee, zij was geen heks, nee!\u201d<br \/>\nZe verdronken ook Prisjka Tsjyrjatsjka, en Chymka Rjabokobylycha, en Pazjka Psjoetsjycha; sommigen verdronken ze, anderen haalden ze weer boven, het volk sloeg zich op de dijen van verbazing en zei:<br \/>\n\u201cWaar is die heks dan? We hebben ze allemaal ondergedompeld en iedereen zinkt, maar de heks is niet te vinden!\u201d<br \/>\nMykyta Oelasovytsj begon al te dommelen; wat hem betrof was het tijd om naar huis te gaan: of er regen zou vallen of niet, het kon hem weinig schelen. Als zijn eigen brood opraakte, zou men hem wel brengen, Konotop is geen klein dorp; zonder ruzie, gescheld en rechtszaken komt men er toch niet doorheen.<br \/>\nHij gaapte maar en keek naar zijn Pistrjak, die in gedachten verzonken was en met zijn vinger steeds tegen zijn voorhoofd en zijn neus tikte. Hij dacht en dacht, en riep toen:<br \/>\n\u201cBreng de laatste van de lijst. Haal Javdocha Zoeby\u0441ha hier!\u201d<br \/>\nZe sleepten ook haar aan, duwden de boot naar de palen, bonden haar vast met touwen, hesen haar omhoog\u2026 plons!<br \/>\nAls tegen een plank sloeg onze Javdocha op het water, maar zij zonk niet; als een visje bleef zij bovenop het water liggen, spartelend met gebonden handen en voeten, haar buik en heupen wiegend, en ze zei: \u201cHoopjes, kleine hoopjes, lieve kleine hoopjes!\u201d<br \/>\nHet hele volk deinsde terug!<br \/>\n\u201cDat is een heks, ja, ja!\u201d riepen allen.<br \/>\nMykyta Oelasovytsj gaapte nog, maar toen hij dit wonder zag, bleef zijn mond open hangen.<br \/>\nEn Prokip Ryhorovytsj danste haast langs de oever en schreeuwde naar degenen die aan het werk waren:<br \/>\n\u201cTrek haar hoger! Werp haar in de duistere waterdiepte!\u201d<br \/>\nMaar wat hij ook brulde, Javdocha deed het niets. Ze trokken haar op en smeten haar met alle kracht in het water\u2026 maar ze zonk niet, nee, ze zonk niet; en bovendien dreef ze de spot met iedereen en bleef maar herhalen:<br \/>\n\u201cKleine hoopjes, lieve kleine hoopjes!\u201d<br \/>\n\u201cEn brengt hier stenen en zinkgewichten!\u201d \u2014 bedacht heer Pistrjak, en meteen ontstond er een hele hoop bakstenen en allerlei keien; de jongens snelden op het bevel toe en sleepten ze aan.<br \/>\n\u201cLegt stenen op haar goddeloze nek, op haar armen en op haar benen, en dompelt haar opnieuw onder!\u201d \u2014 commandeerde Ryhorovytsj, terwijl hij rond de vijver opsprong en van woede met zijn tanden knarste.<br \/>\nDe handigsten bonden een hele reeks stenen aan een touw; ze voeren er met de boot naartoe, en met moeite tilden drie mannen die ketting omhoog en hingen haar Javdocha Zoeby\u0441ha om de hals, denkend: nu zal ze zinken!<br \/>\nMaar die verdomde vrouw dacht er niet aan. Ze bleef op het water drijven; toen ze \u00e9\u00e9n hand uit het touw hadden losgemaakt, plensde ze ermee in het water en grapte:<br \/>\n\u201cWat is dat? Een halssnoer om mijn nek gehangen, maar geen ringen erbij? Kijk eens aan, wat een goede mensen! Kom, geef me ook ringen om mijn handen en iets in plaats van schoenen aan mijn voeten!\u201d<br \/>\n\u201cVerplettert driemaal de vervloekte, goddeloze Kana\u00e4nitische, Chaldeese dochter!\u201d \u2014 schreeuwde Prokip Ryhorovytsj als door kokend water overgoten, schuimbekkend als een dolle, toen hij zag dat hij de heks niets kon maken en dat zij hem bespotte.<br \/>\nZe bonden haar ook aan handen en voeten stenen vast \u2014 dat bezwoer de man die mij dit vertelde; en ook, als u hem kent, Jochym Chvajda, die twee jaar geleden stierf, die zwoer dat ze wel twintig poed aan haar hals, handen en voeten hadden gehangen; toen maakten ze haar los van de touwen en lieten haar in het water vallen\u2026<br \/>\nMaar wat moet je beginnen met zo\u2019n verdomde vrouw? Ze blijft op het water drijven, spartelt met handen en voeten en zegt steeds maar weer:<br \/>\n\u201cHoopjes, lieve kleine hoopjes!\u201d<br \/>\nEn toen richtte die duivelse vrouw zich zelfs tot de klerk en begon hem te roepen:<br \/>\n\u201cKom hier, Prokiptsjyk! Laten we samen een bad nemen! Kom toch, schaam je niet! Ik zal je een halssnoer omdoen en je ringen geven\u2026\u201d<br \/>\nRyhorovytsj rukte zich van woede bijna zijn hele kuif uit het hoofd, dat zo\u2019n lelijke vrouw hem nog durfde bespotten. Hij snelde naar Oelasovytsj en zei:<br \/>\n\u201cOngetwijfeld is deze vrouw van de Egyptisch soort. Zij is een boosaardige adder; zij heeft de regendruppels gestolen en ze verborgen in een kruik of op een andere plaats. Beveel, heer honderdman, haar met roeden te geselen totdat zij het niet meer verdraagt en de waterstromen loslaat en de aarde wordt bevochtigd.\u201d<br \/>\n\u201cIk begrijp niet, meneer de klerk, wat u daar zegt; maar ik zeg u: doe wat u wilt, alleen wat sneller, want het is al tijd voor de middagdienst. Ik was allang vertrokken, maar ik wilde dit schouwspel toch zien: dat een hele wagen stenen op een vrouw hangt en zij niet zinkt, maar bovenop het water drijft. Doe wat u weet, en ik zal het resultaat wel bekijken; daarvoor ben ik in Konotop honderdman.\u201d<br \/>\nRyhorovytsj beval de heks Javdocha in het water te grijpen, maar wat dacht hij dan? De jongens konden haar zelfs met boten niet inhalen; ze gooiden touwen naar haar, maar zonder resultaat. Ze zwom zo snel als een snoek; v\u00f3\u00f3r en achter haar rees het water in golven op, want een heks zwemt natuurlijk niet zoals wij! Ze zwom en dook en schoot heen en weer, en toen ze zag dat ze iedereen had uitgeput, gaf ze zich eindelijk over\u2026<br \/>\nWat was het volk verheugd toen ze de heks Javdocha Zoeby\u0441ha te pakken hadden gekregen! Iedereen schreeuwde, riep, liep op haar af; ieder wilde haar een stomp of een klap in de nek geven\u2026 en daar hadden ze reden toe! Laat ze geen wolken uit de hemel stelen en de regen niet in haar kast verbergen\u2026<br \/>\nZe droegen haar zelfs op handen, bang dat ze zich los zou rukken en ontsnappen; en zij? Het was haar onverschillig! Ze zong een bruiloftslied, zoals een jonge bruid met haar bruidsmeisjes.<br \/>\nOnze Ryhorovytsj liep voorop, haast rennend van vreugde dat hij eindelijk een heks had gevonden en haar nu zou knevelen en martelen totdat ze de gestolen regen zou teruggeven; van blijdschap ratelde hij zo dat niemand \u2014 zelfs hijzelf niet \u2014 nog begreep wat hij zei. Toen schreeuwde hij:<br \/>\n\u201cBrengt hier wilgentakken! En verdubbelt de roeden! Bespot haar zoveel als jullie kracht reikt!\u201d<br \/>\nWaar kwamen ineens al die takken vandaan! Ze bonden Javdocha vast; toen ze haar wilden neerleggen, rukte ze plots een hand los en zwaaide ermee over het volk, maar let nu op wat er gebeurde.<br \/>\nZe legden haar neer; twee jongens gingen op haar armen zitten en twee op haar benen, en twee anderen namen dikke bundels roeden en begonnen haar te geselen: zwiep-zwiep! zwiep-zwiep! Ze raakten buiten adem van het slaan; ze sloegen en sloegen, splinters vlogen in het rond\u2026<br \/>\nEn Javdocha? Liggend onder de slagen vertelde ze een verhaaltje:<\/p>\n<p>Er was eens een man, Sazjka geheten,<br \/>\nHij droeg een grijze jas,<br \/>\nEen vilten mutsje,<br \/>\nOp zijn rug een lapje;<br \/>\nIs mijn verhaaltje mooi?<\/p>\n<p>\u201cSla die vervloekte Kana\u00e4nitische vrouw!\u201d brulde Pistrjak.<br \/>\nDe jongens sloegen uit alle macht, en Javdocha bleef maar doorgaan:<br \/>\n\u201cEn jullie zeggen: sla die vervloekte Kana\u00e4nitische vrouw, en ik zeg: sla die vervloekte Kana\u00e4nitische vrouw; er was eens een man Sazjka, hij droeg een grijze jas, een vilten mutsje, op zijn rug een lapje; is mijn verhaaltje mooi?\u201d<br \/>\n\u201cSla harder!\u201d schreeuwde uit volle borst de heer honderdman van Konotop, Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, bij wie het al begon te rommelen in maag en lever omdat hij nog steeds niet had gegeten.<br \/>\nDe jongens wisselden elkaar af, namen nieuwe bundels en gingen verder met slaan, en Zoeby\u0441ha bleef herhalen:<br \/>\n\u201cEn jullie zeggen: sla harder, en ik zeg: sla harder; er was eens een man Sazjka, hij droeg een grijze jas, een vilten mutsje en op zijn rug een lapje; is mijn verhaaltje mooi?\u201d<br \/>\n\u201cVlecht roeden van doornstruiken en verdubbel haar straf op de lendenen!\u201d beval heer Pistrjak, na lang te hebben nagedacht wat ze nog meer konden verzinnen.<br \/>\nDe jongens sloegen haar met doornige takken, en Javdocha bleef maar doorgaan:<br \/>\n\u201cEn jullie zeggen: vlecht doornige roeden en verdubbel de straf op de lendenen, en ik zeg: vlecht doornige roeden en verdubbel de straf op de lendenen; er was eens een man Sazjka, hij droeg een grijze jas, een vilten mutsje, op zijn rug een lapje; is mijn verhaaltje mooi?\u201d<br \/>\nEn wat daar allemaal gebeurde, daar kun je tot de avond over vertellen! Niet alleen Ryhorovytsj Pistrjak, maar ook de honderdman Zabrjocha zelf begon boos te worden dat er geen einde aan kwam; ze sloegen en sloegen die duivelse vrouw, hoeveel jongens elkaar ook aflosten, hoeveel roeden ze ook gebruikten \u2014 van wilg, van berk, van doorn \u2014 op haar was niets te zien, alsof ze net was gaan liggen en geen enkele slag had gekregen; en zij bleef maar doorgaan over die man Sazjka\u2026<br \/>\nTerwijl dit allemaal gebeurde en ze die duivelse, \u201ckatholieke\u201d Javdocha sloegen, wrong zich door de menigte Demko Sjvandjoera heen, een oude, zonderlinge man. Hij keek eens goed, schudde zijn hoofd en zei:<br \/>\n\u201cWat zijn dat voor spelletjes bij jullie? Is het de heer honderdman soms saai geworden en vermaken jullie hem als een klein kind, dat jullie met roeden slaan alsof het een fatsoenlijk mens is, een wilgenblok?\u201d<br \/>\n\u201cEen blok? Wat zegt hij daar? Wie slaat hier een blok?\u201d \u2014 gonsde de menigte verbaasd.<br \/>\n\u201cWelk blok? Zien jullie het niet? Kijk dan!\u201d \u2014 zei Sjvandjoera, en hij zwaaide met zijn hand tegen de zon in over het volk\u2026<br \/>\nEn wat bleek? Verbazing alom! Toen zagen allen dat daar een dikke wilgenstam lag, omwonden met touwen; vier stevige jongens zaten erop en hielden hem vast alsof hij zich kon verzetten, en vier anderen sloegen die stam met volle kracht met flinke roeden, alsof het een levend mens was.<br \/>\nEn naast die stam lag Javdocha Zoeby\u0441ha zelf, helemaal los en ongebonden, en lachte luid terwijl ze toekeek hoe de mensen zich uitsloofden op het blok in plaats van op haar.<br \/>\nIs dat geen wonder? Toen ze haar wilden neerleggen om haar te geselen, had ze met haar hand gezwaaid en over allen die daar stonden een begoocheling geworpen. Maar Demko was met heldere ogen gekomen, zag wat er werkelijk gebeurde, en omdat hij iets wist en kon om zulke dingen tegen te gaan, verdreef hij de betovering van de mensen. Toen pas zagen ze dat ze niet Javdocha, maar een wilgenblok hadden geslagen.<br \/>\n\u201cHa! Ha! Ha!\u201d \u2014 barstte het volk in lachen uit.<br \/>\nZelfs de klerk, die zo boos was geweest, kon het niet laten en lachte mee toen hij die komedie zag. Wat moest je doen? Tegen toverkracht kun je niets beginnen als je niet weet hoe je haar moet keren.<br \/>\nNa het lachen begonnen ze te overleggen wat ze met Javdocha moesten doen. De een zei dit, de ander dat, maar Demko Sjvandjoera gaf verstandig raad:<br \/>\n\u201cDenk niet te veel na,\u201d zei hij. \u201cLeg haar gewoon neer en geef haar een flinke aframmeling totdat ze de regen en de dauw teruggeeft, ik weet zeker dat ze die op haar planken en rekken heeft liggen. Wees niet bang. In mijn bijzijn kan ze geen betovering uitspreken. En al doet ze het, ik zal die weer verbreken. Zij is misschien een geboren heks, maar wij weten ook wel iets. Laat zij aangeboren gaven hebben, ik heb geleerd. Dat is genoeg! We zullen zien!\u201d<br \/>\n\u201cLeg haar dan opnieuw neer!\u201d schreeuwde Ryhorovytsj. \u201cEn geef haar een schooljongensgeseling, zoals men ons vroeger op zaterdag gaf\u2026\u201d<br \/>\nHij had het nog niet eens uitgesproken of de jongens waren al bezig: ze maakten haar los, legden haar neer en begonnen te slaan\u2026<br \/>\nEn nu was het onze Javdocha niet meer om sprookjes te doen; nu kreeg ook zij op haar eigen rug wel zeventig \u201clapjes\u201d, net als die man Sazjka uit haar verhaaltje\u2026<br \/>\nZe zweeg, zweeg, probeerde het te verdragen\u2026 maar er is nog nooit een mens geboren die roeden kan verdragen zonder een kik te geven!<br \/>\nPlots begon ze te janken en te kermen, en daarna te schreeuwen:<br \/>\n\u201cIk zal het nooit meer doen, mijn hele leven niet! Vaders, lieve mensen! Laat me los, laat me los! Ik zal de regen teruggeven, ik zal de dauw teruggeven! En ik zal u, heer honderdman\u2026 en u, Ryhorovytsj\u2026 in grote nood van dienst zijn\u2026 laat me alleen los\u2026\u201d<br \/>\n\u201cGenoeg,\u201d zei Mykyta Oelasovytsj plechtig.<br \/>\nMaar Pistrjak riep steeds weer:<br \/>\n\u201cVerdubbel het! Nog meer!\u201d<br \/>\nDe jongens wisten niet wie ze moesten gehoorzamen: de ene helft sloeg door, de andere wachtte af.<br \/>\n\u201cDat vervloeke u, heer honderdman!\u201d gromde heer Ryhorovytsj tegen hem. \u201cMen had het nog wel vijfmaal moeten vermeerderen voor zo\u2019n misdaad! Zij heeft mij dit aangedaan, dat ik na een drinkgelag waanbeelden kreeg. Dat is pas een misdaad!\u201d<br \/>\n\u201cAch, misdaad!\u201d zei pan Zabrjocha. \u201cJij denkt alleen maar aan misdaden. Hier is het maar wat gesjor en gesla, en het is al tijd om te eten. Of er na zo\u2019n geseling regen zal komen of niet, wie weet? Maar dat wij honger hebben, dat is zeker. En moeten wij ook nog bang zijn dat die verdomde vrouw ons uit wrok een streek zal leveren? Laat Javdocha los, laat haar uitrusten na zo\u2019n bad. Laat haar maar zuchten, wij komen nog wel aan haar toe. Kom, Prokip Ryhorovytsj, mee naar mij. Pazjka heeft een heerlijke borsjtsj gekookt. En na het eten zal ik je vertellen wat voor streek ze mij eergisteren op de boerderij van Bezverchy hebben geleverd. Dat weet je nog niet.\u201d<br \/>\nNa deze woorden trok pan Oelasovytsj naar huis.<br \/>\nOnze Prokip Ryhorovytsj bleef staan als door kokend water overgoten. Zijn gedachten maalden: wat voor streek had men de heer honderdman in Bezverchy geleverd? Hij dacht en dacht, terwijl ze Javdocha nog steeds sloegen, zodat de splinters rondvlogen!<br \/>\nPlots hief hij zijn vinger omhoog en zei:<br \/>\n\u201cIk heb het! H\u00e9, h\u00e9, h\u00e9! Dat is precies wat ik nodig had! Laat de jongens die arme vrouw niet langer voor niets kwellen. De heer honderdman had bevolen haar tot de avond te geselen, maar ik zal haar genadig zijn.\u201d<br \/>\nZe hielpen Javdocha overeind en sleepten haar halfdood naar huis. Het volk gonsde achter haar aan, roepend: \u201cHeks! Heks! Ze heeft de regen uit de hemel gestolen!\u201d<br \/>\nMaar Ryhorovytsj liep zwijgend en dacht bij zichzelf:<br \/>\n\u201cZo iemand heb ik nodig\u2026 Ik zal haar voor mij winnen; zij zal hem helpen verdrinken, en mij boven laten komen, uit het klerkschap naar het heerschap\u2026\u201d<br \/>\nEn hij ging naar heer Mykyta Oelasovytsj om te dineren.<\/p>\n<p>VI<br \/>\nSomber en neerslachtig liep de Konotopse heks Javdocha Zoeby\u0441ha door haar hut, nadat zij iemand had uitgelaten en de deur had gesloten, na de aframmeling die men haar bij de vijver voor het hele volk had gegeven wegens tovenarij.<br \/>\nWie was er bij haar geweest, terwijl iedereen haar meed, nu men had gezien dat zij een geboren heks was, die zelfs met stenen om haar hals niet zonk, die regen uit de hemel stal en begoochelingen over mensen wierp?<br \/>\nWie anders dan onze Prokip Ryhorovytsj Pistrjak, de klerk van Konotop.<br \/>\nToen hij van de heer honderdman Oelasovytsj had gehoord wat hem op de boerderij van Bezverchy met jonkvrouw Olena was overkomen, nam hij zich meteen voor hoe hij zijn honderdman geheel te gronde kon richten. Na het eten ging hij naar Javdocha, bracht haar allerlei lekkernijen en verzoende zich met haar. Hij deed alsof hij niet zelf had bevolen haar te verdrinken en te geselen, maar dat het de heer honderdman was geweest; dat deze haar zelfs tot de avond had willen laten slaan, maar dat h\u00edj haar had gered.<br \/>\nHij begon haar dringend te smeken de heer Mykyta tot een dwaas te maken: want die zou diezelfde avond bij haar komen om te vragen of Javdocha ervoor kon zorgen dat Josypivna hem lief zou krijgen en met hem zou trouwen. Zodra hij zich aan tovenarij overgaf, moest men hem tot een dwaas maken, zodat hij afstand zou doen van zijn honderdmanschap, en in zijn plaats Pistrjak zou aanstellen. Dan, zo beloofde hij, zou Javdocha vrij zijn om te toveren zoveel en wanneer zij wilde.<br \/>\nDe sluwe Javdocha deed alsof ze instemde. Ze nam de geschenken aan en beloofde alles te doen wat Ryhorovytsj verlangde, en had hem nu juist de deur uitgelaten.<br \/>\nLang liep ze daarna door de hut en dacht na. Ze wilde wel gaan zitten, maar kon zich nergens neerzetten\u2026 zo grondig hadden ze haar toegetakeld! Ze lag op de ovenbank en op de houten bank, maar hield het nergens lang uit; ze kon alleen op haar buik liggen, op haar rug of zij ging niet, zo bont en blauw was ze overal geslagen.<br \/>\nZe liep door de hut en keek naar haar kruiken, potten en bekers, waarin melk zat van allerlei dieren en gedierten, die zij had gemolken door zich telkens in verschillende gedaanten bij elk moederdier te voegen, zodat ze niet schrokken en zich lieten melken.<br \/>\nAl die kruiken, potten en kannen stonden overal: sommige op de plank, andere op de kast, enkele op de ovenrand of zelfs boven op de oven; sommige waren al tot room gezet, andere stonden nog onder de bank of bij de gootsteen.<br \/>\nOnder de vloer lagen allerlei kruiden en wortels: munt, lavas, gentiaan, varen, hondenzalf, doornappel, allerlei klitten, nachtblindheidkruid en nog veel meer.<br \/>\nOp de vloer, op kussens, lag een grauwe, snorharige kater; zijn enige bezigheid was eten en slapen, en wanneer hij iets bedacht, wendde hij zich tot zijn bazin en miauwde: \u201cMiauw, miauw!\u201d<br \/>\nEn zij glimlachte dan en zei:<br \/>\n\u201cZo is het, poesje, zo is het!\u201d<br \/>\nEn wanneer zij iets bedacht, vroeg ze hem:<br \/>\n\u201cIs het zo, poesje?\u201d<br \/>\nDan antwoordde hij:<br \/>\n\u201cMiauw, miauw!\u201d<br \/>\nJa, zij verstonden elkaar.<br \/>\nVerder had zij geen huishouden, en waarom zou ze ook? Wat zij maar verlangde, \u2019s nachts veranderde zij zich in een hond, een muis, een kikker of een vis, en wat ze nodig had, haalde zij, en het was van haar.<br \/>\nZo liep zij somber door haar hut en, terwijl zij haar verzameling bekeek, zei ze in zichzelf:<br \/>\n\u201cVan alles heb ik; ik hoef bij de mensen niets te lenen.\u201d<br \/>\nToen wierp ze een blik op de deur \u2014 die ze, zoals gezegd, zojuist had gesloten nadat ze iemand had uitgelaten \u2014 en zei:<br \/>\n\u201cBreng die vervloekte honderdman maar snel hier, dan zal ik het hem wel vergelden. Ik zou jou, Ryhorovytsj, ook wel een draai om je oren willen geven, maar dat komt later; nu moet jij mij dienen, en als ik die duivelse Zabrjocha heb verslonden, dan pak ik jou aan, jij ellendige Pistrjak! Goed dat je mij over Zabrjocha en over Olena hebt verteld: ik zal hem wel laten trouwen\u2026 en jij krijgt ook je deel, omdat jullie mij zo hebben toegetakeld dat ik niet kan zitten, en mij hebben vernederd, dat ze voor de ogen van de jongens mijn rok en mijn hemd hebben gescheurd, mijn boezem hebben opengetrokken en mijn hoofddoek hebben afgeslagen zodat mijn haar bloot kwam, en me hebben geslagen\u2026 o, wat hebben ze me geslagen! Geslagen, geslagen, geslagen! Dat ik niet kan zitten of liggen; en dat allemaal door die Sjvandjoera, die de betovering van hen heeft afgenomen.\u201d<br \/>\nZo sprak ze lange tijd tegen zichzelf, totdat het in de hut helemaal donker werd, je kon geen hand meer voor ogen zien.<br \/>\nPlots begonnen op straat de honden te blaffen.<br \/>\nZe zei:<br \/>\n\u201cKom, poesje, open je oogjes en schijn bij, of zij het zijn die komen.\u201d<br \/>\nDe kat deed zijn ogen open, en toen hij keek, straalden ze als gloeiende kolen; en Javdocha zag dat daar Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, de heer honderdman van Konotop, aankwam, en achter hem zijn klerk Prokip Ryhorovytsj Pistrjak; ze droegen iets in hun handen en iets onder de arm.<br \/>\nMeteen schoot ze in beweging, haalde een olielamp tevoorschijn, hield die bij de kat en streek hem tegen de haren in \u2014 vonken sprongen eruit \u2014 en ze stak de lamp aan, zette die op tafel en kroop zelf onder de tafel om iets te pakken.<br \/>\nDaar kraakte de deur. en de heer honderdman trad met zijn klerk binnen. Ze zetten hun mutsen met wandelstokken bij de deur neer en keken rond.<br \/>\nEn pan Zabrjocha zei:<br \/>\n\u201cEr brandt licht, maar ik zie haar niet in huis.\u201d<br \/>\n\u201cHoezo niet thuis!\u201d antwoordde Zoeby\u0441ha, terwijl ze vanonder de hoekbank tevoorschijn kroop en een enorme pot meesleepte, met een doek dichtgebonden. \u201cHier was ik; ik haalde net de pot met wolken tevoorschijn, die ik negen jaren lang had verstopt, want de heer honderdman van Konotop heeft mij gedwongen de wolken los te laten en de regen te laten vallen.\u201d<br \/>\n\u201cAch, tantetje, laat dat nu,\u201d zei pan Zabrjocha met een buiging, terwijl hij zijn geschenken tevoorschijn haalde. \u201cHier is een hoofddoek die de pastoorsdochter voor mij heeft geborduurd en mij heeft gegeven, die bied ik u aan; en hier is nog een hele kom met geldstukken. Wees zo goed, tantetje, wees niet boos op mij en vergeef mij dat het zo met u is gelopen\u2026 Het was zo\u2026 eh\u2026 eigenlijk niet met opzet\u2026\u201d<br \/>\n\u201cNiet met opzet?\u201d piepte Javdocha fel. \u201cNiet met opzet? Als iemand jouw gezicht zo had toegetakeld, zou je anders spreken! Ik wil je geschenken niet, weg ermee! Vervloekt zij het! Maak dat je wegkomt! Stoor me niet: ik ga de regen loslaten, anders krijg ik weer straf, en morgen zullen ze me opnieuw zo stomen dat ik vandaag niet kan zitten en morgen niet eens meer zal kunnen staan. Laat me gaan, ik moet de regen loslaten.\u201d<br \/>\n\u201cTantetje, moedertje!\u201d \u2014 de arme Mykyta Oelasovytsj viel haar zelfs aan de voeten en kuste haar magere heksenhanden. \u2014 \u201cIk zal je niet meer lastigvallen; en wat gaat het mij aan of er regen is of niet? Ik ben hier honderdman, ik zal geen honger lijden: de een brengt brood, de ander een witbrood, weer een ander een heel brood, en nog een ander komt met een zak meel; als men maar procedeert, dan komt het voor ons, de overheid, nooit slecht uit, zelfs al hield u, tantetje, de regen voor eeuwig onder uw iconenhoek verborgen. Help mij liever in mijn nood! Hier, alsjeblieft: een fles perenbrandewijn, vijftig gedroogde visjes, nog vers van het voorjaar; hier is ook een sluier\u2026 doe mij de genade en help mij in mijn zaak, ik zal u vertellen wat er is\u2026\u201d<br \/>\n\u201cIk weet, ik weet van je nood \u2014 wat voor wijze, gebakken pompoen die Olena, dochter van Josypivna uit Bezverchy-boerderij, je heeft voorgeschoteld, en hoe je er de volgende dag nauwelijks van bent bijgekomen! Ik weet alles.\u201d<br \/>\nPan Zabrjocha stond versteld: waar wist zij dat allemaal vandaan, alsof ze erbij was geweest? En hij begon haar nog vuriger te smeken niet boos te zijn en voor hem op te komen.<br \/>\n\u201cEn wat zou ik voor je moeten doen?\u201d vroeg Javdocha. \u201cAls de dochter van de vaandrig niet met je wil trouwen, wat gaat mij dat aan? Wil ze niet, zoek dan een ander.\u201d<br \/>\n\u201cMaar waar moet ik er in \u2019s hemelsnaam een vinden!\u201d zuchtte Oelasovytsj. \u201cTen eerste weet ik niet waar ik een andere moet zoeken, en ten tweede wil ik er geen, want ik ben dodelijk verliefd op Olena Josypivna. Al boden ze me een rechtersdochter of zelfs een kolonelsdochter aan, ik zou niet eens kijken, want ik houd van Olena met heel mijn lichaam en ziel en hart en heel mijn wezen. En ik zie zelf: als ik haar niet krijg, dan verdrink ik me, of hang ik me op, of ga de wijde wereld in\u2026 Help mij, moedertje!\u201d<br \/>\nEn hij viel aan haar voeten, huilde en smeekte haar hem niet in een voortijdige dood te laten omkomen en hem op de een of andere manier te betoveren zodat zij met hem zou willen trouwen.<br \/>\n\u201cMaar hoe zou zo\u2019n meisje met jou kunnen trouwen?\u201d zei Javdocha weer. \u201cZij is een pracht van een meid, in kleding en uiterlijk, helemaal een meisje om trots op te zijn, en ze heeft vee en geld als kaf. En jij? Waar deug jij voor?\u201d<br \/>\n\u201cAch, dat doet er niet toe, tantetje, moedertje! Al ben ik beschamend en lelijk en wat dan ook, maak toch dat ze van mij gaat houden en met mij trouwt. Hier ligt al een kom geld op tafel, en daar nog veertig altinen, en nog\u2026\u201d<br \/>\n\u201cNee,\u201d zei Javdocha en schoof het geld van zich af. \u201cDie stuivers heb ik niet nodig, waarvoor zouden ze mij dienen? Ik heb alles, en wat ik wens, kan ik krijgen. Maar als je zo aandringt, zal ik mij misschien over je ontfermen, alleen moet je dit voor mij doen\u2026\u201d<br \/>\n\u201cWat u beveelt, moedertje, zal ik doen. Als u beveelt Konotop in brand te steken, ik zal het tegelijk van vier kanten aansteken; beveelt u mij alle kinderen van Konotop, die jullie heksen toch niet mogen, dan sla ik ze in \u00e9\u00e9n dag allemaal dood\u2026\u201d<br \/>\n\u201cDat kan ook, maar nu heb ik dit nodig: neem die vervloekte Sjvandjoera, die de betovering van de mensen heeft weggenomen toen ik gestraft werd, neem hem gevangen, verzin dat hij heeft gestolen of u heeft beledigd of wat dan ook, leg hem een boete op en neem al zijn vee af \u2014 want hij is behoorlijk welgesteld \u2014 en opdat zijn familie u niet lastigvalt, geef alles dan aan heer klerk Ryhorovytsj\u2026\u201d<br \/>\n\u201cEen goede zaak en een wijze beslissing, mevrouw Zoeby\u0441ha, waarlijk!\u201d liet heer Pistrjak zich horen, zittend op de bank bij het raam.<br \/>\nJavdocha vervolgde:<br \/>\n\u201cHij, arme wees, heeft nergens iets vandaan te halen en leeft alleen van erfenissen. Neem Sjvandjoera en verjaag hem uit het dorp, zodat zelfs zijn geest er niet meer rondwaart. Als je dat voor mij doet, dan zal ik voor jou\u2026\u201d<br \/>\n\u201cMrrr, miauw, mrrr!\u201d klonk de heksenkat, en Zoeby\u0441ha bedacht zich en zei:<br \/>\n\u201cAch nee, luister nog. De schoonzus van mijn zwager, Chvenna Zozoelycha\u2026 ik kan niet eens langs haar huis lopen, zo maakt ze mij zwart over dat linnen dat uit haar tuin verdwenen is en op de een of andere manier in mijn kist terechtkwam; ze noemt mij een dievegge en verspreidt overal praatjes. Kun je haar niet ook beschuldigen en uit het dorp laten zetten?\u201d<br \/>\n\u201cWaarom zou dat niet kunnen? Zeg maar, ik doe alles\u2026\u201d zei pan Oelasovytsj opgewekt, nu de heks hem gunstiger gezind leek.<br \/>\n\u201cAls je dat allemaal doet, dan zal ik\u2026\u201d<br \/>\n\u201cMrrr, mrrr!\u201d spinde de kat opnieuw, en Zoeby\u0441ha ging verder:<br \/>\n\u201cEn nog dit: Demko Sirostan laat mij geen rust. Eergisteren pochte hij dat hij mijn kat zou doden als ik hem niet bewaak, en dat doet hij dan ook. Dus hem moet je, heer honderdman, een lesje leren, en goed ook\u2026\u201d<br \/>\n\u201cDat zal ik doen, tantetje, zo dat hij het zal onthouden tot er nieuwe bezems komen; doe jij dan mijn zaak\u2026\u201d drong pan Zabrjocha aan, die haar alles zou hebben beloofd, als zij er maar voor zorgde dat de vaandrigsdochter met hem zou trouwen.<br \/>\n\u201cGoed dan, zoonlief, als het zo is, dan zal het zo zijn. De vaandrigsdochter Olena zal achter je aanlopen en \u2019s nachts niet slapen, net zoals jij om haar. Poes, poes, poes&#8230;!\u201d<br \/>\n\u201cMrrr, miauw, mrrr, miauw!\u201d<br \/>\n\u201cGoed dan,\u201d zei Javdocha. \u201cKom mee naar buiten, pan Oelasovytsj, en stap met je linkervoet van de drempel op het zand, zodat je voetafdruk in het zand blijft staan.\u201d<br \/>\nZe leidde hem naar buiten, verzamelde zijn voetspoor in een zakdoek en knoopte die dicht. Daarna ging ze terug de hut in, liet hem op de bank bij de tafel zitten, beval Ryhorovytsj met de olielamp bij te schijnen, en nam pan Zabrjocha bij zijn linker snor. Ze begon haren uit te tellen. Ze pakte een haar met haar nagel en telde: \u201cE\u00e9n, twee, drie\u2026\u201d, en telkens wanneer ze er negen had geteld, rukte ze het negende helemaal uit.<br \/>\nDe heer honderdman schreeuwde het uit, de klerk lachte, Javdocha Zoeby\u0441ha mompelde iets en spuugde, en de kat spinde door de hele hut\u2026 Zo rukte de heks bij de arme Mykyta Oelasovytsj achtmaal het negende haar uit zijn linker snor. Ze nam een stuk papier, wikkelde de haren daarin, en Zabrjocha, die de tranen afveegde die hem van het gepluk over de wangen liepen, vroeg de heks:<br \/>\n\u201cAls u nu helemaal klaar bent met toveren, mag ik dan gaan?\u201d<br \/>\n\u201cGa maar naar huis, zoonlief, en ga slapen. Wacht maar tot de vaandrigsdochter iemand stuurt om je met de roesjnik te laten komen.\u201d<br \/>\nToen pan Oelasovytsj dat hoorde, greep hij zijn muts en rende het huis uit, zonder om te kijken, naar huis, bang dat de heks nog meer haren uit hem zou trekken. De arme man liep zo hard weg dat hij zelfs niet op zijn klerk wachtte; die bleef nog bij de heks en sprak lange tijd met haar, terwijl de kat erbij zat te spinnen. Toen heer Pistrjak vertrok, was te horen hoe hij zei:<br \/>\n\u201cEn dit alles welwillend geregeld hebbende, begeef ik mij naar mijn Palestina. Vaarwel!\u201d<br \/>\n\u201cGa gezond!\u201d zei Javdocha, terwijl ze de deur achter hem sloot, en ze riep tot de kat:<br \/>\n\u201cPoes, poes, poes&#8230;!\u201d<br \/>\n\u201cMrrr, miauw, mrrr!\u201d<br \/>\nDaarop nam ze meteen haar hoofddoek af, liet haar grijze vlecht \u2014 wit als melk \u2014 loshangen, trok een wit hemd aan en bond noch gordel noch rok om; zo liep ze door de hut en mompelde toverspreuken, en in elke hoek spuugde ze driemaal. Vervolgens zette ze een grote kuip midden in de hut en begon weer iets in heksentaal te mompelen. Ze nam water uit een beker en besprenkelde, al mompelend, zichzelf en de binnenkant van de kuip\u2026<br \/>\nDe kat miauwde voluit, ging toen op zijn achterpoten staan, rekte zich uit en zijn ogen begonnen nog feller te gloeien dan het lamplicht in de hut had gedaan.<br \/>\nToen klom Javdocha haastig in de kuip\u2026 en toen ze eruit kwam, was ze een meisje geworden! En wat voor een meisje! Jong en mooi, donkerharig \u2014 misschien nog mooier dan de dochter van de aartspriester van Tsjernihiv.<br \/>\nToen onze heks zo was veranderd, nam ze kikkerroom, merriemelkse kaas en koppen van gedroogde vis, legde die op een schoteltje en zette het voor haar kat.<br \/>\n\u201cAls je zonder mij wilt eten, poesje, hier zijn lekkernijen; verveel je niet tot ik terugkom.\u201d<br \/>\nZelf nam ze vijf melkemmers, doofde de lamp en ging naar buiten om te melken wie ze maar moest melken.<br \/>\nNog maar net had de tweede haan gekraaid of Javdocha sprong hals over kop de hut weer binnen en viel neer alsof ze dood was. Toen ze weer op adem kwam en opstond\u2026 was ze opnieuw de oude vrouw die ze tevoren was geweest.<br \/>\nZe haastte zich naar haar kat en sprak tegen hem als tegen een mens:<br \/>\n\u201cPoesje, lief katje! Heb je je niet verveeld zonder mij? Ik ben wat opgehouden: ik moest alle koeien en schapen uitmelken, en ik had ook nog snoekmelk nodig voor een bepaalde zaak; ik holde naar de vijver, maar voordat ik die vervloekte snoek had tegengehouden en bezworen om zich te laten melken, kraaide de eerste haan al. Die is ons niet zo gevaarlijk, maar toch moest ik me haasten voordat de tweede kraaide; anders was ik op straat uitgestrekt blijven liggen, zoals ik nu hier lig\u2026\u201d<br \/>\nEn de kat zwaaide met zijn staart, knipperde met zijn snorharen en miauwde uit alle macht: hij was zo blij dat zijn bazin teruggekeerd was.<br \/>\nZe zorgde voor hem, schonk hem melk en room, en begon bezig te zijn met van alles, te mengen en te koken voor haar tovenarij. Plotseling kwam er iets licht binnen\u2026 en een beetje later kwam er een vrouw bij haar, het hoofd volledig verbonden, en ze liep en zuchtte, ging zitten en bleef zuchten.<br \/>\n\u2014 Vanwaar kom je, jongedame? \u2014 vroeg Javdocha.<br \/>\n\u2014 Van ver! \u2014 zei de jongedame, zuchtend. \u2014 Als u het gehucht kent dat op de Droge Balts ligt, en dat Bezverchy heet\u2026 oh!<br \/>\nJavdocha knipperde naar de kat en zei:<br \/>\n\u2014 Nee, ik heb er nog nooit van gehoord en ik weet niet wie daar woont\u2026 Waarom ben je bij mij gekomen?<br \/>\n\u2014 Nou, niet dat u het zou horen, maar ik deed alsof ik koorts had, mijn hele gezicht was opgezwollen\u2026 oh! Zo hebben de mensen mij gedwongen naar u te komen\u2026 Wees zo goed, tantetje, doe wat u kunt, maar help mij vandaag de jongedame, onze vaandrigsdochter Olena Josypivna, te betoveren \u2014 en terwijl ze dat zei, legde ze een brood, vijf eieren en een stapel geld op de tafel.<br \/>\nJavdocha greep meteen een mes, legde het op de grond en liet de jongedame er met haar blote voet op staan, precies op de rand waar de zwelling het ergst was. Ze nam een hete schaal, deed er een stukje paaskaars en wierook in, en een stukje van het doek waarop men het paasbrood zegent, wikkelde de jongedame goed in, zodat de rook nergens anders heen kon dan naar haar, terwijl ze fluisterde en spuugde en op het vuur blies, terwijl de kat door het hele huis miauwde. Zo rookte ze, rookte ze, en de jongedame\u2026 plons! viel op de grond alsof ze dood was. Javdocha tilde haar op, zette haar op de bank en zei:<br \/>\n\u2014 Maak je nu geen zorgen: het gaat voorbij, zoals het op een hond zou drogen; het is uit de ogen; er was een donkerharige jongeman die naar je keek en jaloers was\u2026<br \/>\n\u2014 Dat klopt! Het is onze heer, \u2014 zei de jongedame. \u2014 Telkens als hij me ziet, kijkt hij me in de ogen; en vorige zondag streek hij me met zijn hand over mijn wang en zei: \u201cWat een mooie jongedame!\u201d Ik smolt meteen, en sindsdien heeft het me zo gegrepen\u2026<br \/>\nToen begon Javdocha haar uit te vragen\u2026 wat ze nodig had\u2026 en bracht haar vervolgens uit het huis en zei:<br \/>\n\u2014 Nu is het goed! Nu weet ik alles wat ik moet weten\u2026<\/p>\n<p>VII<br \/>\nSomber en niet blij zat juffrouw Olena, de dochter van de vaandrig, op de lage bank bij haar huis op haar afgelegen hoeve Bezverchy, op de Droge Balts, en met haar witte handjes woelde ze in het hoofd van haar broer, de jonge vaandrig.<br \/>\nHij, arme stakker, had die dag samen met de priester die bij hem was langsgekomen \u2014 nadat ze iemand op een andere hoeve hadden begraven \u2014 bij het middagmaal flink gegeten van de varenyky en de karper, gebakken in zure room, en dat weggespoeld met karnemelk (want het was na het Petrusfeest). Daarna hadden ze op eigen houtje een paar glaasjes \u201cdoornpruimen\u201d gedronken, en onderweg nog kersenlikeur.<br \/>\nBij het avondeten had de jongen bovendien nog vijf mandryky (een soort kaasgebak) en een potje cantharellen in boter en zure room gegeten, iets waar hij erg van hield. Maar daarna voelde hij zich, God mag weten waarvan, niet goed worden. En zo was hij bij zijn zus op schoot gaan liggen, en terwijl zij zijn hoofd aaide, viel hij in slaap.<br \/>\nIntussen kwamen de koeien en de schapen terug van het veld. Daar werden ze gemolken bij de juffrouw, en de melk werd in kruiken gegoten\u2026 maar zij lette er niet op. Het kon haar niets schelen, alsof het allemaal niets met haar te maken had. Ze vergat zelfs naar het melken te kijken en om haar broer zijn hoofd te strelen; alleen \u00e9\u00e9n gedachte had ze nog\u2026<br \/>\nOp dat moment wilde ik net vertellen waar onze vaandrigsdochter aan dacht en waarom ze verdrietig en ongelukkig was, toen een oude vrouw daar kwam, zo oud, zo oud, dat ze nauwelijks kon lopen; ze kwam naar haar toe en zei:<br \/>\n\u2014 God zegene u, juffrouw! Moge God u helpen!<br \/>\nJosypivna schrok, ze had haar nog nooit gezien, maar daar stond ze voor haar; en toen, een beetje tot zichzelf komend, zei ze:<br \/>\n\u2014 Goedendag, grootmoeder! Vanwaar heeft God jou hier gebracht?<br \/>\n\u2014 Ach, ik\u2026 Ik ben van ver en niet van ver, ik ben hier en ook niet van hier; ik weet niets en ik weet alles; ik weet wie zich zorgen maakt en om wat, en tegelijk weet ik het niet; en wat te doen, dat kan ik en dat kan ik ook niet\u2026<br \/>\n\u2014 Och, grootmoeder, ben je dan niet van het gewone volk? \u2014 vroeg Olena.<br \/>\n\u2014 Wel gewoon, hoor! \u2014 zei de grootmoeder. \u2014 Niet van jullie, van een herenfamilie, maar een gewone oude vrouw, ik weet niets van andermans zorgen, ik weet niet wie, zittend bij de veranda, zich bekommert om Demjan, die met de kozakken op campagne is gegaan; ik weet zelfs niet wie de hele nacht bij de put met hem zat en bij het afscheid de zilveren ring van haar hand haalde en die samen met een trouwdoek gaf, die ze met allerlei zijde geborduurd had\u2026<br \/>\n\u2014 Och, wat erg, grootmoeder! Jij weet alles?.. Praat niet zo veel, alsjeblieft, mijn broer wordt wakker en als hij het hoort, dan zal hij lachen\u2026 Laat me na het avondeten bij je komen, dan blijf je bij me overnachten en kunnen we praten!<br \/>\n\u2014 Nu, bij volle maan, moet er iets gedaan worden. Laat je broer maar naar zijn huis gaan, maak hem wakker; dan zal ik je vertellen wat er gedaan moet worden, en je zult het in daden uitvoeren. Ik ben vandaag expres na het avondeten uit Kyiv gekomen\u2026<br \/>\n\u2014 Hoe is dat mogelijk? Recht uit Kyiv? Na het avondeten? Dat kan helemaal niet! \u2014 zei Olena verbaasd. \u2014 Hoe kun je zo snel van Kyiv hier zijn? Is de hele wereld dichtbij?<br \/>\n\u2014 Misschien niet echt, maar wij weten hoe het gedaan wordt. Wek je broertje maar snel, laat hem naar huis gaan, ik moet haast maken.<br \/>\n\u2014 Maar er is iets met mijn broer gebeurd, hij kon bijna niet meer uit zijn ogen kijken. Hij was eerst gezond, maar toen dat donkerharige meisje, dat bij de koe liep, naar hem keek en glimlachte \u2014 ik heb het zelf gezien \u2014 toen voelde hij ineens een steek in zijn buik; of het van zonneschijn kwam, moge God het verhinderen! Of wat was het dan?<br \/>\n\u2014 Dat zijn allemaal de ogen, alles door de ogen gedaan; maar wees niet bezorgd, ik zal het wegnemen. Maak je broer maar wakker, en ik zal de jongedame leren wat ze voor hem moet doen. Het komt van haar, laat haar het maar wegnemen.<br \/>\nOlena begon haar broer te wekken, dat het hele erf te horen was, terwijl de grootmoeder naar de jongedame ging\u2026 en die riep meteen:<br \/>\n\u2014 Och, tantetje! U bent ook hiernaartoe gekomen?..<br \/>\n\u2014 Ach! Schreeuw niet zo, \u2014 zei de grootmoeder, \u2014 maar doe dit: neem\u2026 sjoe-sjoe-sjoe\u2026 \u2014 Niets was te verstaan van wat de grootmoeder haar fluisterde, alleen later zei de jongedame:<br \/>\n\u2014 Goed, goed; houd je maar bezig met de juffrouw.<br \/>\n\u2014 Dat is mijn zaak, \u2014 zei de grootmoeder. \u2014 Kom eerst maar mee met mij.<br \/>\nZe bracht de jongedame naar de juffrouw en zei:<br \/>\n\u2014 Kijk, ik heb het jongedame geleerd hoe ze de zonnebloemen van de jonge heer moet plukken; ga snel, jongeman, zij zal doen wat ik haar heb opgedragen; doe het snel, anders word je zo verward dat je tegen de muur op kruipt.<br \/>\n\u2014 Och jee! \u2014 zei de vaandrigsdochter geschrokken. \u2014 Ga snel, broer. Doe voor hem, Motre, wat grootmoeder zei. Doe het goed, haast je\u2026<br \/>\nDus ging de vaandeldrager met de jongedame naar zijn huis, terwijl de grootmoeder \u2013 hup! \u2013 bij de juffrouw ging zitten en zei:<br \/>\n\u2014 Jij mist je blauwe duifje, h\u00e8, maar kijk! Hij is hier niet; hij is ver weg gegaan, helemaal naar Tsjernihiv\u2026<br \/>\n\u2014 Maar hoe weet u dat allemaal, grootmoeder? Wie vertelde u dat ik daar\u2026 of me zorgen maakte, of\u2026 wat er dan was\u2026 ik weet het zelf niet! \u2014 vroeg Josypivna, verlegen.<br \/>\n\u2014 Dat weet ik niet! \u2014 zei de grootmoeder. \u2014 Waarom hebben wij de sterren, als we er toch niet naar kijken? Ik kijk \u2019s avonds, ik kijk midden in de nacht, ik kijk voor zonsopkomst, en dan weet ik waar alles gebeurt.<br \/>\n\u2014 Als u weet wat er overal gebeurt, vertel me dan, grootmoeder, wat hij nu doet\u2026 \u2014 zei Olena en ze werd zo rood als karmozijn, en haar tong leek wel van vilt.<br \/>\nDe grootmoeder nam het over en zei:<br \/>\n\u2014 Demjan?<br \/>\n\u2014 Ja-ja-ja!<br \/>\n\u2014 Rechterszoon Chaljavski, Omeljanovytsj?<br \/>\n\u2014 Is juist!<br \/>\n\u2014 Luister, dochter, wat hij doet: hij was met de kozakken aan het oefenen voor de kolonel, en, moe geworden, ging hij naar huis, kleedde zich uit, rekte zich uit en ging liggen, verdrietig om jou, en hij piekert dat hij je niet snel zal zien.<br \/>\n\u2014 En men zegt dat ze hem niet snel zullen loslaten!<br \/>\n\u2014 Wees niet bezorgd; misschien zul je hem vanavond nog zien\u2026<br \/>\n\u2014 Waar, grootmoeder, zou ik hem vanavond nog kunnen zien? Hij is geen vogel die naar mij komt vliegen!<br \/>\n\u2014 Ook al is hij geen vogel, hij zal hier voor je verschijnen, net zoals ik. Wil je dat hij verschijnt?<br \/>\n\u2014 Wat zou het, mijn liefje, ik wil het niet! Mijn ingewanden trillen van verlangen om hem toch maar even te zien. Doe me een plezier, laat hem naar mij komen\u2026 maar krijgt hij er geen nadeel van?<br \/>\n\u2014 Helemaal niets; hij is een kozak, weet je.<br \/>\n\u2014 Roep hem dan, grootmoeder, al is het maar een korte tijd, een uurtje; ik wil hem zien! Doe wat je kunt, ik zal niet klagen. Alles hier is van mij, ik zal je geven wat je wilt.<br \/>\n\u2014 Goed, dochter, goed. Laten we aan het werk gaan.<br \/>\nZe gingen de grote kamer binnen, sloten de deuren en ramen, terwijl de zon begon te zakken. De juffrouw stookte het fornuis op, ging zelf water halen, en volgde daarbij de instructies van de grootmoeder: niet rechtstreeks naar de put, maar via de straten tegen de zon in. Ze vulde een emmer water en goot het bij de opkomst van de zon, de tweede bij de ondergang, en de derde, zo snel als ze kon, zonder om te kijken, via de straat met de zon mee.<br \/>\nToen ze terugkwam, zette ze een kom met water neer; de grootmoeder haalde kruiden tevoorschijn: selderij, oregano, goudsbloem, varenbloemen, wilde tijm, en voegde van elk een bosje toe aan de kom bij het vuur. Zelf nam ze wat tarwebloem, mengde het met water en haalde toen uit de poort in een papiertje wat kattenhersens, legde het in het deeg. Daarna nam ze uit een dichtgeknoopte zak een spoor van meneer Zabrjocha, splitste het in twee\u00ebn, en voegde \u00e9\u00e9n helft toe aan het deeg, kneedde het, vormde een broodje en zette het in de oven om te bakken, met spreuken en gespuw erbij. Ze vertelde Olena dat ze op de vloer moest gaan zitten, haar benen opgetrokken, niet bang te zijn en alleen aan haar geliefde te denken.<br \/>\nToen het broodje klaar was, gaf ze het in drie porties aan Olena, en moest zij water drinken uit het kannetje, zoals grootmoeder het zei. Daarna begon de pot met kruiden te koken. De grootmoeder riep Olena toe om niet bang te zijn, nam de andere helft van het spoor van Oelasovytsj en gooide het in de kokende pot, terwijl ze zelf in de oven leek te kruipen en luid riep:<br \/>\n\u2014 Wilde tijm, wilde tijm! Roep tien, van de tien negen, van de negen acht, van de acht zeven, van de zeven zes, van de zes vijf, van de vijf vier, van de vier drie, van de drie twee, van de twee \u00e9\u00e9n, en laat het goed zijn!<br \/>\nZachtjes sprak ze nog zodat Olena het niet hoorde:<br \/>\n\u2014 Meneer Zabrjocha, de Konotopse commandant Oelasovytsj Mykyta; en wie waakt, laat hem slapen.<br \/>\nToen blies ze op Olena, en plots begon Olena in slaap te dommelen, zonder dat ze er iets van begreep.<br \/>\nDe oude vrouw begon weer in de pot te roeren en schreeuwde luid in de schoorsteen dezelfde spreuken:<br \/>\n\u2014 Wilde tijm, wilde tijm! Roep tien, van de tien negen, van de negen acht\u2026<br \/>\nToen richtte ze het op \u00e9\u00e9n, en dat was meneer Oelasovytsj, en fluisterde zachtjes:<br \/>\n\u2014 En wie zit te waken, laat hem maar slapen.<br \/>\nToen blies ze op de vaandrigsdochter, en zij viel, arme ziel, meteen in slaap. De grootmoeder begon voor de derde keer de kruiden te mengen en schreeuwde opnieuw zo hard ze kon door de pijp:<br \/>\n\u2014 Wilde tijm, wilde tijm! Roep tien, van de tien negen\u2026<br \/>\nEn toen ze bij \u00e9\u00e9n kwam, krijste ze van inspanning, schreeuwend met al haar kracht, terwijl ze meneer Oelasovytsj riep. Ze blies nogmaals op de vaandrigsdochter en zei:<br \/>\n\u2014 Wie slaapt en snurkt, laat hem maar snurken.<br \/>\nDoor dit alles viel juffrouw Josypivna op het kussen en begon luid te snurken door het hele huis. Op dat moment klonk er iets bij de deur van de bijkeuken \u2014 plof! \u2014 iets kreunde, iets mauwde en zuchtte\u2026 Maar dat zien we later wat dat was.<\/p>\n<p>VIII<br \/>\nSomber en niet vrolijk stond, met de handen gevouwen, de trotse commandant van de Konotopse honderd, de commandant Oelasovytsj Mykyta Zabrjocha, in het beroemde stadje Konotop, op straat bij de herberg, waar altijd de honderd samenkwam, of voor oefening of om te tellen of om te controleren of er toevallig geen kozak was weggelopen. Hij stond daar, arme ziel, met gevouwen handen, hoofd gebogen, als een os voor het juk; en de kozakken, de hele honderd, stonden recht voor hem als een muur van glas, met hun hoeden op een schap gelegd zodat die tijdens de oefening niet van hun hoofd zouden vallen, en de kinderen die rondrenden bij de kozakken niet zouden worden opgepakt of weggejaagd.<br \/>\nDe kozakken stonden daar en wachtten af wat er met hen zou gebeuren en welke bevelen er zouden komen, en ze praatten wat onder elkaar, als water dat over een rooster stroomt, zodat er echo\u2019s kwamen. Sommigen haalden een snuifje tabak, rookten en niesten, anderen hadden een pijp en rookten die.<br \/>\nCommandant Zabrjocha merkte niets op en zag en hoorde niet wat er rondom hem gebeurde. Het leek hem alsof hij nog steeds luisterde naar wat de klerk van de Konotopse honderd, Prokip Ryhorovytsj Pistrjak, hem had voorgelezen. Maar deze had allang alles opgelezen, opgerold en in zijn zak gestopt.<br \/>\nPlots zuchtte commandant Oelasovytsj zwaar, alsof hij een smidse-blazer was, en vroeg de klerk:<br \/>\n\u2014 Doe me een plezier, vriend Ryhorovytsj! Vertel me met woorden wat je daar in het rapport voorgelezen hebt? Je weet dat ik niets schriftelijks kan verwerken, ook al heb ik op school geleerd en geprobeerd te lezen, maar ik hield er snel mee op. Dus vertel me, wat heeft die kozak uit Tsjernihiv gebracht? We hebben een rapport gestuurd dat we niet op campagne gaan, ook al zouden ze ons duizend straffen opleggen; we hebben geen tijd, dat is een ander verhaal, dus waarom blijven ze aandringen?<br \/>\n\u2014 De hele Tsjernihivse administratie is gek geworden! \u2014 begon Pistrjak te zeggen, hoestend. \u2014 Ze schrijven voorschriften en schelden u uit, commandant, en mij \u2014 hmm, hmm! \u2014 ze noemen ons dom, omdat we hun bevelen negeerden en onze mannen niet naar Tsjernihiv stuurden.<br \/>\n\u2014 Ik snap het, hoewel het me bijna duizelt, wat u zegt, klerk; betekent dat dat we toch naar Tsjernihiv moeten?<br \/>\n\u2014 Inderdaad, dat moet! \u2014 zei Ryhorovytsj en knipoogde.<br \/>\n\u2014 Verdorie, en hun moeders dan! Nou, een middelvinger naar hen! \u2014 Hij vouwde zijn handen en begon te draaien. Hij draaide in de richting van Tsjernihiv, terwijl hij tsjilpte. Toen riep hij:<br \/>\n\u2014 Ik ga niet; ik heb via het rapport van de hinkende laten weten dat we geen tijd hebben.<br \/>\nEn Pistrjak zei:<br \/>\n\u2014 Onze hinkende is nog niet eens halverwege klaar met het werk. Word niet boos, commandant; we zullen niet vertrekken totdat we antwoord krijgen op onze vragen.<br \/>\n\u2014 Precies, Ryhorovytsj, we gaan niet. Zie je hoe slim ik het heb geregeld? We gaan niet en we gaan niet. Nou jongens! De zon is aan het ondergaan, ga avondeten, en morgen zien we wel hoe we het werk doen. Kom, klerk, laten we bij mij eten; Pazjka heeft goede pierogi gemaakt en een omelet bereid\u2026 O, hemel! O, redding! O, ramp! \u2014 commandant Oelasovytsj begon met een vreemde stem te roepen en greep naar zijn zij\u2026<br \/>\nKlerk Pistrjak en de kozakken renden naar hem toe: wat is er met hem gebeurd? Maar hij\u2026 ritselde\u2026 steeg omhoog en vloog als een vogel, terwijl hij nog steeds luid schreeuwde\u2026<br \/>\nWat zijn alle mensen in het beroemde stadje Konotop toch geschrokken, toen ze zagen dat hun dappere commandant van de honderd, meneer Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, opstond tot aan de hemel en zonder vleugels vloog, als een vogel! Vrouwen, mannen, kinderen, iedereen kwam kijken, zelfs de ouderen kropen uit hun huizen om dit tafereel te zien. Iedereen wierp het hoofd achterover en keek hoe meneer Zabrjocha als een exotische vogel door de lucht vloog; zijn armen zwaaiden als vleugels, zijn jas wapperde, zijn benen trilden, zijn broekspijpen bolden op, hij zweette als in een heet bad, en hij vloog en schreeuwde, terwijl hij zo veel mogelijk aandacht vroeg voor alles wat hij op aarde zag.<br \/>\nDe oude mensen spuugden van schrik, vrouwen gilden van angst en de kinderen raakten helemaal in paniek. En wie zou dat niet eng vinden?<br \/>\nProkip Ryhorovytsj, die dit wonder zag, stond met opgetrokken hoofd en open mond, zijn keel zichtbaar, zijn ogen groot, en zwaaide met zijn handen om meneer de commandant, die als een gans vloog, te grijpen. De hele kozakkenorde stond versteld van deze komedie. Hoe konden ze ook n\u00edet verbaasd zijn, als ze zagen dat een man uit het niets begon te vliegen als een vogel? En dit gebeurde nog v\u00f3\u00f3r middernacht, wanneer anders allerlei bovennatuurlijke wezens rondwaren; het zonnetje was nog maar net onder.<br \/>\nDe oude Ljoznycha, net van ouderdom en ziekte uit haar huis gekomen, keek naar de kozakken die bij elkaar stonden, grapten en zich hadden voorbereid op de oefening. Ze zuchtte en zei:<br \/>\n\u2014 Lof zij U, Heer, dat ik geen kozak ben! Ik kan niet eens door het huis lopen, laat staan rennen, vechten en oefenen! Ik wil geen kozak zijn!<br \/>\nPlotseling zag ze iets angstaanjagends over zich heen vliegen\u2026 Ze keek goed en rende naar de kozakken om hen te waarschuwen dat ze niet op de commandant moesten wachten, want hij was al vertrokken naar het zuiden.<br \/>\n\u2014 Ik heb het zelf gezien, \u2014 zei ze \u2014 hij vliegt als een kraai, alleen maakt hij geen kraakgeluid, maar vraagt om aandacht\u2026<br \/>\nDe klerk en de kozakken deden niets, ze verspreidden zich en vertelden aan wie het nog niet had gezien dat de commandant van Konotop, Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, vloog als een kraai. Iedereen die het nog niet had gehoord, haalde de schouders op, verbaasde zich en zei:<br \/>\n\u2014 Wacht maar, het zal nog goedkomen, als zelfs ons opperhoofd zo vreemd doet!<br \/>\nMaar Prokip Ryhorovytsj wist waar de slak zijn winterslaap hield. Hij was misschien geschrokken, maar hij vergat niets van de pierogi, het gebakken ei en Pazjka; hup, naar het avondeten, maar over de commandant werd niet meer gesproken.<br \/>\nOnze arme commandant vloog, van Konotop vandaan, zonder te weten waar hij zou eindigen of wat er met hem zou gebeuren. Plotseling \u2014 hup! \u2014 hij ziet een boerderij en hoort dat hij steeds lager en lager daalt. Hij kijkt goed en ziet de boerderij Bezverchy, op de Droge Balts\u2026 Hij vliegt over de huizen en het terrein van de vaandrigsdochter, waar hij al eerder was geweest\u2026 Hij vliegt het erf op en direct naar de deur van haar huis, die gesloten en van binnen vergrendeld is \u2014 plof! \u2014 hij valt neer als een boomstam, ademt niet en beweegt niet\u2026<br \/>\nDat gebeurde bij de huisdeur, waar de Konotopse heks Javdocha Zoeby\u0441ha bezig was met haar toverkunsten boven de vaandrigsdochter.<br \/>\nJavdocha riep nu meteen naar hem:<br \/>\n\u2014 Kreun niet zo en maak geen lawaai, dat niemand je hoort, maar ga snel het huis in.<br \/>\nZe opende de deur voor hem, riep hem binnen, maar er kwam geen geluid, geen gehoorzaamheid; onze commandant lag daar als versteend. Javdocha deed niets anders dan hem op eigen kracht het huis in slepen, en toen ze hem naar een andere plek had getild, kreunde hij en knipperde met zijn ogen. Hij begreep niet waar hij terechtgekomen was. Toen hij zich om zich heen keek, herkende hij Zoeby\u0441ha en begon hij kreten te slaken over zijn vader en moeder, over wat ze hem had aangedaan.<br \/>\nMaar Javdocha bleef rustig haar gang gaan:<br \/>\n\u2014 Je weet niet wat geluk is! Roep niet, anders wek je de hele hof. Wat zul je doen: je bent bang, er is geen ontsnappen aan. Nu kan je niet meer in paniek raken. Kijk hier, ruik dit maar.<br \/>\nZe hield geraspte mierikswortel onder zijn neus. Hij rook eraan en niesde drie keer, en begon daarna om water te vragen. Javdocha nam water, fluisterde er iets over, besprenkelde hem ermee, likte met haar tong kruiselings over zijn gezicht zodat er niets met zijn ogen zou gebeuren, en liet hem daarna van het water drinken. Hij dronk in \u00e9\u00e9n grote slok het water op en zei:<br \/>\n\u2014 Geef nog wat, tantetje!<br \/>\n\u2014 Nee! \u2014 zei Zoeby\u0441ha \u2014 ik heb je niet geroepen om hier te drinken. Laat het gefriemel en gemor achterwege en ga aan het werk. Zie je hoe mooi ze ligt?<br \/>\nPan Zabrjocha keek rond met zijn ogen en zag plots dat juffrouw Olena op de grond lag te slapen\u2026 en hij beefde als gekookt deeg.<br \/>\nEn ze was werkelijk een schoonheid! Zo mooi, en toen ze haar wangen bloosde, rood als karmozijn of een roos in de tuin; haar korset was los, haar hemd opengeritst\u2026 haar vlechten vielen los en bedekten haar borst bijna helemaal.<br \/>\nOnze Oelasovytsj, toen hij zo\u2019n schoonheid zag, begon als een pauw rond de slaperige te dansen; hij draaide zich heen en weer, bekeek haar, likte zijn lippen, slikte speeksel; hij vergat zijn werk, al het vliegen, vergat zelfs dat hij dorst had. Geen eten, geen water, niets kon zijn aandacht trekken!<br \/>\nHij probeerde iets te bedenken\u2026 hmm! Toen greep Javdocha hem bij de zoom van zijn jas en trok hem bij de oven:<br \/>\n\u2014 Kom tot jezelf, dwaas! Je moet werken, niet met meisjes rommelen. Pak deze kikker en draai haar kop opzij, nog levend, en gooi haar snel in de oven bij het vuur.<br \/>\nPan Zabrjocha deed alles wat Javdocha had gezegd, en terwijl de kikker piepte, gooide hij haar in de oven, waar Zoeby\u0441ha het vuur had opgehoopt. Toen de kikker gebakken en uitgedroogd was, haalde Javdocha die eruit, verwijderde al het vlees en verzamelde de botjes. Ze begon ze uit te zoeken en vond \u00e9\u00e9n botje dat precies leek op een vorkje, en leerde Oelasovytsj wat hij ermee moest doen.<br \/>\nPan Zabrjocha drukte het vorkje tegen het hart van de vaandrigsdochter\u2026 die werd meteen wakker en sprak:<br \/>\n\u2014 En nu Pan Chaljavsky\u2026 ik spuug op hem. Mijn Mykytotsjko, mijn liefje! Waar ben je? Kom bij me: ik wil je zien\u2026<br \/>\nOelasovytsj lachte van blijdschap door het hele huis, en als Javdocha hem niet had tegengehouden, was hij op de vaandrigsdochter gesprongen; zij greep zijn hand en leidde hem, en leerde hem wat er nog meer gedaan moest worden.<br \/>\nPan Zabrjocha stond bij haar en haalde uit \u00e9\u00e9n van zijn zakken steentjes, kleine kiezelstenen, glaskraaltjes, vonkjes, alles wat Zoeby\u0441ha hem had gegeven. Hij nam een handvol van deze spullen, hield ze in zijn hand, liet ze rinkelen en schoof ze in zijn andere zak, en zo bleef hij een hele tijd bezig. Ondertussen mompelde juffrouw Olena, nog half slapend:<br \/>\n\u2014 Mykytotsjko, lieve Oelasovytsj! Ik houd steeds meer van je!<br \/>\nVervolgens gaf Javdocha hem een kikkerbotje, dat op een klein vorkje leek, en op haar aanwijzing raakte commandant Zabrjocha de vaandrigsdochter licht onder haar hart aan. Ze werd meteen opgewonden en begon te zeggen:<br \/>\n\u2014 Ik wil niet\u2026 voor Chaljavsky\u2026 dwing me niet\u2026 geef me aan Zabrjocha\u2026 als je me niet geeft\u2026 zal ik weglopen\u2026<br \/>\nToen leidde Javdocha Oelasovytsj weg van juffrouw Olena en zei:<br \/>\n\u2014 Zie je, wat ik gedaan heb? Nu zal ze Chaljavsky verachten en alleen voor jou gaan. Nu is het echt tijd om naar huis te gaan\u2026<br \/>\n\u2014 Naar huis? Is alles nu klaar? \u2014 vroeg pan Mykyta.<br \/>\n\u2014 Alles wat nodig is, is gedaan \u2014 zei Zoeby\u0441ha. \u2014 Maak je nergens zorgen over en wacht tot ze je zullen komen halen en vertroetelen. Nu gaan we naar huis.<br \/>\n\u2014 Maar hoe zullen we gaan, tante? Als we met z\u2019n vijven moeten vliegen, bah! Nee! Ik kan het niet\u2026<br \/>\n\u2014 Rustig aan, jongen, ik heb medelijden met je. Nu gaan we, en onderweg kun je slapen of dutten, wees nergens bang. Voor zonsopgang zijn we thuis. Ik zal morgen met z\u2019n vijven hier zijn en ik zal jonkvrouw Olena dit kikkerbotje geven, zodat ze het bij zich kan dragen; zolang ze het draagt, zal ze van je blijven houden. Kom, laten we het huis uitgaan en vertrekken; anders wordt juffrouw Olena straks wakker.<br \/>\nZoeby\u0441ha verzamelde al haar spullen, pakte ze netjes in zoals het moest, nam \u041e\u0442 \u0417\u0443\u0431\u0438\u0445\u0430 \u043f\u043e\u0437\u0431\u0438\u0440\u0430\u043b\u0430 \u0443\u0441\u0435 \u0441\u0432\u043e\u0454, \u043f\u043e\u0441\u043a\u043b\u0430\u0434\u0430\u043b\u0430, \u044f\u043a \u0457\u0439 \u0442\u0440\u0435\u0431\u0430 \u0431\u0443\u043b\u043e, \u0443\u0437\u044f\u043b\u0430 \u0434\u043d\u0438\u0449\u0435 i \u0432\u0435\u0440\u0435\u0442\u0435\u043d\u043e i \u0432\u0438\u0439\u0448\u043b\u0430 \u0437 \u0423\u043b\u0430\u0441\u043e\u0432\u0438\u0447\u0435\u043c \u0437 \u0445\u0430\u0442\u0438. en het spinnewiel en vertrok samen met Oelasovytsj. Buiten zei ze tegen pan Zabrjocha:<br \/>\n\u2014 Ga op het spinrok zitten zoals een kozak op een paard; ik zal me ergens vastklampen. Ik ben dit gewend.<br \/>\nZodra Oelasovytsj zijn voet op het spinrok zette, floot Javdocha en klonk er een zoem!  het spinrok steeg op, met pan Zabrjocha erop, en Javdocha zat achter hem, slaakte zoemende klanken, zweepte met de spil en riep als bij het rijden op een merrie. Ze stegen tot hoog in de hemel!<br \/>\nOnze Konotopse honderdman, Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, zat op het spinrok als op een paard; zijn benen bengelden zonder stijgbeugels, en om niet te vallen hield hij zich vast met zijn handen aan het spinrok, die vooruit schoot! Het ging nog sneller dan Jatskiv\u2019s schimmel. Achter hem hield Javdocha zich vast en gilde van de kou, want de wind blies door en liet haar hevig rillen.<br \/>\nZe hadden nauwelijks de tijd om rond te kijken, toen Konotop al in de buurt kwam. Javdocha mompelde iets, en plotseling daalde het spinrok steeds lager\u2026 en plons! Hij viel neer bij de poort van de familie Zabrjocha. Pan Oelasovytsj landde hard en kwam nauwelijks bij van de schok; hij merkte niet eens dat Javdocha met het spinrok al verdwenen was, en zag alleen dat Pazjka iemand uitgeleide deed.<br \/>\n\u2014 Ben jij het, jongeman? \u2014 vroeg ze Oelasovytsj. \u2014 Waar ben je al die tijd geweest\u2026 ik heb me zo\u2019n zorgen om je gemaakt\u2026<br \/>\n\u2014 Waarom ging je naar buiten bij de poort? \u2014 vroeg pan Mykyta.<br \/>\n\u2014 Van verdriet! \u2014 zei Pazjka.<br \/>\n\u2014 En wie liet je daar uit?<br \/>\n\u2014 Daar\u2026 een vreemde stier was bij jullie vee geklommen, dus ik\u2026<br \/>\n\u2014 Een stier! Bij het vee! Hm! \u2014 bromde pan Mykyta voor zich uit terwijl hij het huis binnenging, en beval licht te maken, want het was nog donker.<br \/>\nPazjka bracht het licht naar binnen\u2026 Pan Zabrjocha keek en zag dat er op tafel nog wat restjes van de varenyky lagen, twee lepels, twee borden, en de kruik was al leeg, maar er waren nog overal kleine dingen\u2026 Hij fronste, trok zijn lip op en mompelde:<br \/>\n\u2014 Een stier\u2026 bij het vee!<br \/>\nDaarna ging hij naar de woonkamer, doofde het licht en plofte op het bed, denkend:<br \/>\n\u2014 Verdorie! Nu heb ik mijn vaandrigsdochter!..<br \/>\nHij schreeuwde uit met een stem die door het hele huis klonk.<\/p>\n<p>IX<br \/>\nBedroefd en ongelukkig zat juffrouw Olena Josypivna, de vaandrigsdochter, op haar bed in haar huis op het landgoed Bezver\u0441hy, op de Droge Balts. Ze geeuwde, wreef in haar ogen en wist niet goed waar ze was, wat er met haar was gebeurd, wat ze had gedroomd en waarom ze zich zo zwaar en verdrietig voelde.<br \/>\nPlotseling verscheen de Konotopse heks, Javdo\u0441ha Zoeby\u0441ha, in het huis. Ze zei:<br \/>\n\u2014 Goedendag, juffrouw! Waarom ben je zo bedroefd en ongelukkig?<br \/>\n\u2014 O, grootmoeder! Nu herinner ik me alles\u2026 wat heb je met mij gedaan?! \u2014 zei juffrouw Olena, snikkend.<br \/>\n\u2014 Stil maar en adem rustig! \u2014 zei Javdo\u0441ha. \u2014 Neem deze kleine tas en hang hem aan een koord om je nek, dan komt alles goed.<br \/>\nZe hing de tas om haar nek; erin zat de achterpoot van een kikker, een uitgedroogd hart, een schedelbotje en een beetje van Mykyta\u2019s spoor. Zodra juffrouw Olena de tas omhad, werd ze vrolijker, alsof ze uit het water was gekomen. Haar ogen straalden, haar wangen werden rood, en ze kon niet stilzitten op het bed. Ze sprong naar Javdo\u0441ha toe, huilde en smeekte:<br \/>\n\u2014 Tantetje, lieve tantetje! Doe wat je wilt, maar zorg dat ik met de Konotopse pan Zabrjocha trouw! Ik weet niet precies hoe hij heet, maar laat hem mij nemen.<br \/>\n\u2014 Maar hij vroeg je ten huwelijk en jij gaf hem toen een gebakken pompoen?<br \/>\n\u2014 Ja, ik was dom en dwaas\u2026 ik zag het niet goed, vroeg mensen niets, luisterde niet naar mijn broer\u2026 Nu is de wereld leeg zonder hem!..<br \/>\n\u2014 Maar hou je niet van de heer \u0421haljavsky, Omeljanovytsj, rechterszoon?<br \/>\n\u2014 Nee, ik was dom en dwaas! Sinds gisteren\u2026 vergeet hem maar; ik denk alleen aan Zabrjocha. Ik wil hem zien, naar hem kijken, hem knuffelen en dat hij mij neemt.<br \/>\nZe viel op de grond bij Javdocha, huilde en smeekte:<br \/>\n\u2014 Maak dat hij mij neemt! Ik zal je drie jaar lang mijn moeder noemen, ik zal je respecteren en eren. Als hij me afwijst, zal ik sterven\u2026<br \/>\n\u2014 Rustig, rustig, kalmeer! \u2014 zei Javdocha en tilde haar op van de grond, zette haar op de bank. \u2014 Hier komt je broer, vertel hem alles zonder schaamte; hij moet snel naar Konotop naar pan Zabrjocha gaan en vragen mensen te sturen voor de trouwroesjnik. Daar komt hij al; ik ga naar Konotop en regel het met Zabrjocha. Maak je geen zorgen en kom snel in actie.<br \/>\n\u2014 En ik zal je ook de trouwdoek en de bruidskegel geven\u2026 \u2014 riep juffrouw Olena Javdocha na.<br \/>\nOp dat moment kwam haar broer, de kornet, vrolijk het huis binnen, alsof hij helemaal niet ziek was; het had hem goed gedaan, na zijn maagpijn.<br \/>\n\u2014 Hoe gaat het, broer, ben je gezond? \u2014 vroeg zijn zus, juffrouw Olena.<br \/>\n\u2014 Pas voor zonsopgang heb ik gerust na de kramp in mijn maag en geslapen op alle dekens. Nu gaat het prima \u2014 zei de kornet.<br \/>\n\u2014 Nou, broer! Maak je geen zorgen: binnenkort mag je vrij naar het klooster gaan, \u2014 begon juffrouw Olena, terwijl ze haar ogen naar de grond sloeg. \u2014 Ik heb al\u2026 mijn bruidegom gekozen\u2026 \u2014 zei Olena en bloosde dieprood als een kreeft.<br \/>\n\u2014 En wie is het?<br \/>\n\u2014 De Konotopse pan Zabrjocha.<br \/>\n\u2014 Wat!? Had je hem toen nog een gebakken pompoen gestuurd?<br \/>\n\u2014 Ja!<br \/>\n\u2014 Maar je leek toch altijd zo gehecht aan heer Chaljavsky?<br \/>\n\u2014 Bah! Vergeet hem! En doe wat je wilt: ga naar hem in Konotop en vraag dat hij vandaag of morgen mensen stuurt voor de roesjniki, en op zondag het huwelijk regelt.<br \/>\n\u2014 Maar dat viel je nu pas in? \u2014 vroeg haar broer, de kornet, terwijl hij bijna een kramp in zijn buik kreeg van zoveel spanning. \u2014 Misschien had je nog even moeten rondkijken, want morgen is het Pasen en moet er nog worden genaaid en geschilderd\u2026<br \/>\n\u2014 Ik zou sterven als ik binnen een week niet met pan Zabrjocha trouw! Ik zag hem vandaag in een droom: wat een knappe man! Zo rijk! Hij strooit met geld, zilver, goud, parels en allerlei edelstenen\u2026 Broer, ga snel, haal hem hier, breng mensen mee zodat de roesjniki sneller kunnen worden overhandigd\u2026 of mensen zijn niet nodig, die verzamelen we hier wel. Breng hem snel, snel naar mij!<br \/>\nDoor de inspanningen van de Konotopse heks raakte het arme meisje bijna opgewonden tot aan het plafond, uit verlangen naar pan Zabrjocha.<br \/>\nHaar broer kon er niets tegen doen! Hij beval ontbijt te serveren, ging eten en dacht na. Hij vond het niet genoeg, wilde ook lunchen; na de lunch dacht hij:<br \/>\n\u2014 Heer Chaljavsky pakt niets in zijn mond, maar pan Zabrjocha\u2026 die laat niets liggen. Nou goed! Ik zal mijn zus aan hem geven en blijf nog een tijd bij de jongelui wonen.<br \/>\nZo besloot hij, sprong op de kar en reed naar Konotop, rechtstreeks naar pan Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha.<br \/>\nOndertussen begon juffrouw Olena zich voor te bereiden op het huwelijksaanzoek: ze poetste het huis, de tafels, banken, de vogelkooien, de potten werden schoongemaakt, trouwdoeken klaargelegd\u2026 zo dat alle dienstmeisjes buiten adem raakten van al het werk.<\/p>\n<p>X<br \/>\nBedroefd en ongelukkig zat heer Demjan Omeljanovytsj Chaljavsky, in zijn verlaten huis op zijn boerderij, nadat hij iedereen naar buiten had gestuurd. Hij wisselde woede, verdriet en scheldwoorden af, dwaalde verveeld door de kamer, en huilt bijna van verdriet. Hoe kon hij zich niet zo voelen?<br \/>\nJuffrouw Olena Josypivna, de vaandrigsdochter van landgoed Bezverchy op de Droge Balts, had gezworen dat ze niet zou trouwen met iemand anders. Hij had vele avonden met haar tot middernacht onder de wilg bij de waterput gezeten, waar ze ringen hadden uitgewisseld, en ze had gezworen trouw te wachten tot hij terugkwam van de expeditie vanuit Tsjernihiv en mensen naar haar zou sturen.<br \/>\nNu hoorde hij dat ze al de trouwdoeken had klaargelegd, terwijl hij in Tsjernihiv vijf keer bijna gevangen genomen was omdat hij vrij wilde zijn voor het huwelijk\u2026 Hij reed razendsnel naar zijn boerderij, dag en nacht doorrijdend, putte zijn paard uit en kwam hijgend aan, riep zijn dienstmeisje Chivrja, dat zij ooms en neven zou oproepen om heilig brood en stokken te brengen naar juffrouw Olena\u2026<br \/>\nChivrja bracht hem snel een grove grap:<br \/>\n\u2014 Wat, \u2014 zei ze, \u2014 juffrouw Olena is al verloofd met pan Zabrjocha, de rituele trouwdoeken zijn al gegeven en op de verloving is stevig gedronken, zo erg zelfs dat alleen wie niet bij het huwelijksaanzoek aanwezig was, nuchter bleef; alle anderen lagen uitgestrekt dronken tot aan de tweede hanenkraai; morgen is het huwelijk. Ze loopt al met haar losse haar door de straten van Konotop en brengt haar vriendinnen bijeen; de ooms zijn gekleed en naar de boerderij Bezverchy gegaan om het brood te halen; pan Zabrjocha heeft een blinde vioolspeler voor het huwelijk geregeld\u2026<br \/>\nToen hoorde heer Chaljavsky dit allemaal, opende hij zijn mond van verbazing, en zijn ogen stonden in vuur en vlam. Hij balde zijn vuisten en sloeg zichzelf voor het hoofd, bijna vallend, en luisterde lang, scheldend op juffrouw Olena, de kornet, pan Zabrjocha, ooms, tantes, neven, schoonzussen, vriendinnen, de blinde violist en dienstmeisje Chivrja\u2026 tot hij bijna schuimend van woede was. Toen sprong hij op om Chivrja aan te vallen\u2026 maar zij sprong op tijd weg.<br \/>\nZo bleef hij helemaal alleen in het huis, verdrietig en zwaarmoedig, en hij trok met zijn handen pluk na pluk haar uit zijn hoofd\u2026 maar zodra hij zich realiseerde dat hij niets meer kon doen om de alles te herstellen, barstte hij in huilen uit, huilde alsof zijn hart zou verscheuren, en klom tegen de muur op van wanhoop.<br \/>\nTien keer sloeg hij zichzelf met zijn vuisten tegen hoofd en borst, en net toen hij van plan was om zijn hoofd tegen de muur te bonken\u2026 kraak!\u2026 en daar kwam de oude vrouw binnen, oud en krom, sleepte moeizaam haar voeten en steunde op haar stok.<br \/>\nZe boog en zei:<br \/>\n\u2014 Goedendag, mijnheer!<br \/>\nMaar de jonge heer staarde haar aan, sprakeloos en hijgend.<br \/>\n\u2014 Waarom ben je zo onvoorbereid? \u2014 zei de grootmoeder, zich niets aantrekkend van zijn woedende blik. \u2014 Geen vogel is gestoord, geen lam is geslacht, en niemand heeft meel voor de noedels gemalen! Ruim dat allemaal op! Morgen is het huwelijk, en jij\u2026 zit hier te treuren!<br \/>\nIk heb geen idee waar die oude vrouw terecht zou zijn gekomen, hoe haar botten zouden zijn gebroken en wie ze samen met de hond zou hebben opgeraapt, als Demjan Omeljanovytsj niet zo boos was geworden over de woorden van haar, zo boos dat hij bijna uit elkaar barstte van woede. Zijn mond liep over met schuim, zijn tong leek bevroren, alleen zijn handen trilden en zijn vuisten waren vastgeklemd; hij jammerde als een verwrongen hondje. Hij dacht dat hij van verdriet nog uit elkaar zou spatten.<br \/>\nMaar hoe kon hij dit verdragen? Hij had zich net ingesteld op het huwelijk en op het sturen van mensen met brood, en nu had dat meisje hem een gebakken pompoen gebracht! En wat voor een meisje! Ze had al enige tijd met hem vertoefd, vele nachten onder de wilg bij de waterput gezeten, en had gezworen dat ze niet met iemand anders zou trouwen. En nu liep ze naar een ander! En die ander was de Konotopse honderdman Zabrjocha, die zij achter zijn rug, maar ook recht in zijn gezicht bespotte. Hoe kon de jonge heer Chaljavsky dit verdragen?<br \/>\nEn juist nu kwam grootmoeder, zo\u2019n vrouwtje dat je bijna met een borstel zou willen slaan, en maakte grappen over hem. Hij had haar bijna in stukken gescheurd, zoals een oude kraai, maar hij had geen kracht en kon zich niet bewegen, terwijl zij sprak:<br \/>\n\u2014 Waarom ben je zo woedend? Wees stil en luister naar me. Ik zweer het, als juffrouw Olena van het landgoed Bezverchy niet morgen nog van jou zal houden\u2026<br \/>\nToen ze dit tegen hem zei, beefde hij van blijdschap en probeerde iets te zeggen, maar kon nauwelijks woorden vinden; hij draaide zijn ogen en stamelde bijna:<br \/>\n\u2014 J-ja?<br \/>\n\u2014 Ik zal vervloekt zijn als je niet morgen met Olena getrouwd bent! \u2014 riep ze, terwijl ze hem met alle heksenflauwe spreuken vervloekte. \u2014 Luister goed: je kent mij!<br \/>\nEn hoe kon de jonge heer dit niet weten, aangezien hij de Konotopse heks Javdocha Zoebycha goed kende? Zij had hem al eens gered, haar advies had hem gerustgesteld; hij wist nu wat hij moest doen. Vol vreugde smeekte hij haar:<br \/>\n\u2014 Tantetje, lieve vrouw! Doe wat u weet te doen, zodat mijn Olena de mijne wordt. Een hele dag zal ik u mijn echte moeder noemen; ik zal een doek, een hoofddoek, een sluier kopen, wat uw hart en dat van uw kat ook maar wenst\u2026 Let wel: Olena brengt  al haar vriendinnen bij elkaar, de broodsters slepen al de deegkuip in huis, en de Konotopse honderdman Mykyta Oelasovytsj heeft al een blinde violist voor het huwelijk ingehuurd\u2026<br \/>\n\u2014 Ben ik soms niet Javdocha? \u2014 riep ze uit. \u2014 Ik zal dat huwelijk regelen! Laat hem maar eerst de dukaten van zijn vader voor jou lospeuteren, en ik zal hem in het huwelijk laten treden! Laat Olena haar vriendinnen maar bijeen brengen, laat hen voor Mykyta zingen, maar ik weet wel wat ze met Demjanko zullen doen. Schiet op, snel; geef opdracht dat in het huis gebakken en gekookt wordt, dat alles wordt voorbereid wat nodig is, en dat jij de bojaren, de familie, de dorpsoudsten bijeen brengt. Zoek ook een vaderlijk iemand om de orde te bewaken.<br \/>\nDe jonge heer Chaljavsky werd meteen vrolijk; hij greep zijn gordel en pakte zijn hoed om zich naar het transport te haasten, terwijl Javdocha, het huis uitgaand, vrolijk het huwelijkslied zong en zelfs rondsprong:<\/p>\n<p>Bij Demjanko en de ouders, veel,<br \/>\nEn geen van hun eigen, helemaal niet.<br \/>\nAlles is er om te drinken,<br \/>\nMaar niemand om je hart uit te storten.<br \/>\nAlles is er om te feesten,<br \/>\nMaar niemand om raad te geven.<\/p>\n<p>XI<br \/>\nTriest en somber kleedde juffrouw Olena Josypivna zich aan in haar huis op het landgoed Bezverchy aan de Droge Balts. Ze probeerde zich te kleden, maar het lukte niet goed; ze moest haast maken, want in het dorp hadden ze al het ochtendgelui ingezet, iedereen stond te bellen voor het vroege ochtendgebed. Ze moest haast maken om op tijd in de kerk te zijn, want gisteren had men al besloten dat zij daar bij het ochtendgebed getrouwd zou worden met Konotops honderdman Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, en van het landgoed naar het dorp was ongeveer vijf \u00e0 twee werst; ze moest opschieten, maar haar handen wilden niet mee.<br \/>\nZe had haar haar al gekamd, haar vlechten in kleine plukjes verdeeld, linten omgelegd\u2026 en toen zag ze het beste zakdoekje dat de heer Chaljavsky haar had gegeven\u2026 en ze voelde zich geroerd, dacht aan hem en zuchtte een beetje. Javdocha was ondertussen druk in de weer: hierheen, daarheen, ze legde een ketting om Olena\u2019s nek, een bloemenkrans op haar hoofd; en toen ze haar helemaal had aangekleed, rende ze meteen naar buiten, draaide drie keer op \u00e9\u00e9n been naar de zon, fluisterde iets voor zich uit, wees naar het dorp en sprak:<\/p>\n<p>Wie haast had,<br \/>\nLaat die niet het huis verlaten,<br \/>\nEn tot zonsopgang<br \/>\nZal hij geen deuren noch venstertjes vinden.<\/p>\n<p>Toen ze vijf keer terug het huis binnenkwam, begon ze juffrouw Olena klaar te maken voor de ceremonie; ze liet haar drie keer buigen voor vader en moeder die aanwezig waren voor deze gelegenheid, en daarna ook voor haar eigen broer. Aan de oudere bruidsmeisjes gaf ze een paar kaarsjes van vijf kopeken voor het huwelijksritueel, een doek om de handen te binden, een trouwdoek onder de voeten en een stang onder de trouwdoek voor de koster; en stilletjes, zodat niemand het zag, gaf ze ook een botje en een kliswortel aan een bruidsmeisje en leerde haar wat ze ermee moest doen en wanneer.<br \/>\nZo gingen de jonge bruid en haar oudere bruidsmeisje naar het dorp, haastig naar de kerk, om daar het huwelijk te voltrekken met honderdman Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha van Konotop.<br \/>\nWat deed Javdocha ondertussen op het landgoed Bezverchy? Daar woonde een meisje, Solocha genaamd, arm en ellendig: ze had geen kleren en verder ook niets. Ze was blind aan \u00e9\u00e9n oog, haar haar viel uit door schurft, haar hoofd was kaal als een handpalm, haar hele nek zat onder de bulten en vlekken, een oog brandde, haar tanden ontbraken, ze was gebocheld, had een kromme neus met alleen een kuiltje als neus, \u00e9\u00e9n been krom, en haar rechterarm was zo krom dat ze die niet naar haar mond kon brengen.<br \/>\nJavdocha pakte dit meisje, kleedde haar in linten, liet haar haar los in plaats van vlechten, trok haar in vreemde kleren, gaf haar een ketting met kruisen om de nek, en toen ze helemaal was aangekleed, zette Javdocha haar op een spinrok, nam zelf een ander, klikte met de tong, gaf een duwtje\u2026 en de spinrokken vlogen zo snel dat er stofwolken achterbleven. Ze kwamen bij de kerk in het dorp, en Javdocha zei tegen Solocha:<br \/>\n\u2014 Ga daar staan, meisje, bij de rugsteun, naast de muur, en houd dit maanzaad vast. Welke kozak jou ook komt nemen om te trouwen, wees moedig, treuzel niet. Kijk goed en wacht tot de zon opkomt.<br \/>\nSolocha stond stil en wachtte, terwijl Javdocha haar gang ging met haar werk.<br \/>\nOlena en de oudere bruidsmeisje haastten zich naar het dorp om op tijd bij het ochtendgebed te zijn. Terwijl Olena liep, prees ze steeds de lof van pan Zabrjocha, hoe knap hij was, donkerharig, met prachtige ogen, met een mooie snor, en hoe vlot en vaardig hij was. Maar zodra ze op een kruispunt kwamen, tikte het oudere bruidsmeisje Olena zachtjes drie keer op de rug met het botje dat Javdocha haar had gegeven: tik, tik, tik! en zei: &#8220;Ga weg, liefdeloze!&#8221; Olena vroeg: &#8220;Waarom tik je me op mijn rug, zusje?&#8221; \u2013 &#8220;Och, juffrouw, ik haalde een veertje los dat aan je jas vastzat.&#8221;<br \/>\nOlena begon over pan Oelasovytsj te praten, maar nu niet meer zo lovend. Ze zei dat hij niet zulke ogen had als pan Chaljavsky; bij het volgende kruispunt waren zijn snorren lelijker dan die van pan Chaljavsky; verder was hij ook nog eens klein, lelijk, onaangenaam en gemeen. Toen ze bij de kerk aankwamen, maakte het oudere bruidsmeisje zachtjes het koordje los waaraan het kapje hing. In dat kapje zat de rechterachterpoot van een kikker, een uitgedroogd hart, een schedelbotje, en een beetje van Mykyta\u2019s spoor. Zodra ze het losknoopte, viel dat buideltje open, zodat Olena het zelf niet eens merkte.<br \/>\nPlots riep ze: &#8220;Verdomme die Zabrjocha, ik wil niet met hem trouwen! Laten we teruggaan, meid!&#8221; \u2013 &#8220;Waarom teruggaan?&#8221; zei het bruidsmeisje. &#8220;Laten we even in de kerk blijven; als de pan-honderdman naar je toe komt om het huwelijk te voltrekken, doe dan alsof je je laat overhalen. Dat zal hem nog meer beschamen dat je hem zo voor de mensen te pakken neemt.&#8221; \u2013 &#8220;Dat klopt!&#8221; zei Olena. &#8220;Dan zal ik hem tonen wat ik ervan denk. Laten we naar de kerk gaan.&#8221;<br \/>\nZe gingen de kerk binnen. Juffrouw Josypivna keek rond, pan Oelasovytsj was er niet. Snel kwamen de anderen, maar hij was er nog steeds niet. Olena werd rood als een klaproos en wit als linnen van angst dat hij binnen komt en haar tot het huwelijk dwingt.<br \/>\nToen, net nadat men klaar was met het lezen van de kerktekst, klonk er plotseling gerinkel bij de deur: de bruidsmeisjes, de lichtdragers, de edelen, de bruidsvrienden, de assistenten, de dorpsoudsten, allemaal niet zomaar mensen, maar van adel, in mooie jassen, tsjerkessische kleding en jurken die je mond doen openvallen! Ze waren nog belangrijker dan die van onze pope, die naar filosofielessen ging en, nadat hij met onze diakendochter was getrouwd, bij ons in het dorp priester werd.<br \/>\nEn achter deze stoet kwam een jongeman binnen\u2026 Wie was dat? Olena beefde toen ze zag dat het niet pan-honderdman Oelasovytsj uit Konotop was, maar pan Chaljavsky Omeljanovytsj, van wie ze oprecht hield. Het oudere bruidsmeisje tikte haar snel drie keer op de rug met het kliswortel dat de heks had gegeven en fluisterde: &#8220;Pak hem vast.&#8221; Olena brandde van opwinding, worstelde zich door de menigte naar pan Chaljavsky, greep hem bij de hand en zei: &#8220;Neem me! Als je wilt, neem me! Als er een ander meisje is, laat zien waar ze is, ik krab haar ogen uit! Ik was gek, en nu sterf ik als je me verlaat\u2026&#8221;<br \/>\n&#8220;Daarom ben ik hier, juffrouw, om met jou de wet te voltrekken,&#8221; zei pan Chaljavsky en trok haar bij de hand naar een stoel, terwijl de priester klaarstond om het huwelijk te voltrekken. Ze zongen het lied \u201cVruchtbare wijnrank\u201d, liepen rond de stoel, lieten de pasgetrouwden elkaar kussen, namen een halve kop uit de bruidsgeldpot en lieten hen gaan naar huis, terwijl zij zelf achterbleven om de kaarsen te doven en dergelijke dingen.<\/p>\n<p>XII<br \/>\nSomber en verdrietig liep de pan-honderdman van Konotop, Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, door het huis. Hij had zich zo mooi mogelijk aangekleed, zijn gezicht schoon geschoren en zijn kuif netjes geknipt. Hij liep door het huis waar hij sinds gisteravond was aangekomen vanuit Konotop, om bij het ochtendgebed in het huwelijk te treden met juffrouw Josypivna, zoals afgesproken.<br \/>\nJuist toen de klok voor het ochtendgebed luidde, sprong hij op en wekte pan-klerk Pistrjak, Ryhorovytsj, die hem naar de oudere edelen had geroepen.<br \/>\nTerwijl de klokken luidden, stond ons kozakkenschap klaar: scheren, schoenen aantrekken, kleren aantrekken; en toen het tijd was, trokken ze hun nieuwe Krimse mutsen en jassen aan en gingen naar buiten.<br \/>\n&#8220;Open de deuren, pan Oelasovytsj, zonder obstakels. Haast je, haast je! Waarom rommelen jullie bij het slot? Breek het open, open de deuren naar de gang,&#8221; beval pan Ryhorovytsj aan de pan-honderdman, terwijl hij overal de deuren voelde, maar niets ging open.<br \/>\n&#8220;Maar!&#8221; zei Mykyta Oelasovytsj, &#8220;open jij maar, als je het kunt vinden. Kijk, er zijn geen deuren!&#8221;<br \/>\n&#8220;Wat bedoel je?&#8221; zei de klerk. &#8220;De deuren zijn open, maar er zit een drempel op. Vind gewoon de plek&#8230;&#8221;<br \/>\n&#8220;Wat voor plek? De muur is kaal, er zijn helemaal geen deuren. Kijk zelf maar!&#8221;<br \/>\nPan Pistrjak greep en voelde overal: hap, snap! voel, voel! \u2013 er waren geen deuren, geen klink; alleen een muur stond voor hem. Hij zocht overal, maar niets te vinden.<br \/>\n&#8220;Wat is dit voor onzin? Waar zijn de deuren gebleven?&#8221; jankte pan Zabrjocha, met knarsende tanden van frustratie, want de klokken hadden al lang geluid.<br \/>\n&#8220;Ik zie, deuren, opengaand hier en daar, niets!&#8221; gromde Ryhorovytsj, bijna met zijn haar trekkend. &#8220;Wat zullen we doen, pan-honderdman? Zullen we de armen spreiden en het aanraken proberen, totdat we het huwelijk kunnen voltrekken.&#8221;<br \/>\n&#8220;Vertel het gewoon, pan-klerk! Het is nu geen tijd voor geschreven woorden!&#8221; zei pan Oelasovytsj huilend. &#8220;Ik begrijp het zelf al nauwelijks, en dan ook nog geschreven instructies. Zeg het gewoon.&#8221;<br \/>\n&#8220;Aanraking, tastend onderzoek. Leg je rechterhand in de mijne en we reproduceren samen het tastend zoeken door het hele huis, tot we een deur vinden of een vijand die ze verstopt heeft.&#8221;<br \/>\nPan Mykyta begreep nauwelijks wat de klerk bedoelde. Ze begonnen de muren af te voelen. E\u00e9n liep naar de ene kant, de ander naar de andere: voel, voel! hap, snap!<br \/>\n&#8220;Heb je iets gevonden, Ryhorovytsj?&#8221; \u2013 &#8220;Niets! verdwenen als rook.&#8221; \u2013 &#8220;Laten we verder gaan.&#8221; Ze liepen door. &#8220;Heb je het gevonden, pan Oelasovytsj?&#8221; \u2013 &#8220;Bah! Mogen ze wegschuiven! En de klokken luiden al. Ach, wat een ellende!&#8221;<br \/>\nZe voelden het hele huis af, kwamen bij elkaar\u2026 geen deuren. Ze gingen weer uit elkaar, \u00e9\u00e9n met de zon mee, de ander tegen de zon in\u2026 ze voelen\u2026 komen weer bij elkaar\u2026 niets! Zelfs een raampje konden ze niet vinden, dat was ook verdwenen. Ze huilden allebei.<br \/>\nPan Mykyta Oelasovytsj ging op de vloer zitten en riep hardop:<br \/>\n&#8220;Het ochtendgebed is al voorbij, en juffrouw Josypivna wacht nog steeds\u2026 misschien is ze al naar huis gegaan. Ooo, oo, oo!&#8221;<br \/>\nPan Pistrjak leek iets in gedachten te hebben. Terwijl hij midden in de kamer stond en zijn vingers spreidde om iets te zeggen\u2026 klink, plekje! krak, deur! \u2013 Javdocha Zoeby\u0441ha, hun vriendin en de heks van Konotop, kwam binnen, die hen deze moeilijkheid had bezorgd en de deuren had verstopt. Ze riep hen luid toe:<br \/>\n&#8220;Zijn jullie gek geworden of wat is er? Wat zijn jullie hier aan het doen? Waarom gaan jullie niet trouwen? Ondertussen is het ochtendgebed voorbij, en de bruid wacht al lang met haar bruidsmeisjes, terwijl jullie hier maar zitten te treuzelen!&#8221;<br \/>\n\u2014 Oh, tantetje! \u2014 stamelde pan Zabrjocha. \u2014 Dit is helemaal een ramp.<br \/>\n\u2014 Er is grote verwarring ontstaan, \u2014 zei Ryhorovytsj, terwijl hij stiekem naar Zoeby\u0441ha keek. \u2014 Deze deur, met dit voorval, heeft het hele mannengezin in verwarring gebracht; het is bijna verloren\u2026 en nu, hoe dit verder gaat? Ik weet het niet!<br \/>\n\u2014 Vertel het gewoon, pan Mykyta, op een normale manier, want niemand begrijpt hier iets. Wat voor spookverschijnsel is jullie overkomen? \u2014 vroeg Javdocha, alsof ze van niets wist.<br \/>\n\u2014 Wat er is, \u2014 zei pan Zabrjocha, \u2014 is, dat iemand onze deur heeft gestolen! We hebben overal gevoeld, gezocht, geprobeerd te openen; we moesten bijna gaan schreeuwen, en toen kwam jij binnen.<br \/>\n\u2014 Ah, ah, ah! Ik weet het, ik weet het! \u2014 zei de heks. \u2014 Zie je, wat voor ellende dat rotkind heeft aangericht? Ik zal haar nog eens flink terechtwijzen. Ze wil nog gekkere dingen met je doen, maar ga er niet op in. Ga gewoon met de bojaar snel naar de kerk en neem je meisje mee. Kijk niet of ze Olena is of niet, neem gewoon degene die op de kist staat, bij de houten kast, met het rode klaproosje in haar handen. Wees niet te kieskeurig, en haast je niet naar Olena, ook al zie je haar ergens; dit meisje met het klaproosje is de jouwe.<br \/>\nZie je, de tante van pan rechterszoon Chaljavsky is uit Kyiv gekomen, die is nog erger dan ik, maar niet zo bijdehand\u2026 Eerst stal ze jouw deur, en nu heeft ze juffrouw Olena betoverd, alsof ze blind is, krom, met zweren bedekt, schurftig, alsof zij het helemaal niet is. Dus wees niet kieskeurig, dat het rotkind ons niet uitlacht. Trouw moedig; en als je van het altaar komt, zal ik alles slechte omkeren en dat oude rotkind wegjagen. Ga nu snel!<br \/>\n\u2014 Terwijl ze dit zei, keek ze naar Ryhorovytsj en knipoogde, en hij giechelde stilletjes en zei bij zichzelf: &#8220;Ik snap het!&#8221;<br \/>\nDe jongens, die Javdocha hartelijk bedankten, gingen onmiddellijk op weg. Toen ze bij de kerk aankwamen, waren bijna alle mensen al binnen; alleen de priesters bleven nog bezig met wat voorbereidingen, en enkelen wisselden nog kaarsen uit of deden iets dergelijks. Pan Chaljavsky was met de bruid en de groep al verdwenen.<br \/>\nEn Solocha stond rustig op de kist, bij de houten kast, het klaproosje in haar handen, wachtend op de bruidegom. Pan Mykyta keek naar haar en voelde onmiddellijk een rilling door zijn buik gaan. Wat een mooie meid! Hij keek naar haar, zuchtte diep en zei:<br \/>\n\u2014 Wat voor verschijning is dat?<br \/>\n\u2014 Mij lijkt \u2014 zei de klerk \u2014 dat dit de enige is van de zeventig dochters van koning Herodes, die hij, die verdoemde, heeft willen vernietigen om het christelijke volk te redden. De een is koorts, de ander griepkoorts, de derde de pest, de vierde een ongeluk, de vijfde een giftige zwam, en de rest zijn er ontelbaar. Zo ben ik van mening\u2026<br \/>\n\u2014 Maar denk er niet over na, pan-klerk, zeg gewoon wat er aan de hand is. Is dit een demon, of is ze echt zo?<br \/>\n\u2014 Heer! Wanneer ik haar met verstandige ogen bekijk, zie ik juffrouw Olena, de prachtige vaandrigsdochter Josypivna; maar wanneer ik haar met zondige, vleeslijke ogen bekijk, zie ik haar helemaal bedekt met schurft en de meest afschuwelijke misvormingen in haar gezicht. Zo denk ik dat dit de slimme betovering van Javdocha is, beter gezegd van Zoeby\u0441ha, gecre\u00eberd om schaamte te brengen door de driemaal-vervloekte heks uit Kyiv.<br \/>\n\u2014 Dus, pan-klerk, wat zullen we doen?<br \/>\n\u2014 Neem haar, goede heer. Als je geweten je niet tegenhoudt, neem haar. Voltrek de bruiloft, en na de voltrekking verdwijnt die betovering als rook, en vergaat als stof.<br \/>\nPan Oelasovytsj trok zijn buik aan, liep naar Solocha en zei:<br \/>\n\u2014 Staat u, jongedame, toe met mij te trouwen?<br \/>\nEn Solocha stamelde:<br \/>\n\u2014 Ja, ik sta het toe.<br \/>\nZe pakten onmiddellijk elkaars handjes vast, als duif en duifje, en gingen de kerk in naar het altaar.<br \/>\nHet duurde niet lang of ze waren omringd door de ceremonie. De priester zei: &#8220;Kus elkaar!&#8221; Pan Zabrjocha keek niet al te nauwkeurig, veegde zijn snor af en kuste zijn mooie bruid klinkend over de hele kerk. Van blijdschap gooide hij de priester vijf gouden munten toe, en ging toen met zijn bruid terug naar de Bezverchy-boerderij.<br \/>\nDe hoofd-bojaar, pan Pistrjak, kon niet meer van het lachen, liep door het dorp en verzamelde het gezelschap om het bruidsmaal zo snel mogelijk te regelen.<\/p>\n<p>XIII<br \/>\nVerdrietig en neerslachtig stond pan Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, de Konotopse honderdman, bij de Bezverchy-boerderij, bij de herenhuizen, en keek hoe juffrouw vaandrigsdochter, Olena Josypivna, naast pan rechterszoon Demjan Omelyanovych Chaljavsky zat, en naast hemzelf stond\u2026 Solocha!<br \/>\nEen mooie, nette en geklede meid\u2026 want alles wat ze droeg voor de bruiloft \u2013 of het nu een schort, een jas, een ketting of een hoofddeksel was \u2013 had men van anderen geleend, en zij bleef uiteindelijk bijna naakt, blootsvoets, met een kapotte zwarte onderjurk, gescheurd en verfrommeld, slechts een stuk van een oude schort om haar middel geknoopt. Dat was haar volledige uitrusting!<br \/>\nZo had Javdocha Zoeby\u0441ha, de Konotopse heks, hem te pakken gekregen voor de kattenstreek die hij haar had geflikt bij de rivier, ter vermaak van alle mensen om hen heen.<br \/>\nEn eerlijk gezegd was hij daar niet echt de schuldige van; het was pan Pistrjak die ermee bezig was geweest, die de honderdman op het idee had gebracht. Maar jullie weten hoe het gaat in de wereld: als de klerk iets verkeerd doet, is het zijn schuld niet; maar de rechter tekent in zijn onwetendheid, en zo ligt alle ellende bij hem.<br \/>\nPan Oelasovytsj stond maar te staan, lange tijd, en wist echt niet meer wat hij nu met zijn leven aan moest. Hij zou het liefst naar het einde van de wereld zijn gerend, maar het huwelijk kon hij niet meer ontbinden: bij de ceremonie had hij immers gezworen: &#8220;ik zal haar niet verlaten tot de dood ons scheidt&#8221;.<br \/>\nAls hij uit het raam keek, zat zijn juffrouw Olena naast pan Chaljavsky; als hij luisterde, zongen de bruidsmeisjes niet meer zoals gisteren, in plaats van Mykyta zong nu Demjan, en de blinde violist zat in de gang en speelde de Derbensky-mars zo dat het leek alsof de demonische heks Javdocha Zoeby\u0441ha in plaats van de moeder aanwezig was, met rode leren laarzen met hoefijzers zo groot als een palm, en een hoofddeksel dat pan Chaljavsky haar had gegeven. En dan gluurde ze hem door het raampje aan en lachte hem uit. Zo sloeg hij met zijn handen op de vloer en knarste met zijn tanden van frustratie.<br \/>\nPan Ryhorovytsj had eigenlijk zijn eigen gezelschap achter zich moeten laten en zich bij het vreemde huwelijk moeten voegen, want hij zag dat er overal goed te eten was, veel sterke drank, en iedereen achter elkaar werd bediend, zonder onderscheid te maken wie de eerste of de vijfde drinkt. Hij probeerde een glaasje te nemen, maar ze gaven het hem niet: &#8220;Ga maar naar je eigen bruiloft,&#8221; zeiden ze. Dus dacht hij: &#8220;Laat het leven maar, ik ga de doden maar zoeken,&#8221; spuugde over de drempel en ging naar zijn eigen verblijf.<br \/>\nHij verzamelde iedereen en zei:<br \/>\n\u2014 Nou, pan honderdman! Wat voor bier we ook hebben gebrouwen, dat zullen we drinken. Waarom zouden we hier treuzelen? We moeten ons werk doen. We gaan gewoon naar Konotop en doen het zoals we het begonnen zijn, volgens de wet; het is nog niet te laat.<br \/>\nZe gingen, kwamen aan, regelden alles zo goed mogelijk, bedekten het arme lichaam van Solocha met wat kleding van pan Oelasovytsj, zodat ze niet zo afstotelijk leek. Ze zetten de jonge bruid en bruidegom aan tafel; er was van alles te eten en drinken, van sterke drank tot gekookt eten. Alles verliep netjes en volgens plan.<br \/>\nOf de bruidsmeisjes zongen of niet, of de jongens en meisjes dansten of niet, ze deelden snel de bruidscake en lieten de jonggehuwden slapen. Pan Oelasovytsj zuchtte zwaar, denkend aan hoe zacht hij met juffrouw vaandrigsdochter zou slapen\u2026 en nu moest hij op zijn eigen kussen liggen, en dan ook nog met de schurftige Solocha.<br \/>\nEn alsof dat nog niet genoeg was, had hij, terwijl hij zich voorbereidde om met juffrouw Josypivna te trouwen, zijn dienstmeisje Pazjka, die altijd na de lunch op hem wachtte, naar pan-klerk gestuurd voor datzelfde werk. Toen hij Pazjka bij de bruiloft zag, kreeg hij een onaangename smaak in zijn mond.<br \/>\nEnfin, ze sliepen daar dan. Solocha, hoe onaangenaam ook, moest wettelijk het juk dragen, zoals gebruikelijk bij stadsbruiloften.<br \/>\nPan Oelasovytsj voelde nog meer spijt toen pan Chaljavsky met zijn bruid in een praalwagen de stad binnen kwam rijden. Voorop werd een rode zijden sluier gedragen, zo rood als echte viburnum, en de manen van de paarden, de muzikanten, de handen, de viool, het haar en de snorren waren met rode linten versierd; ze bedekten de jonge bruid en bruidegom in de kerk. Bij pan Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, hoewel hij een deken en een doek had, hield het niet over. Hij nam Solocha om te bedekken als bruidsmeisje\u2026 een ramp voor onze pan Zabrjocha, kortom!<br \/>\nDe mensen verzamelden zich, maakten zich klaar om de kransbrood te verdelen, en overlegden wat ze pan Zabrjocha zouden geven: \u201cHij is zo en zo, maar hij is een honderdman boven een honderd man, een opperste; een handvol wol is niet genoeg om hem tevreden te stellen. Maar als je het niet goed doet, zal hij ooit zijn eigen manier hebben om te bedanken.\u201d<br \/>\nZe overleggen onder elkaar: de een wil een lam geven, de ander een varken, de derde een kalf. Pan Pistrjak, als klerk, pakt natuurlijk een stuk houtskool en wil op de muur opschrijven wie wat geeft. Het bruidsmeisje staat klaar om met haar stem te roepen wie welk vee schenkt\u2026<br \/>\nPlotseling rent een kozak uit Tsjernihiv binnen en overhandigt meteen een brief aan pan honderdman van de kolonel zelf uit Tsjernihiv.<br \/>\nOnze pan Zabrjocha blies zich op als een kalkoen en begon te snauwen dat iedereen stil moest zijn, en zei:<br \/>\n\u2014 Stil, iedereen, zwijg! Pan klerk, lees die brief eens voor. Ik heb geen tijd; ik zit nu op mijn post, ik ben jong. Lees, lees! Is er goed nieuws of een gunst? Lees luider!<br \/>\nTerwijl pan Pistrjak langzaam letter voor letter las en bleef haperen op de woorden, was het nog niet zo erg. Maar toen hij de tekst snel en in het geheel probeerde te lezen\u2026 zoef! flits! niks!\u2026 Daar stond geschreven dat pan Zabrjocha, onze eigen Mykyta Oelasovytsj, de kolonel van Tsjernihiv niet had gehoorzaamd en niet met zijn stoere eenheid van Konotop naar Tsjernihiv was gegaan zoals was opgedragen. In plaats daarvan had hij zich vermaakt in de vijvers met de jonge vrouwen van Konotop en oudere dames, en zo\u2019n halve vijftig van hen zijn verdronken. Daarna had hij een heks onder hen gevonden, haar overgegeven aan demonen, en vloog door de lucht als een exotische vogel, tot ieders verbazing en angst. Sommige kinderen raakten er zelfs van in paniek. Zo had pan honderdman uitstekend over zijn eenheid geheerst; daarom moest hij van zijn honderdmanschap worden ontheven\u2026<br \/>\nToen het volk dit hoorde, schrokken ze hevig en stonden met open monden te kijken, terwijl onze arme Zabrjocha zat als iemand die in hete soep was gevallen\u2026 hij probeerde iets te zeggen, maar het bleef in zijn keel steken; hij werd bleek, blauw van angst, stopte met bewegen en huilde tranen.<br \/>\nRyhorovytsj zei tegen hem:<br \/>\n\u2014 Ziezo, pan hon\u2026 of beter gezegd, pan Mykyta! Zo moet je leren. Je bent veel te ver gegaan, luisterde niet naar de klerk, dacht dat je slimmer was, maar je vloog door de lucht en verloor je honderdmanschap. Dit stond al op de eerste pagina, laten we de tweede omdraaien en kijken wat daar staat. Misschien is het beter voor jou. Stil allemaal, luister; wie ik hierboven als honderdman voordraag, buigt voor hem en gaat met geschenken naar het altaar.<br \/>\nToen draaide hij het papier om, streek zijn snor glad, keek rond zodat iedereen naar hem zou kijken, kuchte driemaal op schoolse wijze en begon te lezen&#8230; Maar toen hij had gelezen dat niet h\u00edj tot sotnyk van Konotop was benoemd \u2014 zoals hij had gewenst en oprecht had gehoopt \u2014 en dat men Zabrocha bovendien uit zijn ambt had gezet, terwijl men uit de andere \u0441\u043e\u0442\u043d\u044f de rechter, Demjan Omeljanovytsj, meneer Chaljavsky had genomen, liet hij de brief uit zijn handen vallen, liet zijn hoofd zakken en dacht lang en diep na. Toen hief hij zijn hoofd en zei tegen zichzelf:<br \/>\n\u2014 Het is nutteloos! Ik pas me aan bij de nieuwe en zal over hem heersen. Hij zal niet lang regeren. Ik zal hem in de maling nemen, vervangen, en dan kom ik waarschijnlijk aan de beurt. Blijf jij, pan Mykyta, bij je Solocha, en ik ga naar de nieuwe pan honderdman, Demjan Omeljanovytsj, en dat geschenk dat ik voor jouw bruiloft had klaargemaakt, breng ik naar hem. Wie gaat er met mij mee, jongens?<br \/>\n\u2014 Ik! Ik! Ik! Ik! \u2014 schreeuwde de menigte en trok het huis uit, zonder acht te slaan op de volle glaasjes en de kransbroodjes die het bruidsmeisje al had gesneden. En wat kan je zeggen: iedereen \u2014 het bruidsmeisje, de tweede bruidegom, de boyars \u2014 trok zich terug; alleen Mykyta bleef achter met Solocha; niemand had nog zin in de gerechten die voor de lunch waren klaargemaakt.<br \/>\nZo verliep de bruiloft van Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, die ooit een gerespecteerde honderdman was in het beroemde honderdmanstadje!<\/p>\n<p>XIV<br \/>\nDe volgende dag kwam de koene klerk van Konotop, Prokip Ryhorovytsj Pistrjak, somber en neerslachtig het huis van Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha binnen. Toen hij binnenkwam, zakte hij op de bank, leunde over de tafel en riep luid:<br \/>\n\u2014 Wek geen medelijden! \u2014 zei Oelasovytsj tegen hem. \u2014 Het is al saai genoeg om naar de wereld te kijken. Waarom huil je alsof je een hond bent? Heeft jouw Pazjka niet ook schurft gekregen, net als mijn Solocha?<br \/>\n\u2014 Als alle Solocha\u2019s, Pazjka\u2019s en Javdocha\u2019s op de wereld nu maar allemaal schurft kregen, het kon mij niet schelen. Ellende, Oelasovytsj! De ellende grijpt mijn buik en doet hem ontsteken!<br \/>\n\u2014 Wat kan ik daaraan doen? \u2014 zei Mykyta, terwijl hij zich herinnerde dat Pistrjak hem verliet toen hij hoorde dat hij vervangen was en hem geen raad gaf, terwijl hij hem bovendien in het gezicht uitlachte.<br \/>\n\u2014 Denk niet aan mijn eerdere wetteloosheden, vriend! Ook ik ben nu een zondaar in deze wereld.<br \/>\n\u2014 Hoezo? \u2014 vroeg Oelasovytsj. Maar Pistrjak vertelde het op zijn eigen manier, in klerkenstijl, over hoe hij naar de nieuwe honderdman van de sterke Konotop-eenheid, Demjan Omeljanovytsj Chaljavsky, was gegaan, en hoe die, zei hij, \u201chem met trots in de ogen en een vuile blik aankeek alsof hij een stinkende hond was\u201d en hem opdroeg een rapport te schrijven over dit en dat.<br \/>\nRyhorovytsj wilde slim zijn en de honderdman vanaf het begin een beetje in toom houden, zodat hij niet te veel tegen de klerk in zou gaan, en schreef het rapport naar eigen inzicht. De honderdman merkte dat het niet klopte, want hij kon zelf ook lezen en schrijven, en zei tegen de klerk: \u201cNiet zo!\u201d Maar de klerk antwoordde:<br \/>\n\u2014 Zo! Ik weet al dat het beter is zoals ik het doe!<br \/>\nDe honderdman schreeuwde: \u201cSchrijf zoals ik zeg!\u201d en de klerk antwoordde:<br \/>\n\u2014 Ik ben klerk, ik weet hoe het moet!<br \/>\nToen werd de honderdman woedend en riep:<br \/>\n\u2014 Dan ben jij niet meer de klerk, jongen!<br \/>\nHij begon de vader en moeder van Zabrjocha te vervloeken, vervolgens de familie van Pistrjak, en uiteindelijk Pistrjak zelf, en stuurde hem het huis uit. Vervolgens werd hij vervangen door een jonge klerk, een soort nar, \u201cdie niet \u00e9\u00e9n keer had gefaald en het werk correct had uitgevoerd,\u201d aldus Pistrjak.<br \/>\n\u2014 Vertel mij eerlijk, Ryhorovytsj, \u2014 vroeg Mykyta Oelasovytsj \u2014 wie heeft ons zo\u2019n ellende bezorgd?<br \/>\n\u2014 O, mij! \u2014 zuchtte Pistrjak. \u2014 De vijand van de mensen, Javdocha Zoebycha, de beroemde heks van het welgestelde Konotop. Zij heeft wraak genomen, door jou als een gevleugeld dier te laten vliegen; zij greep de juffrouw vaandrigsdochter, nu mevrouw Chaljavska; en \u2014 oh! \u2014 ook jou, honderdman, zodat jullie ongehinderd met elkaar konden trouwen. Zij zal jou tot schande brengen; zij heeft ons belachelijk gemaakt door onze deur te laten verdwijnen; zij veranderde de afschuwelijke Solocha \u2014 lang leve haar gezondheid! \u2014 in de mooie juffrouw Olena, en liet je met haar trouwen. Zij is de oorzaak, de schuld en het middelpunt van al het kwaad.<br \/>\nEn dit alles deed zij uit wraak voor de schending van haar lendenen. Tevergeefs hebben wij haar, vriend, in plaats van slechts een aframmeling, niet verbrand als een heidin, een farizeese, een sadduceese en een tollenares, in een helse oven!<br \/>\n\u2014 Laten we een rapport tegen haar indienen! \u2014 zei Zabrjocha. \u2014 Laat haar betalen voor de schande die ze ons heeft aangedaan, ons heeft laten vervangen en mij met Solocha heeft laten trouwen. Laat haar opgesloten worden\u2026<br \/>\n\u2014 O ja! \u2014 zuchtte Ryhorovytsj en zei: \u2014 Niemand heeft nu macht over haar. De vrouw van de honderdman heeft haar een fluwelen hoofddeksel gegeven, een nieuwe sluier en een doek; en honderdman Chaljavsky heeft haar bedienden, een paard, een knecht en een helper gegeven zodat ze hout kan hakken, water kan dragen en de kat kan voeren. Ze heeft nu macht over de hele aarde om te toveren, te betoveren en te spotten, altijd en overal.<br \/>\n\u2014 Wat zullen we doen? Laten we haar vriendelijk uitnodigen. Eerst een hapje, daarna slaan we haar wangen en breken we haar tanden.<br \/>\n\u2014 Laat zitten, vriend, wat Javdocha betreft! Het belangrijkste is dat we iets nuttigs nemen. Laten we een borrel drinken uit verdriet, dat is beter.<br \/>\n\u2014 Laten we drinken!<br \/>\nDus riep Oelasovytsj Solocha, zij bracht wat nodig was. Ze begonnen rond te draaien, bekeken zorgvuldig alle meegenomen dingen, en gingen daarna uit elkaar, nog steeds verdrietig, omdat ze verder niets te doen hadden\u2026 De goede herentijd was voorbij!<\/p>\n<p>Einde van het verhaal<br \/>\nEn deze vertelling, of sprookje, werd mij verteld door de overledene Panas Mesjoera \u2014 zoals u weet; en het gaat heel lang door. Daarin komt nog dat ook honderdman Demjan Omeljanovytsj Chaljavsky, die in het beroemde honderdmanstadje Konotop werd aangesteld in plaats van Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha, snel iets fout deed bij het gezag en werd vervangen. Zijn vrouw, Olena Josypivna, de juffrouw vaandrigsdochter die eerder op de Bezverchy-boerderij op de Droge Balts woonde, deed iets\u2026 hoe\u2026 tja\u2026 op een manier\u2026 ze werd mishandeld, haar sluier werd afgenomen, haar haar werd uitgetrokken, haar ogen geschonden, en ze werd het hele Konotop door gesleept;<br \/>\nen de klerk die in de plaats van Prokop Hryhorovytsj Pistrjak was gekomen \u2014 een jonge kerel, donkerharig en knap van uiterlijk \u2014 nam hem beet, schoor de helft van zijn hoofd in de lengte kaal en joeg hem daarna weg\u2026<br \/>\nWat al deze ellende veroorzaakte:<br \/>\nVoor pan Zabrocha: hij moet niet alles aan de klerk overlaten, maar zelf handelen, aangezien hij de bestuurder is, en hij moet rechtvaardig handelen en luisteren naar wat door het hogere gezag bevolen wordt. Want het gezag schrijft hem voor op veldtocht te gaan, misschien om het volk tegen de vijand te verdedigen, maar hij hield zich liever bezig met vrouwen achternazitten \u2014 kijk eens aan \u2014 en met het verdrinken van heksen, zodat zij zogenaamd regen op aarde zouden terugbrengen. Alsof heksen iets zouden kunnen uitrichten tegen de hemelse macht! Alles gebeurt naar Gods wil. En hij moet ophouden mensen te verdrinken; want voordat hij een heks te pakken kreeg, hoeveel zielen heeft hij niet onschuldig te gronde gericht? Ook moet hij zich niet inlaten met toverij en de barmhartige God niet verlaten, want de duivel heeft hem via zijn dienares, Zoebycha, flink te pakken genomen, zodat hij zelfs als een gans de lucht in vloog \u2014 tot grote spot van de mensen.<br \/>\nVoor Pistrjak Ryhorovytsj: hij moet zijn meerdere niet bedriegen en hem niet voor de gek houden, maar tegenover hem altijd de volle waarheid spreken en eerlijk handelen. Ook moet hij, wanneer hij boos is op mensen, hun geen kwaad berokkenen \u2014 zoals hier met de vrouwen: op wie was hij eigenlijk kwaad, en hoeveel zielen heeft hij niet vernietigd, in het water laten verdrinken en kinderen als wezen achtergelaten? En bovenal moet hij niet zo overmatig wodka drinken.<br \/>\nOok heer Chaljavsky en zijn vrouw ontkwamen er niet aan; zij leefden niet in harmonie samen. Waarom liepen zij meteen naar de heks? Waarom trouwden zij door middel van toverij en waarzeggerij, terwijl zij de heilige wet verlieten? Kijk eens aan! Ze zijn wel getrouwd, maar omdat het niet volgens Gods wil was, doch dankzij Javdocha en haar kliswortels en botjes van een gedroogde kikker, is het allemaal tot stof vergaan.<br \/>\nEn wat Zubicha overkwam \u2014 moge God ervoor behoeden! Zolang meneer Chaljavsky honderdman van Konotop was, leefde zij in weelde. Ze had een knecht, ze had ook een dienstmeisje dat haar door de honderdman voor herendiensten was toegewezen, en de mensen kwamen haar geschenken brengen meteen na die aan de vrouw van de honderdman. Niemand durfde haar nog een heks of iets dergelijks te noemen; integendeel, men sprak haar eerbiedig aan bij naam: Semenovna of mevrouw Zoebycha. Z\u00f3 ver was het gekomen! Maar toen meneer Chaljavsky uit zijn ambt werd gezet, spuugde de hele gemeenschap ook op haar. Zij kwijnde snel weg, verzwakte en legde spoedig het loodje. Maar sterven deed ze niet meteen. Wat heeft ze geleden! Ze lag te sterven maar kon niet doodgaan; armen en benen bewogen niet meer, terwijl ze door het hele huis kreunde \u2014 tot op straat was het te horen. En dan die kat van haar, die liep maar rond en miauwde uit volle kracht achter haar aan\u2026 D\u00e1t was pas angstaanjagend!.. Toen rukten ze het plafond open\u2026 en plots verscheen er een raaf, pikzwart; hij vloog het huis binnen, scheerde over haar heen en sloeg met zijn vleugels\u2026 toen was het met haar gedaan\u2026 alleen haar tanden ontblootte ze nog!.. En de kat barstte open als een zeepbel, terwijl de raaf \u2014 God weet waarheen \u2014 verdween!.. Men kon haar onmogelijk op christelijke wijze begraven; ze sleepten haar naar buiten het dorp, begroeven haar met het gezicht naar beneden in een kuil, sloegen een espenhouten paal door haar heen en stampten er aarde bovenop, zodat ze niet weer zou opspringen. Een hondse dood voor een hond! Dat was dan de heks van Konotop!<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hryhorij Kvitka-Osnovjanenko De Konotopse heks (1833) \u041a\u043e\u043d\u043e\u0442\u043e\u043f\u0441\u044c\u043a\u0430 \u0432\u0456\u0434\u044c\u043c\u0430 \u2013 \u0413\u0440\u0438\u0433\u043e\u0440\u0456\u0439 \u041a\u0432\u0456\u0442\u043a\u0430-\u041e\u0441\u043d\u043e\u0432\u2019\u044f\u043d\u0435\u043d\u043a\u043e Vertaling Rien Hamers I Somber en niet vrolijk zat hij daar op een bankje, in de nieuwe voorkamer die hij had afgescheiden van het ellendige huis, de Konotopse heer en honderdman (honderdman) Mykyta Oelasovytsj Zabrjocha. Hoewel hij op zich een nette kerel was, had [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-1171","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/1171","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1171"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/1171\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1172,"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/1171\/revisions\/1172"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.oekrned.nl\/wpwrdbk\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1171"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}